Onvoltooid verleden tijd

Bijna zeventig jaar na de Japanse capitulatie in augustus 1945 worstelt het land met het eigen oorlogsverleden. Duitsland deed aan zelfonderzoek. In Japan hangt de schuldvraag nog altijd boven de markt.

'De mensen in Indonesië en Maleisië zijn Japan nu nog dankbaar voor onze aanwezigheid in de Tweede Wereldoorlog." Yasuo Nara windt er geen doekjes om: de kwieke 82-jarige man ziet eigenlijk geen fouten in het Japanse oorlogsverleden.

In veel landen - tot Nederland aan toe - bestaat nog altijd woede en verdriet door de interneringskampen en seksslavinnen die het keizerlijk leger er tijdens de bezettingsjaren op nahield. Nationalistische Japanners kijken door een heel andere bril naar die periode. Japan liet Aziatische broedervolken in bijvoorbeeld Nederlands-Indië en Brits bestuurd Maleisië zien dat kolonialisme niet eeuwigdurend was. Het keizerrijk bracht beschaving en economische vooruitgang in Oost-Azië, menen zij.

In het documentatiecentrum bij de Yasukuni-tempel vertelt Yasuo Nara uitgebreid over zijn eigen leven en dat van zijn familie tijdens en na de oorlog. Middenin Tokio is dit tempelcomplex een oase van rust. Van het verkeerslawaai blijft hooguit wat gezoem te horen.

Dit is de plaats waar Japanners - jong en oud - bijeenkomen om hun liefde aan vaderland en voorvaderen te betuigen en de omstreden visie van Japanse nationalisten op de Tweede Wereldoorlog wordt er breed uitgedragen. In deze tempel worden de zielen herdacht van soldaten die sneuvelden in dienst van het moderne keizerrijk. Onder hen is ook een aantal veroordeelde oorlogsmisdadigers uit de Tweede Wereldoorlog. Bij deze tempel wil Yasuo Nara zijn verhaal doen, want hier voelt hij zich op zijn gemak.

Dertien jaar oud was Nara toen hij in 1943 door het keizerlijk leger werd gerekruteerd. "Met duizend jongens vertrokken we naar de militaire school van Hiroshima. In juli 1945 ben ik verplaatst naar de bergen, veertig kilometer buiten de stad. De paddenstoelwolk heb ik nog wel gezien", vertelt hij over de atoombom die deze week 67 jaar geleden het einde van de Tweede Wereldoorlog in Azië inluidde.

Nara's familie heeft stevig te lijden gehad onder de oorlog. Zijn vader was een hoge officier. Na de Japanse capitulatie werd hij door de Amerikanen berecht als oorlogsmisdadiger. Een oudere broer sneuvelde in dienst van de keizerlijke marine. Wie denkt dat iemand als Nara, die de ellende van oorlog persoonlijk beleefde, nu kritisch terugkijkt op het nationalisme van zijn jeugd heeft het mis.

Hitoshi Kawano, hoogleraar militaire sociologie aan de Japanse Defensie Academie, ziet eenzelfde houding bij veel Japanse ouderen en veteranen. "Japan verloor de oorlog niet alleen in militair opzicht, ook cultureel, ideologisch en economisch was het land verwoest. Alle zekerheden waren weggeslagen", zegt de veteranenexpert. "Een heel volk moest omschakelen van een systeem waarin de keizer centraal stond naar een democratie volgens Amerikaans model. Dat was lastig. Velen bleven trouw aan hun ideologische wortels. Vertwijfeling was het gevolg."

In Duitsland kwam snel na de oorlog een collectief zelfonderzoek opgang. In kranten, de kunsten en de politiek vroeg men zich af: Hoe kon dit gebeuren? Wie droeg schuld?

"Zo'n gezamenlijke verwerking van het oorlogsverleden heeft Japan nooit gekend. Leidende figuren, ook keizer Hirohito, hoefden geen verantwoording voor hun beslissingen af te leggen", vertelt Mariko Tamanoi, hoogleraar antropologie aan de Universiteit van Californië. Ze deed jarenlang onderzoek naar naoorlogs nationalisme in Japan.

Hoe kan die schuldvraag boven de markt blijven hangen? "Japan heeft een traditie om niet te twijfelen aan autoriteit en lastige vragen het liefst te negeren", zegt Tamanoi. "Ook de Amerikanen hebben na de oorlog als bezettingsmacht niets gedaan om de verwerking van het Japanse oorlogsverleden te bespoedigen. Hun optreden tijdens de bezetting en de inzet van atoomwapens leidden tot kritiek. Amerikaanse en Japanse leiders leek het beter het verleden te begraven. De wederopbouw en Koude Oorlog eisten alle aandacht op."

Zo bestaat er in Japan nog steeds geen breed geaccepteerde lezing van de fouten die gemaakt werden tijdens de oorlogsjaren. Discussies over de oorlog werden vermeden. "Op die manier kan iedereen er een eigen, persoonlijke visie op nahouden."

Veel mensen keerden zich af van de politiek en de beladen oorlogsgeschiedenis. Tamanoi: "Zo ontstond ook ruimte voor extreme opvattingen. In Japan kun je eenvoudig het oorlogsverleden goedpraten en het vaderland verheerlijken zonder tegenspraak te krijgen."

Toch waren er kleine groepjes die vanaf de jaren zeventig kritisch over de eigen geschiedenis begonnen te denken, merkte Tamanoi. "Vooral vrouwen spraken met elkaar over de druk om veel kinderen te baren voor het vaderland en over de gebroken gezinnen door gesneuvelde familieleden. Sommigen stelden hun ervaringen op schrift. Bij mannen bleef deze vorm van verwerking achterwege, bezorgd als zij waren om hun imago onder collega's en bekenden."

Bijna zeventig jaar na de Japanse overgave is de eigen oorlogsgeschiedenis nog altijd een heikel punt. Dat zie je terug in het geschiedenisonderwijs. Japanse schoolboeken moeten worden goedgekeurd door het ministerie van onderwijs voor ze in klaslokalen worden gebruikt. Dat ministerie kwam van verschillende kanten onder vuur te liggen. De weinig kritische beschrijving van seksslavinnen in de geschiedenisboekjes leidde in bijvoorbeeld Zuid-Korea en China tot oproer. Conservatieve oudere Japanners vonden juist dat de positieve kanten van het Japanse kolonialisme in Azië onderbelicht bleven.

Dat is de stem van de oudere Japanners. Bij de jeugd overheerst de apathie. In 2005 gaf amper 10 procent van de Japanse jongeren aan trots te zijn op het vaderland. Mariko Tamanoi ziet dat Japanse jongeren langzaamaan wel iets minder moeite hebben met het idee van vaderlandsliefde en het gebruik van nationale symbolen. "Bij de Olympische Spelen zie je nu jonge Japanners zonder schroom met de nationale vlag zwaaien", zegt zij.

Dat kan wel zo zijn, maar Yasuo Nara is desondanks niet gerust over de toekomst van zijn land. "Japan is een geweldig land qua cultuur en geschiedenis. Maar helaas houden maar weinig Japanners echt van hun eigen land. Vooral jongeren zijn amper bereid offers te brengen. Dat is een slechte zaak", zegt hij in het zaaltje bij de Yasukuni tempel. De muren hangen hier vol schilderijen van Japanse gevechtsvliegtuigen en marineschepen, terwijl je elders in Japan verwijzingen naar oorlog en wapentuig zelden tegenkomt. Het moderne Japanse zelfverdedigingsleger presenteert zich liever met vriendelijk ogende tekenfiguurtjes.

Jarenlang kwamen Japanse bewindslieden in augustus naar de Yasukuni tempel om te bidden voor de gesneuvelden die hier worden herdacht. Om andere landen niet voor het hoofd te stoten, blijven ministers de laatste jaren weg. Terugblikken op de eigen oorlogsgeschiedenis ligt in de Japanse politiek nog altijd gevoelig.

Conservatieve Japanners vinden dat Japan minder krampachtig met de oorlogserfenis moet omgaan. Het Westen heeft niet het alleenrecht op de geschiedschrijving, vinden zij. Hoogleraar Hitoshi Kawano, veteranendeskundige, ziet dat veel oudere Japanners en veteranen de oorlog achteraf willen rechtvaardigen. "Men probeert zichzelf ervan te overtuigen dat Japan eigenlijk iets goeds deed. Bijvoorbeeld het helpen van onderdrukte volkeren in Aziatische koloniën", aldus Kawano.

Ook Yasuo Nara heeft zijn eigen ideeën over de Japanse militaire aanwezigheid in Azië. "Ik wil je iets laten zien", vertelt hij. Trefzeker loopt hij naar een kast, pakt een boek en slaat een tabel op. "Zie je dit? In Nederlands-Indië zijn na de oorlog 236 Japanse militairen ter dood veroordeeld wegens oorlogsmisdaden. Nederland heeft met naoorlogse tribunalen meer Japanse militairen ter dood veroordeeld dan de Britten en Amerikanen." Het Niod bevestigt dit.

"Toch klaagde jullie koningin tijdens een bezoek aan Tokio over het Japanse gedrag tijdens de oorlog. Weten Nederlanders hier eigenlijk wel van?", vraagt Nara.

Vooral lokale politici in Japan komen geregeld in de schijnwerpers vanwege xenofobische en nationalistische uitspraken. Shintaro Ishihara, de 79-jarige gouverneur van Tokio, is een van hen. In 2006 veroorzaakte hij ophef met de stelling dat uitgaanswijk Roppongi was veranderd in een 'buitenlandse buurt, met allemaal Afrikanen'. Volgens Ishihara een risico, want 'het leidt tot nieuwe vormen van criminaliteit, zoals autodiefstal'. "We moeten alleen nog maar intelligente mensen het land binnenlaten", vond hij.

Twee jaar geleden werd Ishihara hevig bekritiseerd nadat hij zich uitsprak tegen het kiesrecht voor in Japan wonende buitenlanders. Volgens hem kwam de regeringspartij met dit voorstel vanwege de vele genaturaliseerde Japanners in hun gelederen. "Zij doen dit uit plichtsbesef naar hun voorouders", trok hij de integriteit van zijn tegenstanders in twijfel.

Met name China en de Chinezen moeten het geregeld ontgelden bij de gouverneur van Tokio. In de afgelopen maanden joeg hij Peking tegen zich in het harnas met het plan om het stadsbestuur de grond van de betwiste Senkaku-eilanden te laten kopen.

Ook China claimt deze groep onbewoonde eilanden tussen Japan en Taiwan. Beide landen maken aanspraak op de bodemschatten rond de onbewoonde eilanden.

Amerikaanse interneringskampen voor Japanners
Niet alleen Japan sloot tijdens de Tweede Wereldoorlog burgers op in kampen. Na de Japanse aanval op Pearl Harbor eind 1941 zette Amerika eigen burgers van Japanse afkomst vast in interneringskampen. De reden? Veel Amerikanen wantrouwden Japans-Amerikanen bij de strijd tegen het keizerrijk.

Voor president Roosevelt was twijfel aan de loyaliteit van Japans-Amerikaanse burgers voldoende grond om het bevel voor hun opsluiting te geven. Langs de westkust richtte het leger interneringskampen in waar zo'n honderdduizend Amerikanen van Japanse komaf werden vastgezet. Bij havensteden aan de Stille Oceaan was de angst voor Japanse spionnen het grootst.

Al tijdens de oorlogsjaren nam een aantal Japans-Amerikanen stelling tegen deze maatregelen. Tot aan het Hooggerechtshof streden zij voor hun burgerrechten, maar hun pleidooien werden niet gehonoreerd. Gordon Hirabayashi, de bekendste voorvechter van de rechten van Japans-Amerikanen tijdens de oorlog, kreeg pas dit jaar postuum eerherstel. In mei reikte president Obama een van Amerika's hoogste onderscheidingen uit aan zijn nabestaanden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden