Ontwikkelingssamenwerking in de marge

Minister Pronk hoeft nog maar zelden naar de Tweede Kamer te komen. En als hij dat moet, dan is het meestal vanwege incidenten, kleine Haagse binnenbrandjes die vlot weer geblust worden. De vaste Kamercommissie voor ontwikkelingssamenwerking bestaat niet meer en die voor buitenlandse zaken is, zoals ook vroeger, niet geïnteresseerd in het onderwerp (want wat weet de gemiddelde buitenlandspecialist nu van ontwikkelingssamenwerking: ze kennen vaak het verkiezingsprogramma van hun partij op dit punt niet eens). Pronk hoefde eigenlijk alleen nog voor de begrotingsbehandeling naar de Kamer en dat was, hoogstens, een verplicht nummer met alleen, zoals vorige week, wat Haags gekissebis.

De Kamerdebatten over ontwikkelingssamenwerking waren de afgelopen jaren van een dermate laag niveau, dat de droefenis daarover misschien wel groter is dan het afscheid van verschillende woordvoersters op dit terrein. Guikje Roethof missen ze in D66 blijkbaar al niet meer, dus dat is ook niet het geval met haar bijdragen over ontwikkelingssamenwerking. Die waren volgens veel experts een terechte blijk van de noodzaak tot haar vertrek. Annelize van der Stoel wist wel van wanten, maar nooit was duidelijk of ze voor de VVD sprak. De belangrijkste VVD-woordvoerder op buitenlandse zaken, Frits Bolkestein, passeerde haar regelmatig met hogesnelheidstrein ter rechterzijde. Josephine Verspagets invloed binnen de PvdA-fractie was mogelijkerwijs nog geringer. Haar trouw aan partijgenoot Pronk was zo groot, dat ze soms eerder ambtenaar dan Kamerlid leek. Driemaal afscheid van een eerste woordvoerder voor ontwikkelingssamenwerking, geen verkiesbare plaatsen meer of de eer aan zichzelf.

De droefenis wordt echter nog veel groter als we kijken naar wat achterblijft of wat komt. In de meeste fracties blijft geen enkele deskundigheid op ontwikkelingsterrein over. Sharon Dijksma's enthousiasme voor de PvdA is zo ongeveer omgekeerd evenredig met haar kennis over dit beleidsveld. D66 en de VVD hebben niets meer over. Daar komt bij, zo bleek al, dat de enkele fractiespecialist op dit terrein wiebelt aan de onderkant van de parlementaire pikorde. Ontwikkelingssamenwerking is voor de achterzijde van de fractie en je stijgt een eind op de ladder als je andere (buitenland)onderwerpen mag gaan doen. Lang vervlogen zijn de tijden van felle, levendige en af en toe ook nog inhoudelijke debatten van de jaren '70 en '80. Met heimwee kan men terugdenken aan Van der Spek vs. De Koning of Herfkens vs. Ruding.

Vervanging van de woordvoerders is evenmin in zicht. Op de voorlopige kandidatenlijsten van de verschillende partijen geen ontwikkelingsspecialisten. Zelfs buitenlandspecialisten zijn, zoals bij de PvdA, naar de marges van de lijst gedrongen. Nederland kijkt liever naar zijn navel, dat lijkt de keuze die de kiezer geboden wordt.

De concept-verkiezingsprogramma's maken het allemaal nog treuriger. De teksten over ontwikkelingssamenwerking zijn nog obligater dan in het verleden. Nergens is ook maar een sprankje van vernieuwing te bespeuren. Belangrijke onderwerpen worden veelal overgeslagen. Over coherentie van beleid bijvoorbeeld, is er alleen in het PvdA-programma een verplicht zinnetje. Alleen GroenLinks besteedt aandacht aan de hulp via internationale organisaties, toch een kwart van de begroting. Men houdt het veelal op wat woordjes over armoedebestrijding, de rol van de particuliere sector, en de hoogte van de hulp. Allemaal bezweringszinnen zonder enige inspiratie.

Ontwikkelingssamenwerking is weggedreven naar de marge van de Nederlandse politiek. Een belangrijke vraag is dan natuurlijk: 'Waarom?' Aan publieke steun ligt het niet. Enquêtes tonen een onverminderd hoge steun voor ontwikkelingssamenwerking en mondiale armoedebestrijding. De collectebussen van ontwikkelingsorganisaties stromen nog steeds vol. Bijna de helft van de Nederlandse huishoudens geeft voor internationale hulp. Als we de steun voor de kerken weglaten, dan is internationale (ontwikkelings)hulp het belangrijkste geefdoel van de Nederlanders, nog voor onze gezondheid en natuurbehoud. Kortom, politici zouden toch eigenlijk zieltjes moeten kunnen winnen met dit onderwerp.

Aan de armoede op deze aardbol kan het ook niet liggen. Die blijft 1,3 miljard armen groot. De kloof tussen arm en rijk blijft groeien: de bovenste helft wordt telkens weer zoveel rijker, dat de welvaartsgroei van de armen dat nooit kan compenseren. Die rijken consumeren bovendien zoveel dat de vraag is wat er voor de armen in de toekomstige generaties overblijft. Er lijkt dus nog steeds noodzaak tot beleid en debat.

Dan toch: 'Waarom?' De Nederlandse ontwikkelingsorganisaties mogen zich, denk ik, als eerste het wegvallen van ontwikkelingssamenwerking uit het politieke debat aanrekenen. Onder dit paarse kabinet is er 20 procent bezuinigd op de ontwikkelingsbegroting: we zijn van 1,0 procent van ons BNP in de jaren '80 naar 0,8 procent na de herijking van het buitenlands beleid in 1996 gegaan. Geen enkele ontwikkelingsorganisatie heeft zich daarover laten horen. Ook op andere terreinen leek kritiek op de minister en het gevoerde beleid (zoals de sterke focus op humanitaire hulp en het verwaarlozen van structurele en multilaterale hulp) uit den boze. In het debat over de effectiviteit van hulp ('werkt ontwikkelingshulp?') hield men zich veelal maar op de vlakte. De grote Nederlandse ontwikkelingsorganisaties lijken hun taak om op dit terrein het debat levend te houden en het beleid aan een kritische blik te onderwerpen, te hebben verruild voor een angstig wegschuilen voor mogelijke kritiek.

Minister Pronk treft, denk ik, ook blaam. Die is er in de afgelopen acht jaar niet in geslaagd om bruggen te bouwen tussen de achterban van ontwikkelingssamenwerking en de Haagse politiek. Anders gezegd, hij heeft uit het land geen steun weten te werven voor zijn strijd tegen bezuinigingen en zijn acties ten behoeve van een coherent beleid. Hij heeft daar ook geen moeite voor gedaan. Hij omschreef zich in de Kamer eens als een Hansje Brinker. Dat tekent het solistisch optreden, dat idee van die belaagde eenling in de barre en verdorven Haagse politiek. Een belaagde eenling ook binnen zijn partij, waarvan hij het verkiezingsprogramma de vorige maal nog schreef en dat hij nou moet kritiseren, omdat ontwikkelingssamenwerking er nagenoeg uit verdwenen is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden