Onwettige strijders krijgen geen proces

Het Amerikaanse Hooggerechtshof gaat beoordelen of honderden buitenlandse terreurverdachten zonder uitzicht op een proces mogen worden vastgehouden op de militaire basis Guantánamo in Cuba. Het is voor het eerst dat de regering-Bush kans loopt te worden teruggefloten in de oorlog tegen het terrorisme.

Gertie Schouten

Wat kan er tegen zijn om ,,de best getrainde meedogenloze moordenaars op de aardbodem'' harder aan te pakken dan andere criminelen? De Amerikaanse minister van defensie Donald Rumsfeld maakte onlangs duidelijk dat wat hem betreft de honderden verdachten van terrorisme op de Amerikaanse militaire basis Guantánamo in Cuba tot het einde der dagen blijven vastzitten. Maar de kritiek groeit op de achteloze manier waarop de regering van de democratische rechtsstaat Amerika de burgerrechten op de helling zet. Tegen de zin van Washington gaat nu ook het Supreme Court zich in de zaak mengen.

Naar eigen zeggen was hij 105 jaar oud, de tandeloze, breekbare Afghaan met zijn pluizige baard die eerder dit jaar werd vrijgelaten uit Guantánamo. Hij was in zijn land op weg naar een kliniek toen Amerikaanse troepen hem oppakten en, voor hij wist wat hem overkwam, overvlogen naar de basis. Ook tientallen andere onschuldigen zijn inmiddels vrijgelaten. Een Pakistaan eiste vorige week voor de rechter een schadevergoeding van tien miljoen dollar.

Het openen van gevangenkamp Guantánamo was een van de meest drastische maatregelen die de regering-Bush heeft genomen in de strijd tegen het terrorisme na de aanslagen van 11 september 2001. Naar schatting 660 verdachten van terrorisme uit ruim veertig landen zitten er vast, vooral vermoede leden van Al-Kaida en de Taliban die zijn opgepakt tijdens de oorlog in Afghanistan.

De exacte getallen zijn geheim, zoals bijna alles wat er zich afspeelt op de basis. Maar één ding is wel duidelijk: de omstandigheden in de gevangenkampen Delta en Iguana (voor jongeren) zijn erbarmelijk. Er zijn zeker 32 pogingen tot zelfmoord gedaan. De meeste gevangenen zitten in cellen van twee bij drie meter, waar de verlichting altijd aan is. Maar het zwaarste is dat de gedetineerden geen enkele duidelijkheid hebben over hun toekomst: wanneer ze worden berecht, waarvan ze worden beschuldigd. Ze hebben geen toegang tot advocaten.

De truc: de VS ontkennen dat het gaat om krijgsgevangenen of criminelen -kwalificaties die immers automatisch de bescherming van de Conventies van Genève of het strafprocesrecht met zich meebrengen. In plaats daarvan is de lege status van 'vijandelijke' of 'onwettige strijders' in het leven geroepen. Rechtszaken hierover zijn op niets uitgelopen. Amerikaanse rechters zeiden steeds niet bevoegd te zijn zich met Guantánamo te bemoeien. Ze namen het standpunt van de regering over, die de terreurverdachten als buitenlanders beschouwt die in een militair conflict in het buitenland zijn opgepakt, en die bovendien buiten de VS, namelijk in Cuba, vastzitten.

Maar volgens de groeiende groep critici schenden de VS hun eigen grondwet en internationale verdragen door mensen zo lang zonder enig perspectief vast te houden. Zelfs het Internationale Rode Kruis, toonbeeld van discretie en stille diplomatie, werd het in augustus te gortig. De organisatie stelde dat ,,de Amerikaanse autoriteiten de geïnterneerden in Guantánamo buiten de wet hebben geplaatst. (...) Na anderhalf jaar hebben ze nog geen enkele duidelijkheid over hun lot, noch juridische middelen om daar iets aan te doen.''

In Guantánamo zitten niet alleen Afghaanse strijders vast, maar ook een onbekend aantal mensen uit Pakistan; en twee Britse zakenlieden van Arabische komaf, die in Guantánamo terechtkwamen nadat ze in het West-Afrikaanse Gambia waren opgepakt. Ook zitten er vijf Algerijnen en een Jemeniet, die eind 2001 werden opgepakt in Bosnië en een aanslag op de Amerikaanse ambassade in Sarajevo zouden hebben beraamd. Onder enorme Amerikaanse druk en ondanks een verbod van het Bosnische Hooggerechtshof, leverde de regering de zes uit aan de VS.

De Amerikaanse regering veegt elke kritiek onverstoord van tafel met een verwijzing naar de oorlog tegen het terrorisme. Voor president Bush zijn de Guantánamo-verdachten 'slechte mensen'.

Heeft de 'oorlog' het inderdaad onvermijdelijk gemaakt om wetten en verdragen terzijde te schuiven? Schoot het bestaande recht tekort? Olivier Ribbelink, hoofd onderzoek van het Asser-instituut voor internationaal recht in Den Haag, denkt dat de paniek en de publieke opinie veel invloed hebben gehad. De bevolking wilde weten dat de regering waakte over haar veiligheid, zegt hij. ,,Na de aanslagen van 11 september 2001 was de urgentie groot. Niet alleen in de VS, maar overal kregen politie en veiligheidsdiensten meer bevoegdheden, ten koste van burgerrechten.'' Maar hij is kritisch over die ontwikkeling. ,,Je bent zo afgegleden naar een staat die de jouwe niet is, een politiestaat''.

De kwestie beperkt zich niet tot Guantánamo. Ook op de militaire bases Bagram in Afghanistan en Diego Garcia in de Indische Oceaan wordt een onbekend aantal terreurverdachten vastgehouden. In Irak zijn vergelijkbare categorieën van gevangenen zonder status ontstaan: de 'high interest detainees' -gedetineerden van speciaal belang, ongeveer 40 kopstukken van het voormalige regime- en daarnaast niet minder dan 4400 'security detainees' -(van in totaal 10000 gevangenen) die als een veiligheidsrisico voor het nieuwe Irak worden beschouwd, onder wie fedajien-militieleden, Baathisten en buitenlandse strijders.

Het Amerikaanse bestuur in Irak kondigde deze week aan dat het haast zal maken met het opzetten van tribunalen om al deze gevangenen te berechten. Over de rechtspraak is nog nauwelijks iets bekend. Dus ook niet of de gevangenen 'van speciaal belang' en de 'veiligheidsgevangenen' een rechtsgang te wachten staat die vergelijkbaar is met de zeer omstreden militaire commissies voor de Guantánamo-verdachten.

Die speciale militaire 'rechtbanken' bieden veel minder waarborgen voor een eerlijke rechtsgang dan de gewone en de militaire strafprocessen (zie kader). Dat is ook logisch, vindt het Witte Huis. Gezien de ernstige dreiging van internationaal terrorisme ,,werkt het niet om de algemeen aanvaarde rechtsbeginselen en de bewijsvoering van traditionele strafzaken toe te passen''. En ook niet om Amerikaanse rechters een stem te geven. Het is oorlog. De commissies behoren tot de kernbevoegdheden van een president in oorlog heeft en zij komen er dus niet aan te pas.

Voor de regering is het een tegenvaller dat het Hooggerechtshof die redenering niet heeft overgenomen. Maandag kondigde het Hooggerechtshof aan dat het zelf gaat bepalen of Amerikaanse rechters zich mogen mengen in Guantánamo. Een uitspraak wordt overigens pas in juni verwacht.

Internationaal, zelfs bij zijn trouwste bondgenoten, is Washington al eerder in de verdediging gedrongen. De eerste zes berechtingen voor militaire commissies, die in juli zouden beginnen, werden meteen opgeschort. Onder de zes betrokkenen waren twee Britten en een Australiër, voor wie hun regeringen bepaalde waarborgen eisten, zoals de zekerheid dat ze niet de doodstraf zouden krijgen. Die zaak sleept nog steeds. De Britse premier Blair beloofde het parlement onlangs 'binnen enkele weken' duidelijkheid over het lot van de twee Britten. ,,Ze krijgen een rechtszaak die aan onze normen voldoet óf komen terug'', zegde hij toe.

De Amerikaanse Vereniging van Strafrechtadvocaten heeft haar 11000 leden geadviseerd de commissies te boycotten: ,,De regels zijn gewoon te restrictief om ons het vertrouwen te geven dat de advocaat van de verdachte gewetensvol en professioneel zijn werk kan doen.'' Ook de American Bar Association met zijn ruim 400000 leden uit de advocatuur heeft grote bezwaren.

Voor Olivier Ribbelink zijn de inbreuken op aloude burgerrechten een teken van onvermogen: ,,De Amerikaanse regering is er niet uit hoe te reageren'', zegt hij.

Consequent is het beleid in ieder geval niet, zo toont het Amerikaanse juristencomité voor mensenrechten in een recent rapport. Ook in de Verenigde Staten zelf worden enkele terreurverdachten als 'vijandelijke strijders' vastgehouden, zonder dat duidelijk is wat hen onderscheidt van anderen. Zo kreeg John Walker Lindh, de Amerikaan die in Afghanistan meevocht met de Taliban, een normaal strafproces. Hij sloot met de aanklager een akkoord over 20 jaar cel in ruil voor een gedeeltelijke bekentenis. Maar Jasser Hamdi, een andere Amerikaanse Taliban-strijder, kreeg het predicaat 'vijandelijk strijder'. Hij zit in eenzame opsluiting, zonder toegang tot een advocaat of uitzicht op een proces. In een vergelijkbare situatie zijn José Padilla, in Chicago gearresteerd in mei 2002, en Ali Saleh Kahlah al-Marri, beiden Al-Kaida-verdachten.

Zacarias Moussaoui daarentegen, aanvankelijk gezien als de twintigste kaper, heeft 'geluk': hij is verdachte in een normaal strafproces wegens zijn aandeel in 11 september. Een rechter bepaalde onlangs dat hij niet de doodstraf mag krijgen, omdat de autoriteiten hem niet toestaan bepaalde getuigen -vermoede hoofdrolspelers in de aanslagen- op te roepen. Washington heeft echter gezegd dat Moussaoui mogelijk alsnog het stempel 'vijandelijk strijder' zal krijgen als zijn strafproces strandt.

Critici van de Amerikaanse regering vinden dat de kampioen van de democratische wereld zijn reputatie op het gebied van burgerrechten te grabbel gooit. ,,Het is opmerkelijk met wat een respectloosheid minister Rumsfeld zich erover uitlaat en hoe de scheiding der machten tussen bestuur en rechterlijke macht wordt genegeerd'', zegt Avril McDonald, specialist internationaal humanitair recht. Ze is ervan overtuigd dat het opsluiten van mensen zonder rechten of uitzicht op een proces, contraproductief werkt: ,,Ik kom uit Noord-Ierland en heb daar zelf ervaren hoe elke keer dat de Britse regering Ira-verdachten interneerde het aantal leden van die organisatie met sprongen toenam.''

Anderen wijzen op nog een gevaar: als Washington zo achteloos omgaat met buitenlandse gevangenen, waarom zouden andere regimes zich dan nog aan internationale verdragen houden als Amerikanen in het buitenland in gevangenschap belanden?

Harold Hongju Koh, mensenrechtenfunctionaris onder president Clinton, citeerde zelfs Benjamin Franklin, een van de opstellers van de Amerikaanse grondwet. Franklin waarschuwde al in 1759: ,,Zij die essentiële vrijheden opgeven voor enige tijdelijke veiligheid verdienen geen van beide''.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden