Ontwikkelingshulp dient Nederlands belang

Het is opmerkelijk hoe 'Nederlands' het opgelaaide debat over ontwikkelingssamenwerking is. Er wordt niet tot nauwelijks over de dijken gekeken naar wat er om ons heen in Europa en elders met internationale samenwerking gebeurt en hoe de geschiedenis in elkaar zit.

Zo komen columnisten en oud-politici (Bolkestein, Boekestijn, Wester, Scheffer) met theorietjes en beweringen waarvoor geen syllabe bewijs te vinden is. Zo zou ontwikkelingshulp een post-koloniale aflaat (Scheffer) of de prijs van ons slechte geweten (Boekestijn) zijn. Maar nergens is daarvoor enig bewijs te vinden. Deze beweringen getuigen van een gebrek aan kennis van de geschiedenis van 60 jaar ontwikkelingssamenwerking.

Niet de post-koloniale aflaat maar de Koude Oorlog zette de Amerikaanse president Truman aan tot het geven van buitenlandse hulp. Toen de Korea-oorlog losbarstte in 1950 verschoof het accent van Europa naar Azië. Zuid-Korea en Taiwan waren in de jaren vijftig en zestig grootontvangers van Amerikaanse hulp. Zo betaalde de VS meer dan twee derde van de importen en meer dan driekwart van de besparingen in Zuid-Korea in die periode. Wie denkt dat Aziatische landen hun economische ontwikkeling geheel zelf van de grond hebben gebracht, zou de historie van de ontwikkelingshulp aan Taiwan, Zuid-Korea, Indonesië en Thailand moeten bestuderen.

Toen de Europese donorlanden na hun economische wederopbouw steeds meer ontwikkelingshulp begonnen te geven, telde dat theorietje over schuldgevoel en postkoloniale aflaat evenmin. Ze hadden geen koloniën (Zweden, Noorwegen) of ze handelden uit andere motieven. Na de wederopbouw waren ze op zoek naar exportmarkten. Ontwikkelingshulp werd gebruikt om export en investeringen van het eigen bedrijfsleven te bevorderen. Zo waren het in Nederland de werkgeversorganisaties die in de jaren zestig opvoering van de ontwikkelingshulp het krachtigst bepleitten. Een kleine groep bedrijven heeft zodoende ruim dertig jaar baggerschuiten, vliegtuigen, kunstmest, of drachtige vaarzen geleverd. Minister Jan de Koning begon begin jaren tachtig met geleidelijke afschaffing van deze vorm van hulp.

Ontwikkelingshulp moet gemoderniseerd worden, stellen sommigen. Ook zij miskennen dat ontwikkelingssamenwerking vele heren en belangen gediend heeft en voortdurend is gemoderniseerd en aangepast. Zo zal voor de Amerikanen foreign aid altijd een politiek-strategsisch instrument zijn - in de Koude Oorlog, in de War on Drugs, en nu in de War against Terrorism. Het leidde tot miljardenverspilling in Irak en Afghanistan, verreweg de grootste ontvangers van ontwikkelingshulp in het afgelopen decennium.

De ontwikkelingshulp van de 21ste eeuw is niet alleen van belang voor armoedebestrijding en economische ontwikkeling, maar ook voor internationaal milieubeleid, bestrijding van grensoverschrijdende ziektes van mensen en vee, de internationale voedselvoorziening, het bevorderen van kennis en wetenschap, veiligheid, en voor het verminderen van sociale, religieuze en etnische tegenstellingen.

Nederland moet zich afvragen waarom het debat in geen van onze buurlanden zo kleinzielig verloopt als hier. Laten we het debat over ontwikkelingshulp eens voeren vanuit een visie op de plaats van Nederland in de 21ste eeuw, van een handelsnatie aan de Noordzee die nog steeds de hele wereld bereist, baat heeft bij een goede reputatie en goede contacten over de hele aardbol en die daarvoor een breed instrumentarium voor buitenlands beleid nodig heeft, waaronder ontwikkelingshulp.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden