Ontspannen zakelijkheid

Na de polarisatie van Rutte I laat het regeerakkoord een doorbraak naar nieuw evenwicht zien. Aandrang tot ideologische afrekeningen, zoals onder 'Paars II', ontbreekt.

Het leek wel of David Brooks bij de heren Rutte en Samsom op de koffie was geweest, toen hij vorige week zijn column in The New York Times wijdde aan de kwintessens van gematigde politiek. De column blijkt een handzame leeswijzer van het regeerakkoord, dat de twee belangrijkste politieke leiders in Nederland maandag presenteerden. "Een gematigde politicus haalt zijn visie niet uit filosofische werken, maar uit geschiedenisboeken", schreef de Amerikaanse commentator. Hij bedoelde dat zo'n politicus zich niet geheel en al overlevert aan een ideologie, maar oog heeft voor de wijze waarop mensen leven, wat hun drijfveren zijn en waarover ze grondig van mening verschillen.

Het is een wijsheid die de politiek in ons land van politieke minderheden lang heeft gekenmerkt. Coalitiekabinetten moesten, wilden zij tijd van leven hebben, een zakelijke, pragmatische politiek voeren. 'Als het niet kan zoals het moet, moet het maar zoals het kan', was het motto van de christen-democraat Jan de Koning. Voor de Nederlandse politiek had het een algemene geldigheid en de politicus die de wijsheid uit het oog verloor, zoals PvdA-leider Joop den Uyl in de jaren zeventig, zag zijn ambities snel gefnuikt.

Brooks schreef dat er geen ultieme oplossingen zijn voor de grote ideologische conflicten tussen conservatieven en progressieven in zijn land. De kunst is een balans te vinden tussen de tegengestelde opvattingen, die elk wel een kern van waarheid meedragen. Als je het land bestuurbaar wilt houden, kan dat niet zonder uitruil. In de Verenigde Staten lukte dat zolang de welvaart groeide en de Amerikaanse Droom voor iedereen binnen bereik leek, maar de politiek van geven en nemen stagneerde toen het communisme als rivaliserend systeem instortte en vervolgens door de vlucht van kapitaal en arbeid naar elders de sociale mobiliteit stokte.

De verharding van de tegenstellingen tussen Democraten en Republikeinen heeft in Washington tot een bestuurlijke verlamming geleid, waardoor grote problemen, zoals de positie van de circa elf miljoen 'immigranten zonder papieren', onopgelost blijven en de herverkiezing van Barack Obama onzeker is.

De toestand van verlamming is in de eerste tien jaar van de nieuwe eeuw ook kenmerkend geweest voor politiek Den Haag. De christen-democraat Balkenende heeft het vanaf 2002 twee keer over rechts en één keer over links geprobeerd, maar hij is er niet in geslaagd een meer duurzame politieke samenwerking tot stand te brengen, zo noodzakelijk voor een stabiel bestuur. Ook de derde poging via centrum-rechts, onder leiding van de liberaal Rutte, mislukte.

De kiezers hebben dan ook volgens een ijzeren logica gehandeld door nu PvdA en VVD de opdracht te geven het, met overslaan van het centrum, samen te rooien. Als het niet op de klassieke manier kan, dan maar op een meer onorthodoxe wijze. Rutte en Samsom hebben van politieke intelligentie blijk gegeven door die opdracht te verstaan en ernstig te nemen. De PvdA-leider vertelde maandagavond in het tv-programma Pauw & Witteman dat op Prinsjesdag een onbekende vrouw hem bij de revers had gegrepen en recht aankijkend had bezworen: "Maak er wat van!" Samsom had dat begrepen als een oproep een stabiel kabinet te vormen.

Niet zozeer logica als wel een constante in de kiezersuitspraken van de laatste tien jaar is dat de politicus die de meeste verwachtingen oproept, een herkansing krijgt. Hij wordt niet na een eerste mislukking afgedankt, maar mag het nog een keer proberen. Balkenende kreeg zelfs twee herkansingen, Rutte nu zijn eerste. Er was de liberaal dus vanaf dag één veel aan gelegen de onderhandelingen met de PvdA tot een succes te maken. Zijn taxatiefout uit 2010, vertrouwen te stellen in de populist Wilders, heeft hem wel beschadigd, maar hij kan revanche nemen en aldus uitgroeien tot een politicus die op een episode in de geschiedenis zijn stempel kan drukken.

Rutte zou zich daarmee voegen in de rij van Ruud Lubbers, Wim Kok en, toch ook, Jan Peter Balkenende. Dat diens kabinetten voortijdig sneuvelden, lag mede aan de coalitiepartners VVD en PvdA, die aanvankelijk minder tegen de polarisatie bestand bleken dan het CDA. Met zijn tweede kabinet boekte hij belangrijke resultaten, waarvan de beëindiging van het Zwitserleven-gevoel door afschaffing van de luxueuze prepensioenregelingen misschien wel de voornaamste was.

Net als de Amerikanen leven we in Europa op te grote voet en is een terugtocht nodig, die vanwege de pijn grote sociale en politieke spanningen oproept, vooral onder degenen die nog maar kort deel uitmaken van de middenklasse. De omstandigheden leveren voor populisten een vruchtbare voedingsbodem op. Toch heeft de verkiezingsuitslag laten zien dat de traditionele partijen, op een dieper gevoelsniveau, nog altijd krediet hebben - uitgezonderd in deze fase het CDA. Voor VVD en PvdA ligt er dus ook een uitgelezen mogelijkheid onder het uittrappen van de politieke strovuurtjes hun herwonnen posities te bestendigen. Ook op dit punt hebben Rutte en Samsom getoond de tekenen van de tijd te verstaan.

Hun regeerakkoord is een schoolvoorbeeld van de trade-off, de uitruil die David Brooks beschouwt als inherent aan een gematigde politiek. Hij acht de geschiedenis een goede raadgever, omdat die laat zien dat de vooruitgang van zijn land net zozeer te danken is aan de individuele prestaties van burgers als aan de sociale cohesie. Loon naar prestatie staat weliswaar op gespannen voet met het belang van een zekere inkomensgelijkheid, maar het gaat om de balans tussen het liberale en het sociaal-democratische principe.

De toenmalige VVD-leider Hans Wiegel rekende zich in de jaren zeventig al politiek rijk, toen hij na een verkiezingsdebat in Groningen Den Uyl in een restaurant achter een forse steak aantrof. "Hé, toch een biefstuksocialist", riep hij met een sarcastische lach. "Nee", antwoordde Den Uyl, "loon naar werken." Het was in die tijd van heftige polarisatie onmogelijk de prestatiemoraal van de VVD te verbinden met de nivelleringsdrang van de PvdA. Rutte en Samsom is dat wel gelukt. Ze hebben daarmee een stap vooruit gezet in de kunst van democratische politiek.

Niet minder van betekenis is dat zij het hebben aangedurfd de bestemming van de natie opnieuw te definiëren. De afgelopen tien jaar heerste er op dat punt een grote verlegenheid, die de populisten de wind in de zeilen blies. Rutte en Samsom appelleren niet alleen aan het eeuwenoude vermogen van de Nederlanders tot samenwerking, ze leveren met hun akkoord ook zelf het bewijs daarvan. Deze natie kent geen Nederlandse Droom die haar voortbeweegt, maar wel een traditie van 'Eendracht die kleine dingen groot maakt', zoals in de Trêveszaal de Hollandse maagd de ministers met de spreuk 'Concordia res parvae crescunt' voorhoudt.

Rutte en Samson hebben met hun regeerakkoord meer dan alleen een fundament gelegd voor het beleid in de komende jaren. Minstens zo belangrijk zijn de bijkomende strategische doelen: stabiliteit in het landsbestuur, beëindiging van de polarisatie en een poging een nieuw evenwicht te vinden in het contract met de samenleving. Een van de eerste grondwetmakers in de wereld, de Amerikaan John Adams, omschreef dat contract in 1779 als een afspraak waarbij 'het gehele volk met elke burger en elke burger met het gehele volk overeenkomt dat allen zullen worden geregeerd door wetten die het algemeen welzijn dienen'. Die overeenkomst staat sinds een jaar of tien door gepolitiseerd wantrouwen onder grote druk.

In het streven naar een nieuw evenwicht tussen politiek en burgers lijken Rutte en Samsom te kiezen voor een houding van openheid en ontspannen zakelijkheid die past bij de tijd. Op dit punt is voorzichtigheid geboden, omdat elke nieuwe coalitie begint met een vloed aan goede voornemens. The proof of the pudding is in the eating. Het wachten is hoe de hoofdrolspelers zich gedragen in hun eerste conflict. Iedereen herinnert zich hoe snel de goodwill-toernee van honderd dagen van het kabinet-Balkenende/Bos in korte tijd verkeerde in een loopgravenoorlog over het ontslagrecht. Bovendien, nergens bladdert de verf van goede voornemens zo snel af als in de alledaagse politiek, zeker onder de verhitte aandacht van media voor de buitenkant.

Een open en ontspannen stijl kan aan de zucht naar emoties tegenwicht bieden, alsook de oppositie ontwapenen. Vooral de partijen in het midden moeten vrezen dat het streven van het kabinet Rutte/ Asscher bruggen te slaan, naar oud-Hollands recept in samenspraak met de sociale partners, hun overbodigheid zal aantonen. De langzame verwurging van het resterende midden staat in de onzichtbare letters van het regeerakkoord geschreven - de politiek als machtsstrijd wordt in Nederland altijd goed gecamoufleerd. Het CDA helpt bij voorbaat een handje door de C in zijn naam weg te relativeren als, naar een opmerking van het Kamerlid Mona Keijzer, 'een verwijzing naar waar we vandaan komen'.

Anders dan bij het tweede paarse kabinet in de jaren negentig ligt openlijke machtspolitiek bij het opruimen van restanten van christelijk Nederland niet voor de hand. Het nieuwe kabinet heeft er belang bij de verhoudingen met de middenpartijen goed te houden met het oog op zijn minderheidspositie in de senaat. Dat is niet de enige reden. De agenda van deze coalitie is een sterk economische. De coalitie heeft alleen al daarom geen belang bij het aanwakkeren van welke Kulturkampf dan ook. Dat is een groot verschil met Kok II, dat in de publieke rechtsordening in zaken als euthanasie, prostitutie en huwelijk en gezin zonder veel scrupules de zelfbeschikking van het individu op de voorgrond plaatste ten koste van de ordinantiën uit de christelijke traditie. Het scheelt bovendien dat de ideologische scherpslijpers van D66 niet meedoen.

De oplossing die Rutte en Samsom hebben gevonden voor de kwestie van de 'weigerambtenaren' (acceptatie van bezwaarden, maar geen aanstelling van nieuwe) is vermoedelijk maatgevend. Zij getuigt van redelijkheid en doet recht aan de opvattingen van beide kampen. Een schoolvoorbeeld van gematigde politiek, dat gunstig afsteekt bij de keiharde polarisatie in de Verenigde Staten over dit soort ethische kwesties, voorop de abortus. De culturele oorlogen die daar worden uitgevochten zijn afschrikwekkend, niet alleen omdat er zelfs doden bij vallen, maar ook omdat zij een ernstige bedreiging zijn van een democratische cultuur die de kunst van het omgaan met verschillen vooropzet.

In dat perspectief kan het akkoord van de leiders van VVD en PvdA worden gezien als een doorbraak naar een nieuw evenwicht en nieuwe verhoudingen. Deze verwachting steunt vooralsnog op de vernuftige uitruil, het gevoel van urgentie en de ernst die Rutte en Samsom aan de dag leggen.

Maar natuurlijk geldt nog altijd het woord waarmee Rutte's politieke voorvader Thorbecke in 1849 als premier naar de Kamer kwam: 'Wacht op onze daden'.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden