Ontwikkelingssamenwerking gaat niet om geld

Staatssecretaris Ben Knapen (ontwikkelingssamenwerking) in Jemen. Over zijn budget wordt een verhit debat gevoerd. Beeld AFP

INTERVIEW - Het debat over bezuinigingen op ontwikkelingshulp wordt met de dag verhitter. Er wordt gegoocheld met percentages en bedragen. Het mag wel wat inhoudelijker, vindt hoogleraar Ton Dietz.

Het gaat helemaal niet om het geld. Het gaat om een duidelijke, nieuwe visie op ontwikkelingssamenwerking. Met name uitwisseling van kennis is veel belangrijker dan geld. En het oordeel of een project geslaagd is of niet, dat is aan de ontvanger, niet aan de gever.

Dat zijn de overtuigingen van Ton Dietz, hoogleraar sociale geografie en directeur van het Afrika Studiecentrum in Leiden, prominent deskundige op het gebied van ontwikkelingsvraagstukken. "Of het budget nou 4,5 miljard is, of 6,5 of 2,5, dat maakt niet uit. Het gaat om het principe."

Eendimensionale discussie
Terwijl de regeringspartijen en de PVV zich nog steeds verschansen in het Catshuis en wikken en wegen over nieuwe miljardenbezuinigingen - onder meer op ontwikkelingssamenwerking -- raakt het debat 'in het veld' steeds verhitter.

Kan er één miljard af van de huidige 4,4? Misschien wel twee? Maar het kabinet-Rutte hééft toch al bijna een miljard van het budget afgehaald, door het aandeel van het nationaal inkomen dat naar ontwikkelingssamenwerking gaat te verlagen van 0,8 naar 0,7 procent? Is daarmee niet al de bodem bereikt?

Het lijkt een eendimensionale discussie te zijn: je bent voor of je bent tegen bezuinigingen. Een middenweg is er niet. En er wordt vooral geschermd met bedragen en met dat ene percentage van 0,7.

Niet voor niets heeft Dietz al die tijd zijn mond gehouden, tenminste tegenover de pers, "omdat de journalistieke toonzetting me als tendentieus voorkwam en het gevaarlijk is om in het huidige klimaat woorden in de mond gelegd te krijgen", aldus Dietz in een e-mail die hij in kleine kring in het 'wereldje' rondstuurde. "Allemaal beginnen ze te vragen naar 'hoeveel kan er vanaf?' Voor ik het weet wordt mijn kritische houding vertaald in: 'de beuk erin, het kan met een miljard Nederlands geld ook wel'.

Geen ontwikkelingshulp meer door overheden
Alle reden om de kortzichtigheid achter ons te laten, en ambitieuze vergezichten te schilderen in Dietz' werkkamer in Leiden. Hoe ziet de sector er over tien jaar uit? "De officiële ontwikkelingshulp door overheden zal dan niet meer bestaan", zegt hij. "Ook alle regelgeving vanuit de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) zal dan zijn verdwenen."

Die officiële overheidsontwikkelingshulp (Oda, in Engelstalig jargon, komend uit de Oeso-koker), is tientallen jaren een ijkpunt geweest voor academici en politici. Ook de internationale norm van 0,7 procent van het bruto binnenlands product dat naar ontwikkelingslanden zou moeten gaan, en waar Nederland zich met een handvol andere landen nog steeds zo keurig aan houdt, stamt uit 1970, toen de wereld er heel anders bij lag dan nu.

"Als je nu kijkt naar landen als China, India en Brazilië: die doen het op hun eigen manier", zegt Dietz. "Ik kijk ook met verwondering hoe in Turkije een massale ontwikkelingsindustrie ontstaat. Die trekt zich niets aan van die Oda-normen, die doen hun
eigen ding."

'Linking and learning'
Wat de hoogleraar betreft moet Nederland een bescheidener rol spelen, meer ingebed in internationale inspanningen, en ligt de toekomst van de ontwikkelingssamenwerking in het 'linking and learning', zo schrijft hij in zijn recente e-mail.

Dat betekent: "Het bij elkaar brengen van expertise, pioniersactiviteiten en durfkapitaal waarvoor 'de markt' nog geen interesse heeft, op een aantal velden waarbij Nederland gezien wordt als expertisekampioen. Zoals water, landbouw en internationaal recht. Dan moet je dus helemaal af van dingen als begrotingssteun en sectorsteun van ondergefinancierde ministeries in Afrikaanse focuslanden."

Missers
Dietz heeft veldonderzoek gedaan in onder meer Ghana en Burkina Faso, en daar alle lagen van de lokale bevolking gevraagd naar een oordeel over ontwikkelingsprojecten. Het opvallendste was dat degenen die vaak het meeste profijt hebben van ontwikkelingsprojecten de mensen zijn die plaatselijk tot de middenklasse of zelfs de rijken worden gerekend.

De levens van de allerarmsten gaan er nauwelijks op vooruit - een soort conclusie die bij doorsnee-evaluaties door de donorlanden zelf zelden wordt getrokken.

Zeker, er zijn effectieve ontwikkelingsprojecten. Maar het aantal missers blijft groot. Dietz noemt hun eigenschappen op. "Top-down, geen overleg, hobbies, mensen die vanuit Europa hun ding willen doen, scoren, vlaggetjes neerzetten. Wat dat laatste betreft doet Nederland het dan nog redelijk decent."

Geen serieus 'geo-politiek debat'
Het ontbreekt in Nederland aan een serieus 'geo-politiek debat' over ontwikkelingskwesties, vindt Dietz. "In Groot-Brittannië maken ze veel meer strategische keuzes. Zo hebben ze de ontwikkelingsagenda gekoppeld aan de klimaatagenda, en ook aan mensenrechtenkwesties. Dat kwartje is hier niet gevallen."

Kritisch is Dietz ook over de huidige publiciteitscampagne 'Je Krijgt Wat Je Geeft' van 113 deels gesubsidieerde organisaties op het gebied van internationale samenwerking, zoals Cordaid, Oxfam Novib, Hivos en Icco.

Hun motto: voor een open economie als de Nederlandse is het puur eigenbelang om ontwikkelingslanden op de been te helpen of te houden. Want die investering krijgen we weer terug in termen van handelsverkeer en internationale invloed. Daarom: niet tornen aan die 0,7 procent en de bijbehorende 4 miljard euro.

Achterhoedegevecht
"Een achterhoedegevecht", noemt Dietz de campagne. "Het is toch opvallend dat je het in de publieke opinie neerzet alsof het om een grote hoeveelheid geld gaat waarmee je problemen oplost. Als ik kijk naar wat er met die 0,7 of 0,8 procent is gedaan, is er heel veel misgegaan. Er is weinig van geleerd. Het lerend vermogen in de sector is laag."

En wat te denken van de slogan "De campagnekant is plat, maar dat moet ook, anders dring je niet door tot de huiskamer. Maar 'Je Krijgt Wat Je Geeft'? Dat idee dringt niet door tot grote delen van de bevolking, mensen geloven dat helemaal niet."

Dietz betreurt ook dat de inhoudelijke ondersteuning mager is - op de website van de campagne staat nergens hoevéél we dan terugkrijgen van die 4 miljard gegeven geld.

Geen weggegooid geld
De hoogleraar wil wel de indruk wegnemen dat ontwikkelingshulp al die jaren weggegooid geld is geweest en dat Azië, Afrika en Latijns-Amerika hun recente welvaartsstijging zelf voor elkaar hebben gebokst - een opinie die steeds salonfähiger wordt.

"Heel veel verbeteringen op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en infrastructuur zijn op het conto te schrijven van de hulpindustrie. Als die er niet geweest zou zijn, was er lang niet zoveel bereikt."

Het probleem met dergelijke investeringen is wel dat het zo lang duurt voordat je de resultaten goed kunt beoordelen. Dat is lastig te rijmen met de hijgerige afrekencultuur van vandaag. "Bij onderwijs- of zorgprojecten kun je eigenlijk pas een generatie later kijken hoe het heeft doorgewerkt", zegt Dietz.

'Geen achterhoedegevecht'

"Ik wou dat ik de glazen bol had waarover Ton Dietz beschikt", stelt Tom van der Lee in een reactie op het interview met Ton Dietz. Van der Lee is bestuurslid van Partos, de branchevereniging van ontwikkelingsorganisaties, en woordvoerder van de publiciteitscampagne 'Je Krijgt Wat Je Geeft' tegen verdere bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking.

"Dietz voorspelt dat de officiële ontwikkelingshulp door overheden en de Oeso-regels over wat als ontwikkelingshulp mag worden aangemerkt, allebei over tien jaar niet meer bestaan. Waarom werkt de conservatieve Britse premier Cameron dan nu aan een wetsvoorstel waarin hij vastlegt dat het Verenigd Koninkrijk zich verplicht om 0,7 procent van zijn bruto nationaal product aan ontwikkelingssamenwerking te besteden?"

Vanaf volgend jaar komt er internationaal overleg op gang over een eventueel vervolg op de millenniumdoelen - gericht op het uitbannen van wereldwijde armoede - die in 2000 zijn afgesproken en tot 2015 lopen. "Dietz kent net zo min als ik de uitkomst van die internationale onderhandelingen", zegt Van der Lee.

Hij verzet zich tegen de uitspraak van Dietz dat Je Krijgt Wat Je Geeft een 'achterhoedegevecht' is. "Het realiseren van de millenniumdoelen is in onze ogen geen achterhoedegevecht. Wie voortijdig de oude schoenen aan internationale afspraken afdankt, terwijl er nog amper zicht is op nieuwe schoenen, schiet zichzelf pijnlijk in de voet."

Op Twitter is de term #jekrijgtwatjegeeft goed voor een dagelijkse berichtenstroom, en er was al vrij snel een open brief met 37 prominente ondertekenaars, onder wie Herman Wijffels, Doutzen Kroes, Peter R. de Vries en Louis van Gaal: "Snijden in ontwikkelingssamenwerking is ook snijden in onze eigen toekomst."

Doordat de campagne voornamelijk via internet en sociale media loopt, kunnen de kosten laag blijven, zegt Van der Lee: tot nu toe is 36.000 euro uitgegeven. Dat is ongeveer 315 euro per elke bij Partos aangesloten organisatie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden