Ontwapenende vitaliteit in zwierige Kersentuin

’De Kersentuin’ van Anton Tsjechov door Nationale Toneel o.r.v. Erik Vos; tournee t/m 13-2-2010; inl.: 070-3181444 of www.nationaletoneel.nl

Het klassieke repertoire is een beetje het stiefkindje op de Nederlandse planken dit seizoen. Dat hoeft niet eens zo te verbazen gezien de allang bestaande neiging om, als men ze al speelt, klassieke stukken op te laten gaan in sterk bewerkte versies. Soms levert dat een verrassende visie op, soms rest nauwelijks meer dan een geleende titel. En waarom zou je ze dan nog spelen?

Natuurlijk kan geen theatermaker zijn persoonlijke en eigentijdse kijk op het origineel wegpoetsen. Juist de confrontatie tussen het nu en toen is de blijvende kracht van het ’oude’ repertoire. Iemand als Erik Vos (80), al sinds de jaren zestig, zeventig erkend toneelvernieuwer, laat dat tot op de dag van vandaag zien. Zijn enscenering van Tsjechovs ’Kersentuin’ (1904) straalt het uit en geeft meteen extra glans aan de hem net toegekende VSCD Oeuvreprijs 2009.

Vos geeft het taaleigen van Tsjechov een opfrisbeurt, haalt overtollige ruis uit de dialogen, geeft daarmee zijn acteurs meer bewegingsruimte en laat tegelijk personages en stuk in hun waarde. De manier waarop toont aan, dat zoiets als modieuze woordkeus een overbodige en doorgaans ordinaire kunstgreep is om de herkenbaarheid voor een hedendaags publiek te vergroten.

Wie kan zich niet verplaatsen in een Ljoeblov, die weigert de harde realiteit onder ogen te zien dat zij bankroet is en daarmee haar landgoed, of in Lopachin, de rijk geworden kleinzoon van een voormalige lijfeigene, die aarzelt tussen respect voor de familie en realiteitszin, het weten hoe de vergane glorie weer rendabel te maken? Beiden op het knooppunt tussen een oude en een nieuwe tijd maar, zomin als de anderen, in staat een brug te slaan.

Hun onvermogen is zo dieptreurig, dat je er onwillekeurig om moet lachen. Dat vond Tsjechov zelf en dat halen Vos en de acteurs naar voren. Gelukkig zonder komisch te zijn. Razendsnel schakelend tussen voortdurend wisselende stemmingen laat Betty Schuurman een Ljoeblov zien, die zichzelf voor de gek houdt door voortdurend toneel te spelen.

Van sentimentele tranen zo op een nuchter „enfin” overstappend sleept zij het publiek overrompelend door een heel scala aan geëxalteerde neurosen heen. Ontroerend ook, als de onzekerheid over de veiling van het landgoed Ljoebov even de baas wordt. De gedachte dat Sacha Bulthuis deze rol had zullen spelen, doet minder pijn door Schuurmans ontwapenend authentieke vitaliteit. Schitterend is het tegenspel van Stefan de Walle als Lopachin, met een al even oorspronkelijke vertolking van de nouveau riche die zijn zakelijk inzicht maar niet weet te paren aan zelfvertrouwen.

In Vos’ zwierige enscenering – in een wat wolkig decor van Tom Schenk – dragen De Walle en Schuurman de voorstelling met zo’n bruisend elan, dat je de nogal stereotiepe personages van de meeste andere acteurs voor lief neemt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden