Onvrede aan het front

Ruim een maand na de terugtrekking van de Israëlische troepen uit Zuid-Libanon bezochten twee verslaggeefsters van Trouw het voormalige front: het zuiden van Libanon en het noorden van Israël. Er heerst grote onzekerheid over de toekomst, ondanks al die rust die er is gekomen na het lawaai van de oorlog.

De voormalige veiligheidszone in Zuid-Libanon is moeizaam te bereiken. Alhoewel het gebied slechts tachtig kilometer ten zuiden van de hoofdstad Beiroet ligt, doe je er ruim drie uur over. Toegangswegen zijn vele jaren afgesloten geweest en in verval geraakt. Wat nog in redelijke staat was, is tijdens de Israëlische terugtrekking veelal opgeblazen om de oprukkende Hezbollah af te remmen.

In de zone zelf is het ook niet best gesteld met het wegdek. Dorpjes zijn als kralen aan een smal slingerweggetje geregen, dat vol met gaten zit. Om de verkeerssnelheid te beperken heeft bijna elke bewoner eigenhandig een soort verkeersdrempel voor de deur aangelegd, hetgeen het rijden niet aangenamer maakt. Te weinig wegen, te smal, te slecht. Er is geen telefoonnet en ruim een maand na de Israëlische terugtrekking zijn er nog steeds veertien dorpjes die hun water van de Israëliërs betrekken omdat er aan de Libanese zijde van de grens geen water is. Beiroet heeft onlangs besloten om bijna 900 miljoen dollar in de infrastructuur van de 'bevrijde gebieden' te steken.

Maar de infrastructuur is slechts een van de vele problemen waar de ruim 100 000 ex-zonebewoners mee kampen. Eigenlijk hebben ze de afgelopen 22 jaar in totale isolatie gewoond op een eiland van zo'n acht kilometer breed en 45 kilometer lang, ingeklemd tussen een Israëlische bezetter en een regering in Beiroet die hen niet vertrouwde. En in die 22 jaar heeft de tijd stilgestaan.

Fadi Ashkar (54) is boer in Rmeish, een christelijk dorpje in de voormalige veiligheidszone in Zuid-Libanon. Op vier hectare grond achter zijn huis verbouwt hij tabak. Het is intensief werk, want de planten moeten blaadje voor blaadje geplukt worden, over waslijntjes gelegd om te drogen, en dan aan een tros geregen. Hoe lang hij dit werk nog kan doen weet hij niet, want hij loopt al zo krom als een hoepel en het werk vereist dat hij de hele dag gebogen staat.

Maar iets anders verbouwen is er niet bij. ,,Er is geen water in deze regio. En al was er water, dan konden we onze producten toch niet kwijt.'' Tijdens de bezetting was exporteren onmogelijk. Producten mochten Israël niet in, want de Israëliërs hadden weinig behoefte aan concurrentie. Libanon accepteerde goederen uit de zone ook niet, want wie garandeerde dat ze niet uit Israël kwamen? Alleen tabak mocht de zone uit. Dus verbouwt iedereen tabak.

De zonebewoners hadden tijdens de Israëlische bezetting slechts vier mogelijkheden om te overleven: of je verbouwde tabak, of je vertrok voorgoed richting Beiroet, of je meldde je aan bij de SLA, of je zocht werk in Israël.

Fadi koos voor de tabak, maar kan er amper van leven. Een hectare tabak levert zo'n 300 dollar op. Zijn zonen vertrokken naar Beiroet, waar beiden werken als advocaat. Ze wilden niet met de Israëliërs meevechten. Zij helpen door geld te sturen. De demografie van de zone is veelzeggend: de leeftijdsgroep tussen 18 en 55 is zwaar ondervertegenwoordigd.

,,Ik was niet van plan om mijn land te verlaten zoals de Palestijnen dat hebben gedaan'', vertelt een man, die zich Antoine noemt. Hij wil zijn echte naam niet in de krant. ,,Wie verzekerde ons dat de Israëliërs er geen huizen zouden bouwen zoals ze dat in Israël hebben gedaan?'' Hij had een oom die bij het Zuidlibanese leger (SLA) zat, en voor elk familielid bij de SLA, mocht er één familielid werken in Israël. Hij vond werk in een kibboets, vlak over de grens, als landarbeider, voor 800 dollar per maand. Een SLA-soldaat verdiende ruim 600 dollar per maand. ,,Als ik in de zone werk had kunnen vinden voor de helft van dat salaris, dan had ik dat gedaan. Maar er is geen werk. Wat voor werk? Er is geen industrie, er is geen landbouw. Er is niks.'' Antoine is een van de ruim 10 000 Libanezen die op deze manier aan de kost kwamen, ruim 10 procent van de inwoners.

In Beiroet worden er drie maal per week marathonsessies gehouden bij de militaire rechtbank om alle zogenaamde collaborateurs te berechten. Vierduizend Libanezen zijn al berecht, en er staan arrestatiebevelen uit voor nog zo'n 8 500 man. 6 200 zijn naar Israël gevlucht. Het zet kwaad bloed bij de zuiderlingen. Velen vinden dat er weinig rekening wordt gehouden met hun omstandigheden.

Een kruidenier in Bint Jbeil, een moslimdorp in het centrum van de zone, moet binnenkort ook voorkomen. ,,Voor het verkopen van Israëlische goederen'', legt hij uit. Tijdens de bezetting was het makkelijker en goedkoper om producten uit Israël te halen. ,,Ik kon niet altijd naar Beiroet om mijn waren in te kopen, want kom je uit de zone, dan ben je een spion wat betreft de Libanezen, en keer je weer terug, dan zijn de militieleden van de SLA achterdochtig. Dan moet je je spullen nog langs zo'n vijftien militaire posten vervoeren, en dat is zo'n gedoe. Wij deden zaken met Israël omdat we moesten overleven, niet omdat we er rijk van wilden worden. Maar zo denkt de regering er niet over.''

Niet alleen de infrastructuur en de economie van het gebied, maar ook de gezondheidszorg en het onderwijs hebben onder de bezetting geleden. Alhoewel Beiroet de lonen betaalde, waren er maar weinig artsen en onderwijzers die zin hadden om in het zuiden tussen twee vechtende partijen te wonen. In Beiroet was het leven makkelijker en aangenamer, en de salarissen hoger. Wat overbleef in het zuiden waren vaak niet de best opgeleide mensen. Terwijl in bijna alle scholen in Libanon studenten een tweede of zelfs een derde taal leren naast het Arabisch, kunnen de studenten uit de zone slechts in het Arabisch goed uit de voeten. Ziekenhuizen hadden niet het juiste personeel en het juiste materiaal. Maar sommige inwoners durfden niet naar Beiroet af te reizen uit angst gearresteerd te worden, vertelt advocaat Saliba Hajj. ,,Tijdens de burgeroorlog was het te riskant om naar Beiroet te gaan voor behandeling, dus gingen velen naar Israël. Maar dat stond wel in het dossier, dus toen de situatie in Libanon rustig werd, konden ze nog steeds niet naar een ziekenhuis in Beiroet.''

Of de financiële hulp de verbetering zal brengen die nodig is, hangt af van de vraag wie het geld in handen krijgt. ,,De corruptie binnen de regering is enorm. Misschien dat een derde van het geld op de goede plaats aankomt'', zegt de Saliba Hajj.

De enige sector die heeft geprofiteerd van de bezetting is het milieu. De enorme wildgroei van lelijke gebouwen en saaie appartementenblokken zoals in en rond Beiroet, is de zuiderlingen bespaard gebleven. Vanwege het gevaar van mijnen zijn er flinke stukken bos bewaard gebleven die anders voor de bijl waren gegaan, en ook de fauna bleef onaangetast.

Het is nu eenmaal niet een regio waar je met een jachtgeweer wilt rondlopen, want stel dat de SLA of de Israëliërs denken dat je een Hezbollah-strijder bent. Milieubeschermers zijn echter bezorgd dat de Israëlische bezetting nu wordt verruild voor een bezetting door beton en asfalt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden