Onverwacht veel verzet tegen patiëntendossier

Vijftienduizend mensen hebben een bezwaarformulier tegen het landelijke elektronisch patiëntendossier opgestuurd. Dat zei minister Klink van volksgezondheid gisteren in de Tweede Kamer.

Op onverwacht grote schaal is de afgelopen week negatief gereageerd op de brief van minister Klink van volksgezondheid over de invoering van het elektronisch patiëntendossier (EPD) in de loop van het volgend jaar. Die brief viel bij alle Nederlandse huishoudens afgelopen zaterdag in de bus. Ze hebben zes weken de tijd om een bezwaarformulier terug te sturen als ze niet akkoord gaan met uitwisseling van hun medische gegevens tussen zorgverleners.

De voordelen van het EPD zijn groot, onderstreept minister Klink telkens weer. Het EPD kan ertoe bijdragen dat ernstige fouten worden vermeden. Alleen al een elektronisch medicatiedossier (waarmee nu eerst wordt begonnen) kan helpen om 19.000 vermijdbare ziekenhuisopnames en 1200 doden per jaar te voorkomen. Voor de patiënt is het bovendien aantrekkelijk dat hij niet telkens weer zijn verhaal hoeft te vertellen. Wat zijn dan de voornaamste bezwaren en wat is het antwoord van het ministerie van VWS daarop?

De privacy is onvoldoende geregeld.

Dit is veruit het belangrijkste en meest principiële bezwaar. Maar het ministerie bezweert dat er alles aan is gedaan om de privacy te beschermen. De gegevens van een patiënt worden niet centraal, in één dossier bijgehouden. Die blijven afzonderlijk opgeslagen in de computers van de zorgverleners waarmee een patiënt in zijn leven te maken kan krijgen: huisartsen, apothekers, specialisten, ziekenhuizen.

Via een landelijk schakelpunt kan een zorgverlener zich toegang verschaffen tot de decentraal opgeslagen gegevens. Komt een patiënt voor het eerst bij een arts dan laat deze aan het schakelpunt weten dat bij hem gegevens over de patiënt te vinden zijn.

Andere zorgverleners kunnen die gegevens (of een deel daarvan) alleen raadplegen met instemming van de patiënt. Alleen die zorgverleners hebben toegang tot het systeem die in een officieel register als zorgverlener staan geregistreerd. Verzekeraars of werkgevers hebben geen toegang. Een zorgverlener die een dossier wil raadplegen moet al een behandelrelatie met de patiënt hebben. De arts dient zich bij het schakelpunt te identificeren met zijn unieke zorgverlenersnummer: de UZI-pas. De identiteit van de patiënt stelt de arts vast aan de hand van diens persoonsgegevens en burgerservicenummer dat tegenwoordig iedere Nederlander heeft.

Het ministerie sluit niet uit dat hackers het systeem kunnen kraken. Ook kan een slordige arts even zijn kamer verlaten terwijl zijn computer nog aangelogd is. Iedere toevallige passant kan daar misbruik van maken.

Ter verweer voert het ministerie aan dat ook aan de bestaande regionale digitale uitwisselingssystemen dezelfde gevaren kleven. Om over rondslingerende papieren dossiers maar te zwijgen.

Er zitten nog kinderziektes in het EPD en de betreffende wet is nog niet eens door het parlement aangenomen.

De afgelopen jaren is geoefend met het EPD. Kinderziektes zijn praktisch allemaal verholpen. Het klopt dat de Tweede Kamer nog akkoord moet gaan met de wet. Daarin wordt geregeld dat zorgverleners zich vanaf 1 januari 2010 verplicht moeten aansluiten bij het EPD. Maar wat is er op tegen om nu alvast op vrijwillige basis met de invoering te beginnen, luidt het verweer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden