Onvrijwillig kiezen voor de maoïsten

Gisteren nodigde de nieuwe premier van Nepal, Koirala, de maoïsten uit voor vredesgesprekken. De Nepalese bevolking heeft gemengde gevoelens over hen. Niet zozeer vanwege hun ideeën; wel vanwege hun geweld.

Sundari Bhomjan (16) was nooit op een schooluitje geweest. Totdat ze vorig jaar uit haar klas in Chaimale, zo'n twintig kilometer ten zuiden van de Nepalese hoofdstad Kathmandu, werd geroepen. Tijdens een appèl op het schoolplein werd ze samen met veertig andere scholieren door bewapende maoïstenrebellen geselecteerd. 'Ze zeiden alleen maar dat we niet moesten huilen. We liepen het dorp uit, de heuvels in en kwamen pas negen uur later aan in een onbekend dorp', vertelt Sundari. Die nacht huilde ze in stilte, van uitputting en angst. Sundari en haar klasgenoten waren bang dat het regeringsleger, inmiddels uitgerukt met helikopters en zwaarbewapende troepen, hen zou achtervolgen en dat er een confrontatie zou plaatsvinden.

De volgende dag kreeg ze 'heropvoeding': de maoïsten gaven uitleg over hun beweging en over wat ze willen bereiken. Er was zelfs een vragenuurtje, waarin Sundari informeerde waarom de rebellen zo vaak stakingen afkondigen waardoor de kinderen niet naar school kunnen. Het antwoord herinnert ze zich niet; ze weet alleen nog dat het een kwartier duurde. De dag daarop mocht ze naar huis.

Nu, ruim een halfjaar later, kan Sundari zich nog altijd moeilijk concentreren. Soms droomt ze dat ze opnieuw ontvoerd wordt en dit keer niet wordt vrijgelaten. Wat ze over de maoïsten denkt? 'Ik vond het helemaal niet leuk om bij hen te zijn. Maar sommige dingen spraken me wel aan, bijvoorbeeld dat ze de rijken hun geld willen afpakken om het aan de armen te geven.'

De reactie van Sundari typeert het algemene gevoel van de Nepalese bevolking over de Communistische Partij Nepal (maoïsten), ook wel bekend als Prachanda's rebellenleger. Men heeft waardering voor het politieke gedachtengoed van de ondergrondse partij, maar heeft een sterke afkeer van het geweld en de onderdrukking die de maoïsten sinds 1996 in hun 'volksoorlog' gebruiken. Tien jaar en 13.000 doden later zeggen de rebellen klaar te zijn voor 'maoïsme met een democratisch gezicht'. In november ondertekenden ze een contract met een alliantie van zeven partijen. Deze maand dwong dat bondgenootschap koning Gyanendra een knieval maken. Hoewel de rebellen niet tevreden zijn met de uitkomst -liever hadden ze voor eens en voor altijd een einde gemaakt aan het koningshuis - kondigden ze een staakt-het-vuren voor een periode van drie maanden af. De politieke leiders op hun beurt bedankten de maoïsten publiekelijk voor hun steun en kondigden de verkiezing aan voor een grondwettelijke vergadering. Deze vergadering, bestaande uit vertegenwoordigers van achtergestelde groepen zoals lage kasten, etnische groepen en vrouwen, plus leden uit de kiesdistricten, zal de grondwet herschrijven en geeft mogelijk ruimte voor de favorite politieke structuur van de rebellen: de republiek.

De miljoenen demonstranten die deze maand in Nepal de straat opgingen willen een definitieve oplossing voor de politieke crisis. Toen het parlement vrijdag voor het eerst bij elkaar kwam was het regeringsgebouw omringd door duizenden demonstranten. Hun motto: 'Pas op, leiders. Bedrieg ons niet, anders beginnen we de revolutie van voren af aan'. Het parlement staat onder zware druk van het maatschappelijk middenveld enerzijds en de maoïsten en monarchie anderzijds. Het parlement begon veel te laat, naar verluidt omdat het paleis eiste dat de koninklijke scepter net als vroeger de vergaderzaal zou worden binnengedragen. De leiders weigerden, maar het kostte hen wel vier uur om het paleis te overtuigen. De maoïsten op hun beurt zullen niet aarzelen een blokkade van de hoofdstad af te roepen als de leiders contractbreuk plegen.

Sommigen twijfelen aan de oprechtheid van de maoïsten en menen dat ze het machtsvacuüm zullen misbruiken om een dictatoriaal marxistisch regiem te vestigen. De aanpak van het rebellenleger lijkt inderdaad opvallend veel op die van het Lichtend Pad in Peru en de Rode Khmer in Cambodja. Toch hebben rebellenleiders Prachanda en Baburam Bhattarai in talloze interviews laten weten op zoek te zijn naar een 'nieuw paradigma'. Hun filosofie heet het 'Prachanda Pad' en ze zeggen genoegen te nemen met een 'democratische republiek'.

Hoewel het maoïstenleger in de jaren negentig zeer snel is gegroeid en het aantal manschappen inmiddels op tien- tot vijftienduizend wordt geschat, kan de ondergrondse partij de gewapende strijd niet lang meer volhouden. De partijleden werden in eerste instantie door Nepals intellectuelen en door boeren in afgelegen bergdorpen als helden binnengehaald. In de afgelopen jaren keerde de publieke opinie zich tegen hen. Het geweld nam excessieve vormen aan, met een climax in 2003 toen Prachanda toegaf dat hij sommige rebellen niet langer in de hand had. Bepaalde leiders werden uit de partij gezet en excuses over 'ongeautoriseerde' acties aangeboden.

De Nepalese bevolking bevindt zich in een zeer ongemakkelijke positie. Beide partijen, het rebellenleger en het Koninklijke Nepalese Leger, maken zich schuldig aan extreme wreedheden. Twee bekende voorbeelden zijn die van Muktinath en Maina. Schoolmeester Muktinath Adhikari werd in 2004 door rebellen uit zijn klaslokaal werd gehaald en voor het oog van de kinderen aan een boom gebonden en de keel doorgesneden. Maina Sunwar (15) was een studente die in 2005 door regeringssoldaten werd meegenomen, verkracht en gedood. Beide partijen maken korte metten met wat rebellen 'partij -vijanden' en de regering 'terroristen' noemt. Een boer die het niet lukte zijn broer te overtuigen om het regeringsleger te verlaten werd door rebellen levend begraven nadat zijn benen waren afgehakt. Rebellen die gevangen worden genomen, worden of zonder proces doodgeschoten of eindeloos gemarteld. In een toenemend aantal dorpen verschuilt de bevolking zich voor beide legers.

De motivatie onder rebellen met lage rangen neemt af. Nieuwkomers sluiten zich doorgaans niet aan uit politieke overtuiging, maar bij gebrek aan alternatieven. Neem Gambir (16). “Het is mijn taak om de armen te bevrijden. Rijke kinderen intimideren ons en zij krijgen alle banen omdat ze geld onder de tafel schuiven. Wij werken van zonsopgang tot zonsondergang en hebben niet eens genoeg om te overleven,“ zegt Gambir manmoedig.

Als we doorvragen blijkt dat Gambir niet veel keus had. Nadat zijn vader zich aansloot bij de rebellen werd hij voortdurend lastiggevallen door het regeringsleger. Gambir: “Ik had graag mijn school afgemaakt, maar de regering gaf me de kans niet.“

Voor kinderen als Sundari en Gambir en de talloze Nepalezen die zwaar hebben geleden onder het gewapend conflict zijn de komende maanden van levensbelang. Als de maoïsten onderdeel worden van een nieuwe politieke structuur, is blijvende vrede binnen handbereik. Als politieke leiders en het paleis zich niet houden aan hun afspraken en de rebellen op de lange termijn een militaire overwinning boeken, dan ziet de toekomst van Nepal er als 'Prachanda's republiek' mogelijk minder zonnig uit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden