Onverdroten

Sommige woorden leven als een soort van vrijgezellen. Zij hebben wel familie, stammen van andere woorden af en zijn daar duidelijk mee verwant, maar zij lijken een uitstervende tak daarvan te vertegenwoordigen. Dikwijls komen ze alleen of voornamelijk voor in bepaalde vaste uitdrukkingen zoals 'in vol ornaat', 'de kluts kwijt zijn', 'bij zijn lurven pakken', 'van kindsbeen af' en 'met lede ogen'. Of zij verdwijnen in samenstellingen met een ontkenning, zoals 'onstuimig' en 'ongerept'. Het zijn woorden die buiten die uitdrukking of samenstelling amper nog voorwerp van reflectie zijn. Binnen de omkapseling daarvan maken zij geen enkele ontwikkeling door. En de conversatie stokt dan ook even of er ontstaat irritatie zodra iemand doet alsof het gewone woorden zijn en zich bijvoorbeeld gaat afvragen of er ook een leeg ornaat is waar de 'lurven' zitten of wat 'stuimig' betekent.

Zo'n losgeraakt of juist ingekapseld woord is ook 'onverdroten'. We herkennen het duidelijk als een vorm van 'verdrieten, verdroot, verdroten', meer speciaal als het voltooid deelwoord daarvan. Het is de lijdende vorm en het moet dus betekenen 'niet door verdriet getroffen'. Bij 'verdroten' zouden wij dus moeten denken aan iemand die door een kracht van buiten af verdroten is geworden. Blijkbaar is 'onverdroten' terecht gekomen in een context waarin het voor de hand ligt dat iemand zich door tegenslagen wel laat verdrieten of ontmoedigen en wordt het gebruikt om de uitzondering te karakteriseren waarin dat niet gebeurt. En dat dit niet gebeurt, mag volgens de gangbare en zeer positieve betekenis van het woord niet worden toegeschreven aan een hart van steen of aan domheid, maar het moet op rekening worden geschreven van hoog te waarderen morele kwaliteiten als ijver en volharding, en het geldt dus als een persoonlijke verdienste. Op de achtergrond valt een soort van Stoïcijnse moraal te vermoeden, die zich onder alle omstandigheden actief verhoudt tegenover alles wat er gebeurt, en waarin de hoogste deugd, de 'apatheia' of 'onlijdelijkheid' erin bestaat om niet, zoals voor de hand ligt, gebukt te gaan onder verdrietige situaties en wederwaardigheden. De Stoïcijnen predikten geen voor de hand liggende deugden. Zij richtten zich tegen voor de hand liggende en bij mediterrane temperamenten overvloedig aanwezige zwakheden.

De belangrijkste activiteit die in verband met 'onverdroten' ijver en volharding telkens weer wordt vermeld en het werkwoord waarmee het als bijwoord het meest frequent wordt verbonden is 'doorgaan', de ingeslagen weg volgen en zijn plan uitvoeren, alsof er geen tegenslag was geweest. Dat 'alsof' of 'als het ware' moet in de context van 'onverdroten' duidelijk zijn betekenis hebben en als een soort van aanhalingstekens bewust aanwezig zijn. Het gaat niet om een domme of dorre afwezigheid van verdriet, om het ontkennen van een feitelijk en onmiskenbaar gegeven, om een onvermogen tot rouwen of om een schijn van vrolijkheid, zoals gesuggereerd in 'vrolijk verder gaan', maar om een morele overwinning op een werkelijk verdriet, behaald op grond van een beslissing. De regel van het voortgaan en het uitvoeren van een plan wordt gesteld tegenover de ontregelende invloed van de gebeurtenissen. Als over die beslissing teveel wordt gemoraliseerd, lijkt het er soms op, dat de Stoïcijnse achtergrond zo nadrukkelijk en zo dwingend aanwezig is, dat het verdriet en de verdrotenheid als een vrijwillige keuze en een onderdeel van een alternatief en afkeurenswaardig programma worden voorgesteld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden