Ontwerpen met de baksteen naast de computer

Nieuwe trend: jonge architecten willen het hele bouwproces beheersen, en zijn vooral

'Heel streng' zijn ze geweest, de keurmeesters van de beste architectuurprojecten van Nederland. Alle ronkende teksten die architecten toestuurden werden resoluut terzijde geschoven. En dat gold ook voor de stortvloed aan nachtopnames en andere sfeervolle foto's. "Hoe is het gebouw gemaakt? Hoe functioneert het? Hoe staat het in de omgeving? Dat waren heel sec de drie vragen die we hebben gesteld. En daarbij wilden we niet worden afgeleid of beïnvloed door mooie plaatjes en teksten", zegt architectuurhistoricus Linda Vlassenrood. Zij is een van de vier samenstellers van het gisteren gepresenteerde 'Jaarboek Architectuur in Nederland 2012/2013', waarin de dertig beste architectuurprojecten van het afgelopen jaar zijn opgenomen. Reikhalzend kijkt de architectenwereld er elk jaar naar uit.

Een vermelding in het jaarboek - dit is de 26ste uitgave - is goed voor het imago. Zeker in deze crisistijd weegt dat zwaarder dan ooit. Dat hebben ook de juryleden gemerkt: ruim vijfhonderd projecten werden ingediend, meer dan vorig jaar. Bovendien werden ze bedolven onder 'wijdlopige' toelichtingen en sfeervolle foto's. Vlassenrood: "Je merkt écht dat architecten meer dan ooit hun best doen om in het jaarboek te komen."

De redactie bezocht vijftig projecten om daaruit de dertig beste te kiezen. Alleen al uit de selectie blijkt de economische crisis: maar één bedrijfsgebouw, het kantoor van VolkerWessels kreeg een vermelding. Het jaarboek telt zeven gebouwen voor zorg en onderwijs en zeven particuliere woningen, sectoren waarin ondanks de crisis nog wel wordt gebouwd. Bij de woonhuizen valt op dat ze vaak weinig opsmuk hebben en aan de buitenkant niet imponeren.

Renovatie en hergebruik worden steeds belangrijker. Opvallend is het aandeel culturele gebouwen (zeven), al wordt het beeld vertekend doordat in Amsterdam drie musea gereed kwamen: het Rijksmuseum, het Stedelijk Museum en het filmmuseum Eye. Maar wat de redactie het meest heeft verrast is het vakmanschap van jonge architecten, die ondanks de malaise in de bouw hun eigen weg zoeken en die ook vinden.

Vlassenrood: "Dat is voor mij de belangrijkste nieuwe trend in de architectuur. Deze architecten zijn niet gespitst op het ontwerpen van kekke gebouwen en iconen die hun omgeving domineren. Ze willen goede gebouwen maken die ook iets toevoegen aan de straat, de wijk of de stad. Vakmanschap, kwaliteit en degelijkheid staan bij hen voorop. Ik ervaar het als een verademing dat de tijd van iconen en het gladde en strakke design voorbij lijkt."

Opvallend is ook dat jonge architecten álles willen doen. Ze willen het hele ontwerp- en bouwproces van begin tot eind beheersen. Vlassenrood: "Ze ontwerpen als het ware met de baksteen naast de computer."

Drie van die 'voortrekkers' hebben het jaarboek gehaald: Zecc uit Utrecht, Korth Tielens uit Amsterdam en Happel Cornelisse Verhoeven uit Rotterdam. Het laatste bureau heeft het Noord-Hollands Archief in Haarlem verbouwd. Met dit project hebben ze volgens Vlassenrood overtuigend aangetoond dat minder geld niet hoeft te leiden tot schrale architectuur. Door slim hergebruik van materialen, standaardisatie en schuiven met begrotingsposten kon het gebouw toch een mooie nieuwe gevel krijgen.

'Realistisch pragmatisme', met die woorden zou Vlassenrood willen omschrijven hoe deze jonge architecten met hun vak omgaan. "Ze willen niet even snel scoren met een iconisch ontwerp, maar alles heel goed maken en inpassen in de omgeving. Ze hebben lol in het vinden van praktische oplossingen."

Voor de buitenwereld lijkt het misschien kinderachtig. Maar er zijn architecten die ervan dromen om ooit op de cover van het Jaarboek Architectuur te staan. De keuze wordt overigens niet gemaakt door de samenstellers van het jaarboek met daarin de dertig beste architectuurprojecten van Nederland. De uitgever, NAi Uitgevers in Rotterdam, heeft het laatste woord en denkt daarbij natuurlijk ook aan de verkoopcijfers.

Dit jaar lag de winnaar wel een beetje voor de hand: het vernieuwde Rijksmuseum is niet voor niets één van de meest besproken verbouwingen in het afgelopen decennium.

Het Spaanse architectenduo Cruz en Ortiz, bekend om zijn sobere ontwerpen, verdient ook alle lof voor de wijze waarop het dichtgeslibde gebouw uit 1885, een ontwerp van architect Pierre Cuypers, weer open en licht is gemaakt. Uitgangspunt voor Cruz en Ortiz was dat bezoekers bij het rondlopen het gevoel moesten krijgen 'dat het altijd zo is geweest'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden