Onvrede in Iran na aardbeving

Bedevaart Ahmadinejad zet kwaad bloed

De aardbevingen in Iran van zaterdag hebben tot dusver aan ten minste 300 mensen het leven gekost. Hoewel de grond is opgehouden te bewegen, trilt Iran nog na.

Iraniërs hebben geen goed woord over voor de manier waarop de regering de crisis aanpakt. Terwijl de reddingswerkers nog naarstig op zoek waren naar overlevenden, besloot president Mahmoed Ahmadinejad op bedevaart te gaan naar Mekka.

Vooral het feit dat de president tijdens zijn bezoek met geen woord repte over de aardbevingen en de slachtoffers onder zijn eigen bevolking, zette kwaad bloed bij veel Iraniërs.

Ongeveer twintig dorpen zijn door de aardbevingen met de grond gelijk gemaakt, waarbij ten minste 3000 mensen gewond raakten. Tienduizenden mensen hebben hun huis verloren, maar velen kunnen nog altijd niet terecht in opvangcentra doordat de regering kampt met een tekort aan tenten. De getroffen gebieden zijn daarnaast moeilijk bereikbaar. Duizenden mensen zijn compleet van de buitenwereld afgesloten en er dreigt een groot tekort aan elektriciteit en schoon drinkwater.

De regering heeft de ernst van de crisis zwaar onderschat. Iran dacht aanvankelijk op eigen kracht de humanitaire crisis te kunnen bezweren en weigerde nadrukkelijk buitenlandse hulp.

Zo werd het Turkse aanbod om materieel te leveren voor de opvang van burgers in de wind geslagen. Iran zou volgens sommige analisten de hulp hebben geweigerd uit onvrede over de Turkse opstelling jegens Syrië, een bondgenoot van Iran.

Ook aanbiedingen uit het Westen en omliggende landen werden genegeerd. Maar nood breekt wet: de Iraanse vicepresident Mohammad Reza Rahimi kondigde gisteren aan alsnog buitenlandse hulp toe te laten.

De Iraanse regering is niet de enige die er van langs krijgt. Amerikanen van Iraanse komaf die geld willen doneren aan slachtoffers van de rampgebieden, zijn kwaad op de Amerikaanse regering. De National Iranian American Council (NIAC), een Iraans-Amerikaanse belangengroep bestaande uit vooraanstaande academici en activisten, zegt dat de Amerikaanse sancties tegen Iran hulp onmogelijk maken.

"Momenteel is het voor Amerikaanse staatsburgers verboden om geld naar Iran te sturen. Althans zonder toestemming van het ministerie van financiën", vertelt de woordvoerder van de NIAC, David Elliott, aan Trouw.

"Wie dat toch doet, riskeert een gevangenisstraf of een fikse boete. Zo is er onlangs iemand tot twee jaar cel veroordeeld voor het overmaken van geld aan zijn in Iran wonende moeder."

Door de zware restricties die gelden voor financiële transacties naar Iran durft niemand het aan om geld te sturen, zelfs niet met toestemming van het ministerie, meent Elliott.

"Burgers, maar ook organisaties zijn bang om het stigma 'pro-Iraans' opgeplakt te krijgen."

De NIAC wil dat er een tijdelijk generaal pardon komt voor Amerikanen die hulp bieden aan Iran. "Dit zou niet moeten gaan om politiek, maar om het helpen van mensen", oordeelt Elliot.

Gisteren kwam de Amerikaanse regering gedeeltelijk aan die eis tegemoet. "Amerikanen die Iraniërs willen helpen mogen gedurende deze crisisperiode voedsel en medicijnen sturen zonder speciale toestemming", aldus de woordvoerder van het ministerie van buitenlandse zaken.

Regering heeft ernst crisis onderschat

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden