Ontsnapt aan de reisleider

Dorpelingen uit de omgeving bieden op de markt in Split hun verse groente aan. (FOTO'S BERT VAN PANHUIS) Beeld
Dorpelingen uit de omgeving bieden op de markt in Split hun verse groente aan. (FOTO'S BERT VAN PANHUIS)

Tegen de oostelijke muur van het paleis van Diocletianus wordt dagelijks markt gehouden.

Dorpelingen uit de omgeving staan er met hun verse waar achter lange tafels. Wie zijn groenten en fruit van het seizoen kersvers op tafel wil zetten, moet hier tot één uur in de middag zijn slag slaan. Wilde asperges, als potloden zo dun, staan hier frisgroen in emmers te koop. In Nederland betaal je er een vermogen voor, hier zijn ze een paar euro per bos. Er zijn kleine wilde aardbeitjes, pruimen en sinaasappels en kraampjes met zelfgemaakte honing. Ineens kun je midden op een kruispunt op de markt op verkopers stuiten met kratten vol slakken in hun huisjes.

Aan de andere kant van het paleis, maar wel binnen de oude muren, is de vismarkt. Wil je de oogst van de nacht goed kunnen bekijken dan dien je er vroeg bij te zijn. Eigenaren van restaurants lopen rond om de beste vis binnen te halen.

Vooral inktvis is er bij de vleet. De glibberige tentakels liggen over de bakken uitgespreid. Net als bij de groentenmarkt is het op zaterdagmorgen het drukst. Dan doen de meeste bewoners van Split hun inkopen voor de zondag en de rest van de week.

Als de bewoners het flaneren over de boulevard van Split beu zijn, bijvoorbeeld in het hoogseizoen van het toerisme, dan nemen ze aan de westkant van die boulevard de trap naar boven, naar de Marjanheuvel.

Die is op zijn hoogste punt 189 meter en boven heb je, als het niet te heiig is, een prachtig uitzicht over de stad en de voor de kust gelegen eilanden. De Joegoslavische leider Tito had hier in de heuvels zijn Dalmatische residentie en ook andere leden van de toenmalige en huidige elite hebben er hun villa’s.

De grove dennen, ’pijnbomen’, geven in de zomer een heerlijke beschutting tegen de zon. Langs de wandelpaden kun je, als je een kennersoog hebt, de wilde asperges opsporen en plukken. Waar de pijnbomen hen de ruimte geven, staan de honderdjarige agaves met hun gekartelde bladen. Daartussen schiet een metershoge steel de lucht in waaraan rozetten komen. Een keer in de soms twintig jaar staan ze even in bloei en daarna sterven ze af.

Ivan Mestrovic (1883-1962) geldt als de beroemdste moderne beeldhouwer die Kroatië heeft voortgebracht. De autodidact Mestrovic moest in 1941 voor de Kroatische fascisten vluchten en vestigde zich in de Verenigde Staten. Na 1945 weigerde hij terug te keren en werd Amerikaans staatsburger. In de Marjanheuvels liet hij in de jaren dertig een villa bouwen, maar hij heeft er slechts twee jaar gewoond.

Nu biedt het gebouw plaats aan de Galerija Ivana Mestrovica. Wie houdt van robuust beeldhouwwerk heeft er een paar aangename uren. Prachtig zijn de grote Adam- en Evafiguren, maar het mooist is wel zijn weergave van de bijbelse figuur Job. De wanhoop straalt van iedere centimeter van het beeld af. Mestrovic maakte de schetsen voor het bronzen beeld tijdens zijn internering door de fascisten en beeldhouwde Job in Rome, nadat het door de geallieerden was bevrijd.

Net zo de moeite waard is het Mestrovic Kastelet, dat even verderop aan de bergweg ligt. Het is een kerk met een atrium en in het gebouw staan 24 houten sculpturen die het leven van Jezus weergeven, van de aankondiging van zijn geboorte door de aartsengel Gabriël tot het ’Houd me niet vast’ tegen Maria Magdalena. Het zijn verfijnde, expressieve werken, die als reliëfs aan de wanden hangen. Een genot om langs te lopen.

Net buiten de noordelijke Gouden Poort van het paleiscomplex van Diocletianus staat een vijftien meter hoog bronzen beeld van Gregorius van Nin, een bisschop uit de 10de eeuw die het pauselijk gezag trotseerde en gedaan kreeg dat de mis in de Kroatische volkstaal mocht worden opgedragen. Eerst stond het beeld binnen de muren van het paleis, maar tijdens de Italiaanse bezetting in de Tweede Wereldoorlog is het verplaatst en daar heeft men het ook na 1945 laten staan.

Het beeld, van Ivan Mestrovic, torent als een massieve beschermheilige boven de stad uit. Het volksgeloof wil dat het geluk brengt als je even over de grote teen van Gregorius wrijft en dat is zo vaak gedaan dat de teen er helemaal van glimt.

Van de wijken buiten het historisch centrum is eigenlijk alleen Poljud, aan de noordwestkant van de stad, interessant. Hier, tegen de jacht- en goederenhaven aan, ligt ’Poljudska ljepotica’, de schoonheid van Poljud, het stadion van Hajduk Split. Het heeft de vorm van een half geopende schelp. Nog onder het oude Joegoslavische regime is het stadion in 1979 gebouwd voor de Mediterrane Spelen. Daarna werd het de thuisbasis van Hajduk. Dat haalde, in de schaduw van aartsrivaal Dinamo Zagreb, in 1995 de kwartfinales van de Champions League, waar het werd uitgeschakeld door de latere winnaar Ajax. Er zijn plannen voor een grondige renovatie van het stadion. Maar na het misgrijpen door Kroatië van de organisatie van het EK 2012 zijn ze op de lange baan geschoven.

Aan de noordkant van de baai, tegenover Split, liggen zeven kasteelstadjes op een rij, als pareltjes tegen het Kozjakgebergte. Ooit waren hier twintig kastelen en forten om de bevolking en het achterland te beschermen tegen piraten en vooral Turkse indringers vanaf de zee. De meeste forten-kastelen liggen strategisch op een eilandje voor de nederzettingen en de eigenaren trokken hun ophaalbrug op als er onraad was.

Dikwijls werd de aanleg begonnen door een edelman of zelfs meerdere edellieden uit het naburige Trogir. In de loop der tijd kwamen er romaanse en gotische kerken te staan. Als je door de vaak nauwe straatjes loopt lijkt het leven in de vissersstadjes stil te staan.

Kastel Gomilica ligt op een stuk land dat aan het eind van de 11de eeuw door de Kroatische koning werd geschonken aan de benedictijner nonnen. Ze deden er meer dan vier eeuwen over om hun klooster uit te bouwen tot een vesting.

Kastel Sucurac, dat het dichtst bij Split ligt, heeft het oudste verdedigingsfort en is in 1392 door de aartsbisschop van Split gebouwd. Het heeft een versterkt paleis in het oude centrum met fraaie gotische ramen.

Het stadje met het meest tragische verhaal is Kastel Luksic. Julia Capulet en Romeo Montague uit Verona blijken concurrentie te hebben. In Kroatië heten ze Dobrila Rosani en Miljenko Vitturi en ook daar staat familieruzie hun geluk in de weg.

Zij wordt naar een klooster gestuurd, hij ook, maar er volgt een ontsnapping. Eind goed al goed, lijkt het als beide families zich verzoenen en er een huwelijk kan plaatsvinden. Maar vader Rosani heeft een dubbele agenda en doodt zijn aanstaande schoonzoon op de ophaalbrug naar zijn kasteel. Dobrila wordt ziek en sterft en de geliefden worden samen begraven in een kerkje. ’Vrede voor de geliefden’ staat er op het graf te lezen. Net als bij Romeo en Julia later goed voor een toneelstuk en een opera.

Op zo’n vijf kilometer ten noordoosten van Split ligt bij het huidige Solin de belangrijkste oudheidkundige vindplaats van Kroatië: Salona, eertijds, onder Augustus, de hoofdstad van de Romeinse provincie Dalmatia.

Salona komt van sal, zout, dat hier werd gewonnen. De Illyriërs hadden er al een nederzetting, die daarna door de Grieken werd bezet, maar onder de Romeinen groeide Salona uit tot een stad van zo’n 60.000 inwoners. Met de komst van zijn illustere inwoner Diocletianus kreeg het de bijnaam ’Klein Rome’. Er ontstonden grote gemeenschappen van christenen, die door de inmiddels keizer geworden Diocletianus werden vervolgd omdat ze een bedreiging vormden voor de eenheid van zijn rijk. In de 7de eeuw werd Salona verwoest door de binnenvallende Slaven en Avaren.

Bij de opgravingen, die ruim een eeuw geleden zijn begonnen, is een keur van objecten uit de oudheid blootgelegd. Nog dagelijks kun je er medewerkers een nieuw opgedolven voorwerp schoon zien maken.

In het oude Salona waren veel villa rustica’s gebouwd, waar gepensioneerde militairen hun laatste levensjaren sleten. Er zijn stukken stadsmuur, delen van oude basilieken en restanten van openbare baden.

Op een van de begraafplaatsen, de Manastirine, net buiten de stadsmuren, is een keur aan ruïnes te vinden. Indrukwekkend is wat er is gevonden van het oude amfitheater: fundamenten en de onderste laag van de tribunes. Ze liggen bijna tegen de snelweg en in het jongste verleden is de overheid zelden zorgvuldig omgegaan met zijn archeologie. Bekend is dat de snelweg is gebouwd op restanten van de sarcofagen van destijds.

Het paleis van Diocletianus staat op de Werelderfgoedlijst van Unesco. (Trouw) Beeld
Het paleis van Diocletianus staat op de Werelderfgoedlijst van Unesco. (Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden