Onverstoorbare Indurain vergroot voorsprong op naaste concurrent Zülle

MENDE - 'Allez Jalabert!', kopte L'Equipe gisterochtend in een voor haar doen bescheiden lettergrootte. Het was geen aanmoedigingskreet van het meer dan een half miljoen exemplaren grote huisorgaan van de Tour de France, het was een sportieve en commerciële wanhoopspoging de Tour des Français wat meer luister te geven dan de toevallige proloogoverwinning van Jacky Durand.

JOHAN WOLDENDORP

Er moet, om de oplage van Frankrijks grootste dagblad verder op te krikken, meer gebeuren dan Miguel Indurain door het hele peloton in een fauteuil naar Parijs te laten dragen. Het was gisteren quatorze juillet, en om het nationale eergevoel te strelen had L'Equipe nog eens wat heldendaden op een rij gezet: op 14 juli 1964 besliste Jacques Anquetil ten koste van zijn eeuwige rivaal Raymond Poulidor in een individuele tijdrit definitief de Tour. Op de nationale feestdag van 1975 klopte Bernard Thevenet in de Alpenetappe Barcelonnette-Serre Chevalier Eddy Merckx, die toen trouwens al met zijn sportieve midlife crisis worstelde. Thevenet droeg uiteindelijk het geel naar de Champs-Elysées. Heel summier werd nog even de laatste Franse ritzege op de veertiende van de zevende aangehaald: Vincent Barteau, nu een van de vele chauffeurs in de Tour, in 1989 te Marseille. En dus smeekte L'Equipe als de stem van Frankrijk deze maand, om een stunt van Jaja. De drager van de groene trui voerde op veler verzoek een groots en meeslepend nummer op, waar het volk nog dagen op kan teren. Meer dan tweehonderd kilometer reed hij met vijf vluchtmakkers in één van de fraaiste streken van het land minutenlang voor het peloton uit. Een paar uur had hij in gedachten le maillot jaune om zijn lichaam gedrapeerd. In Mende hield hij een marge van 5.40 minuten over op Indurain. Luide toejuichingen werden terecht zijn deel. Maar wanneer op de redactielokalen van L'Equipe de euforie is overgewaaid, zal de krant, in de editie van heden, moeten vaststellen dat er in het algemeen klassement vrijwel niets is gebeurd. Een kleinigheid slechts: doordat Zülle in de finale de Spanjaard niet bij kon houden, heeft Indurain zijn voorsprong op de Zwitser zelfs nog iets vergroot. En wanneer Jalabert correct wordt geciteerd, zal hij in L'Equipe zeggen dat hij geen buitengewone betekenis ontleende aan een overwinning op quatorze juillet. “Ik wilde een etappe winnen, dat is met de groene trui mijn belangrijkste doelstelling. Of dat nou op 13, 14 of 15 juli gebeurt, zal mij een zorg zijn.”

Het voorschotje op het vuurwerk dat gisternacht overal in het land werd afgestoken, eindigde ook al met een doffe knal. Want Jaja mocht dan een formidabele prestatie hebben geleverd, op de klassieke vraag of hij in Mende de mooiste overwinning uit zijn carrière had gehaald, antwoordde hij ontkennend. “Nee, dat is Milaan-San Remo van dit jaar. Die zege was voor mij veel belangrijker, omdat dat een wedstrijd van een hogere orde is dan een van de vele Touretappes.”

Het was een onverwacht genoegen, dat moest Jalabert wel toegeven. Om praktische redenen had hij zijn zinnen gezet op de rit van een dag ervoor. In de eerste post-Alpenetappe met een col van de eerste categorie, dertig kilometer voor de finish, was er misschien een kans een ontsnapping te forceren. De etappe op de dag dat de bestorming van de Bastille wordt herdacht, was - naar analogie van de door hem gewonnen Waalse Pijl - op maat gesneden, maar, zo wist hij vooraf: “Wanneer je in het algemeen klassement op negen minuten van de leider staat, kun je het vergeten dat hij je laat gaan.” Maar als le régional uit vroeger jaren die in zijn geboortestreek een eind voorop mocht rijden, kreeg Jalabert wel heel erg ruimhartig de gelegenheid vrienden en familie te begroeten. Met nog twee ploeggenoten (Mauri en Stephens) en Podenzana, Bottaro en Peron nam de ontsnapping zo'n grote vlucht dat de gele trui van Indurain reëel in gevaar kwam. Miguel de zwijger zelve zag dat geheel anders. Zijn ploeg besloot pas laat te reageren. De Banesto's waren in dat opzicht lakonieker dan Gewiss dat nerveus aktie ondernam om de huidige posities in de algehele rangschikking (Riis en Gotti) veilig te stellen.

“Ik heb onderweg vaak naar Indurain gekeken,” vertelt Erik Breukink. “Hij is geen moment zenuwachtig geworden. Ook Banesto raakte geen moment in paniek. Jalabert is voor Indurain geen grote concurrent. Hij heeft ruim vijf minuten teruggepakt, maar het is reëel om te veronderstellen dat deze onderneming Jaja heel veel kracht heeft gekost. Die komt hij over een paar dagen in de Pyreneeën waarschijnlijk tekort.”

Jalabert, die vandaag daadwerkelijk door zijn streek fietst, bevestigt die visie ongevraagd. “Afgezien van het feit dat ik nooit verwacht had dat wij die ontsnapping (al na twintig kilometer tot stand gekomen - red) tot het eind konden volhouden, heb ik het algemeen klassement geen moment op het oog gehad. Dan moet je een maximale voorsprong van een kwartier halen. Je weet dat je aan het eind snel tijd gaat verspelen. Nee, ik was gefixeerd op het winnen van een etappe.” Het was zijn tweede in de Tour. In 1992 won hij de rit Wasquehal-Brussel. Tegenover die schamele erelijst staan negen ritzeges in de Vuelta. Zeven ervan werden in 1994 geregistreerd. “Het was voor mijn gevoel ook de laatste kans in deze Tour. Dit soorten ritten ligt mij beter dan vele andere. Wanneer er nog massasprints komen, neem ik geen overdreven risico's meer, en in de Pyreneeën moet ik mijn meerdere in de specialisten erkennen. Het getuigt niet van werkelijkheidszin mij een kandidaat-Tourwinnaar te noemen. Indurain is sterker dan alle anderen.”

Jalabert is door de trainingsprogramma's en de therapieën van zijn ploegleider Manolo Saiz een sterke, zelfbewuste renner geworden. Tristan Hoffman dacht het te zijn, maar kwam gisteren meer dan ooit zichzelf tegen. Dinsdag, in de eerste Alpenetappe, viel hij. Sindsdien was er geen plekje op zijn lijf dat geen pijn deed. Met de moed der wanhoop en de instelling van iemand die pas afstapt als al zijn ribben en ledematen op diverse plaatsen zijn gebroken, probeerde hij de pijngrens te verleggen. Gisteren ging het niet meer. Bij de eerste bevoorrading zag hij de Raas-adepten Van Bon en Moncassin afhaken. Zondag werd Van Bon gebeten door de hond van Erik Dekker, twee dagen later werd de Apeldoorner gestoken door een Franse wesp en door een val raakte zijn knie ook nog ontstoken. Dat allemaal brak hem gisteren op. Hoffman weigerde bij de cateringservice de handdoek te gooien. Hij strompelde tegen beter weten nog zeven kilometer door. “Ik wilde doorgaan, maar was zover achterop geraakt, dat ik nooit meer aansluiting bij een groepje zou krijgen. Ik voel pijn van mijn hoofd tot mijn tenen, maar ik wilde hoe dan ook strijdend ten onder gaan. Het had geen zin, ik herstel niet meer.”

Barstensvol goede verwachtingen omtrent zijn presteren was de debutant twee weken geleden in Saint-Brieuc aan het ongewisse avontuur begonnen. Het was een leerzame periode. “Ik heb veel geleerd. Ik dacht dat ik een sterke renner was, maar als ik om me heen kijk, moet ik nog een hoop aansterken om met de besten mee te kunnen. Dat is voor mij de belangrijkste les geweest.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden