Ontwikkelingsorganisaties aan leiband van ministerie

Minister Lilianne Ploumen voor buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking. Beeld ANP

Ontwikkelingsorganisaties lopen stevig aan de leiband van het ministerie van buitenlandse zaken. Opeenvolgende ministers hebben de autonomie van zowel de 'grote vier' - Oxfam Novib, Cordaid, ICCO en Hivos - als van talloze kleinere organisaties de afgelopen vijftien jaar drastisch ingeperkt, zonder dat de Tweede Kamer daar acht op sloeg, blijkt uit onderzoek van de Nijmeegse Radboud Universiteit.

"Het ministerie is erin geslaagd zelf achter het stuur te kruipen. Het beschouwt de organisaties als uitvoerders van zijn beleid", zegt onderzoeker Lau Schulpen.

Sinds 2011 kort Nederland miljoenen op de financiering van ontwikkelingsorganisaties. Daarnaast houden bewindslieden vast aan de lijn die na de millenniumwisseling is ingezet: ze vullen steeds meer verschillende thematische subsidiepotjes, zegt Schulpen. Organisaties die in aanmerking willen komen voor geld uit zo'n potje, moeten zich voegen naar de eisen die het ministerie eraan hangt.

Schulpen telde 47 van zulke potjes over de periode 2003-2020, waaruit maar liefst 510 verschillende organisaties geld krijgen of kregen. Minister Lilianne Ploumen voor buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking heeft er nu 37 onder haar beheer, dan wel in voorbereiding.

Dat was in de tweede helft van de vorige eeuw wel anders, aldus Schulpen. Toen ging de bulk van het geld dat het ministerie aan ontwikkelingsorganisaties gaf naar de genoemde grote vier, die ieder een stroming in verzuild Nederland vertegenwoordigden. De vier verdeelden het geld onderling, ze besteedden het naar eigen inzicht en verantwoordden zich achteraf.

Dat het geld nu zo wordt versnipperd, is prettig voor bewindslieden. Het is een bewuste strategie om hun grip op de besteding ervan te vergroten, zegt Schulpen. "Iedere minister zit deels vast aan het beleid van zijn of haar voorganger", zegt Schulpen. Die heeft geld gestopt in programma's die doorlopen wanneer een kabinet wisselt. "Om toch ruimte te hebben voor eigen beleid, creëert iedere minister eigen potjes voor thema's die hij of zij belangrijk vindt."

Zo hecht minister Ploumen aan de emancipatie van vrouwen. Zij stelde een subsidie beschikbaar voor projecten die zaken als moedersterfte of ongewenste zwangerschappen bestrijden. 264 organisaties tekenden in. Zij moesten onderling concurreren om de gunst van het ministerie en slechts negen organisaties zagen hun moeite beloond. De andere 255 visten achter het net.

Toegegeven, dit is een extreem voorbeeld, zegt Schulpen. Meestal gaat het om minder aanvragen. Blijft de vraag, vindt hij, of dit nou de manier is om geld te verdelen. "Concurrentie staat voorop, terwijl het moet gaan om samenwerking. De minister wil toch een sterk maatschappelijk middenveld?" En is het efficiënt, vraagt hij zich af. Al die organisaties steken tijd en moeite in hun voorstellen, het ministerie heeft ze alle 264 moeten beoordelen. "En dan is dit nog maar één potje." En heeft het ministerie de wijsheid in pacht, of is ontwikkelingswerk gebaat bij organisaties die meer naar eigen inzicht handelen?

Daarnaast zwalkt het beleid nogal. Omdat elke minister zijn stempel drukt, is het themalijstje van Ploumen niet te vergelijken met dat van haar voorgangers Eveline Herfkens of Agnes van Ardenne aan het begin van deze eeuw.

Opeenvolgende ministers kunnen hun gang gaan, zegt Schulpen, omdat de Tweede Kamer het hier nooit over heeft. "Het is de vraag of de Kamer zich interesseert voor ontwikkelingssamenwerking, laat staan voor financiering van ontwikkelingsorganisaties."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden