...ontstak de onderzoekster in woede

Was het ordinair jatwerk? Een geniale vondst? Of van allebei een beetje? Feit is dat James Watson en Francis Crick, en niet hun deskundiger concurrenten, de geschiedenis zijn ingegaan als de wetenschappers die de structuur van DNA hebben opgehelderd. Met hun bekende wenteltrapmodel, op 25 april 1953 gepubliceerd in het vakblad Nature, hebben de twee het moderne DNA-tijdperk ingeluid.

Sander Becker

Het verhaal begint in 1951, als de Amerikaan Watson -dan amper 23 jaar oud- zich in het Britse Cambridge vestigt. Daar, in het Cavendish-laboratorium, denkt de jonge bioloog de structuur van DNA te kunnen achterhalen. Hij gelooft in de nieuwe techniek die ze daar hanteren: röntgen-kristallografie, een methode waarbij weerkaatsende röntgenstralen een vage fotografische impressie van een molecuul opleveren.

In het lab komt Watson in contact met Crick, een 35-jarige natuurkundige die -tot ergernis van zijn baas- nog steeds niet klaar is met zijn promotie. Crick probeert de vorm van hemoglobine te achterhalen, maar het kan hem niet boeien. Liever brengt hij zijn dagen door met filosoferen over DNA, iets waarmee hij bij Watson aan het juiste adres is. De twee brengen elkaar het hoofd op hol: zij moeten en zullen het DNA kraken, ook al hebben ze geen van beiden verstand van biochemie.

Een probleem is dat de heren in Cambridge geen gelegenheid krijgen om aan de erfelijkheidsdrager te werken. Jaloers kijken ze naar hun collega's van het Londense King's College, dat DNA tot speerpunt heeft verheven. Vanuit dit paradijs werpt de bevriende Maurice Wilkins hun af en toe een nieuwtje toe. Zo onthult hij dat DNA waarschijnlijk een spiraalvorm heeft. Dat zou gebleken zijn uit foto's, gemaakt door zijn getalenteerde maar nogal nukkige collega Rosalind Franklin. Deze vrouw wordt woedend als ze het 'verraad' van Wilkins ontdekt. Uit wraak laat ze voortaan niets meer over haar werk los.

Om er toch wat meer over aan de weet te komen, woont Watson in november 1951 een lezing van haar bij. Daar komt hij razend enthousiast vandaan; 'nog wat passen en meten en klaar', denkt hij in zijn overmoed. Terug in Cambridge gaat hij direct met Crick aan de slag om een DNA-model in elkaar te zetten, gebaseerd op de lezing. De bouwstenen zijn dan al enige tijd bekend: een lange ketting van suikers en fosfaten, waar vier typen basen aan hangen (adenine, cytosine, thymine en guanine). De grote vraag is hoe dit alles in elkaar steekt.

Na enig gepuzzel met een metalen bouwpakket komen Watson en Crick uit op een drievoudige spiraal, een 'triple helix'. Maar als ze dit model vol trots aan Rosalind Franklin presenteren, lacht deze hen uit. Het model strookt totaal niet met de cijfers uit haar lezing; Watson, die destijds geen aantekeningen had gemaakt omdat hij zijn geheugen onfeilbaar achtte, heeft een enorme blunder begaan.

Na deze blamage houden Watson en Crick het aanvankelijk voor gezien. Ze moeten wel, want hun directeur verbiedt hun om zich nog één seconde langer met DNA bezig te houden. Ze geven hun bouwpakket aan Franklin, zodat die de klus kan afmaken. Maar zij laat het metalen geraamte in een hoek verstoffen.

In de maanden die volgen, gaan de heren elk huns weegs. Ze praten nog wel over DNA, maar ze berusten er al min of meer in dat een van hun beter ingevoerde concurrenten met de eer zal gaan strijken. Met een schuin oog kijken ze vooral naar Linus Pauling, een fysisch-chemicus en een vermaard pionier op het gebied van molecuulmodellen.

Maar ook grootheden kleunen wel eens mis, ontdekt Watson in december 1952. Hij heeft zojuist op slinkse wijze een nog ongepubliceerd artikel in handen weten te krijgen waarin Pauling 'hét DNA-model' presenteert. Dit model kan niet kloppen, begrijpt Watson, want Pauling heeft over het hoofd gezien dat DNA een zuur moet zijn -een zeldzame stommiteit, verklaart de bioloog later in zijn smeuïge boek 'The Double Helix'.

Watson reist naar Londen om Wilkins en Franklin van de hilarische fout op de hoogte te stellen. Allereerst komt hij oog in oog te staan met Franklin. Er volgt een cruciale scène met een hoog soapgehalte, die helaas alleen vanuit Watsons perspectief is belicht.

De twee zouden een hoog oplopende ruzie hebben gekregen over de vraag of DNA een spiraalvorm kan hebben. Watson vindt van wel, Franklin meent dat daar nog geen enkele aanwijzing voor is. Waarop hij zegt dat ze incompetent is en dat ze haar eigen röntgenfoto's fout interpreteert. Waarop zij in woede uitbarst en hem de kamer uit bonjourt. Waarop Watson prompt tegen Wilkins aanloopt, bij wie hij zich beklaagt over de opvliegerige Franklin. Waarop Wilkins, die al maanden met de vrouw overhoopligt, een grote lotsverbondenheid met Watson voelt. Waarop ze vertrouwelijk aan de praat raken en Wilkins Watson de beste foto toont die Franklin tot dan toe van DNA heeft gemaakt.

Díe afbeelding, daterend uit mei 1952, doet het hart van Watson op slag harder kloppen. Want in de vage zwarte vlekjes ziet hij niet alleen de bevestiging van zijn vermoeden dat DNA spiraalvormig is, hij krijgt er ook het idee door dat het een dubbele spiraal moet zijn, al laat hij zijn 'lotgenoot' daar niets van blijken.

Terug in Cambridge gaat Watson als een bezetene aan het werk, opnieuw samen met Crick. Ze blijven puzzelen, daarbij geholpen door allerlei cijfermateriaal dat via Wilkins uit Londen toestroomt. Ook in Londen is inmiddels het besef doorgedrongen dat DNA uit twee lagen bestaat. Maar in welke vorm toch?

De laatste sleutel die Watson nodig heeft komt van zijn collega Jerry Donohue. Die leert hem dat de bouwstenen uit zijn model een verkeerde onderlinge grootte hebben. Op 27 februari besluit de ambitieuze bioloog om zelf nieuwe bouwstenen te knippen van karton, want hij heeft geen geduld meer om nieuwe metalen exemplaren te laten maken.

Een dag later heeft hij zijn model klaar, met de basen aan de binnenkant, en niet, zoals iedereen toen veronderstelde, aan de buitenkant. De basen zijn twee aan twee gepaard, als vormen zij de treden van een trap. Ziedaar het model van de wenteltrap.

Watson, Crick en Wilkins nemen in 1962 de Nobelprijs in ontvangst. Franklin, die nooit heeft geweten dat haar foto van doorslaggevende betekenis is geweest, ontbreekt bij de gelegenheid; ze is in 1958 aan kanker overleden. Postuum krijgt ze evenwel veel lof toegezwaaid. En ze wordt een icoon van de internationele vrouwenbeweging.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden