Ontsnapt aan de reisleider

Toledo is de stad van El Greco (1541-1614). Je treft hem in bijna elke straat en zeker in elk souvenirwinkeltje aan. In de Calle Samuel Levi geniet het woon- en sterfhuis van de op Kreta geboren schilder, die eigenlijk Doménico Theotokopulos heette, grote populariteit bij de toeristen. En het Museo el Greco durft (als het tenminste niet gesloten is) ook geen reisleider over te slaan. Maar El Greco’s hotspot is de Iglesia de Santo Tomé, waar je als toerist met karrevrachten tegelijk naar binnen schuifelt. Kom dus ’s morgens vroeg of om vijf uur.

In deze kerk hangt ’De begrafenis van de graaf van Orgaz’ uit 1586, dat gezien wordt als zijn meesterwerk. Op het schilderij komen de heiligen Augustinus en Stefanus hoogstpersoonlijk de graaf van de sombere aarde ophalen en naar de helverlichte hemel begeleiden. Zo ongeveer alles wat aanzien had in Toledo, werd door El Greco in de begrafenisstoet geportretteerd. Inclusief dichter Cervantes, El Greco’s zoon Manuel (dat joch links vooraan dat naar de dode graaf wijst) en de schilder zelf.

El Greco moet het erg naar zijn zin hebben gehad in de katholieke hoofdstad van Spanje, waar hij veel erkenning – en dus opdrachten – kreeg. Waar hij begraven is, is een punt van discussie. Vermoedelijk is hij bijgezet in de crypte van de Santo Domingo El Antiguo, een kloosterkerk uit de 16de eeuw waar hij zijn eerste schilderijen in Toledo maakte. Tijdens zijn leven gaf hij ook aan dat hij zich daar zijn laatste rustplaats wenste. In de kerk worden enkele van zijn werken bewaard.

Wie slaat nu in Toledo de kathedraal over? In het silhouet van de stad moet de torenspits zwaar zuchten onder het dominante Alcázar, het moorse kasteel met al zijn torentjes dat in 1936 tijdens de Spaanse Burgeroorlog vrijwel volledig werd verwoest. Maar in het hartje van de oude stad zetelt de aartsbisschop van Spanje en blinkt alles in het interieur je tegemoet – ’als een waterval van goud, zilver en marmer’, zoals de website SpanjeVakantieland.nl het omschrijft.

Je kunt hier je dagen wel doorbrengen bij de Corpus Christi, tussen de 4800 afbeeldingen, onder de honderden gebrandschilderde ramen, naast het houtsnijwerk, voor de altaarstukken of in het koor van de kerk. Wie daar allemaal niet tegen kan, kan ook kiezen voor de Sacristía. Daar hangt als in een volgestouwde oudheidkamer van een middelgroot dorp alles wat je maar kunt bedenken: Titiaan en Velazquez, Rubens en Rafaël, Caravaggio en Van Dyck, Goya en El Greco. Het licht is soms belabberd, en over de temperatuur moet je je ook zorgen maken. Maar het hangt er wel allemaal. Tip voor wie de Judaskus van Goya goed wil zien: anderhalve meter rechts voor het schilderij heb je het beste zicht.

In het noorden van de oude stad, niet ver lopen van de Plaza de Zocodover, staat een opmerkelijk gebouw met een al even opmerkelijke naam: de Moskee van Christus van het Licht. Het was in opzet (zeker 1000 jaar geleden) maar een kleine ruimte. In die tijd werd Spanje beheerst door de Omajjaden, die uit Arabië naar Europa waren gevlucht. In de 12de eeuw werd hun gebied door christelijke troepen heroverd. Waar tegenwoordig nog wel eens moeilijk wordt gedaan wanneer een kerk door moslims wordt ’overgenomen’, verliep deze transformatie destijds in omgekeerde richting zonder enig probleem. Op dit moment wordt de moskee gerestaureerd en weer lijken de verschillende cultuurstijlen (zoals boogjes uit de tijd van de Moren en fresco’s uit de christelijke periode) gladjes aan elkaar te sluiten. Dan snap je ook aan waarom de moskee nog steeds zo’n wonderlijke naam draagt. Het publiek mag alles bekijken – meld je daarvoor in het winkeltje schuin tegenover de ingang. Vergeet trouwens niet een blik te werpen op de Puerta del Sol, volgens sommigen de mooiste van alle poorten in Toledo.

Er is bijna geen straatje in het oude centrum van Toledo of je kunt er wel ergens marsepein kopen. Het maken van de zoete marzipane is een ambacht op zich. De Spanjaarden zijn er trots op dat hun bereiding afwijkt van die in Venetië, de Oriënt of Lübeck. Al in de Middeleeuwen werd er fors wat afgesnoept van de delicatesse waarin amandel en suiker of honing gemengd zijn. Op die manier werd de bittere smaak van medicijnen die geneesheren voorschreven een beetje geneutraliseerd. Er wordt beweerd dat de marsepeinbakkers van Toledo zich nog steeds keurig houden aan de bereidingsregels die een van hun voorgangers in 1613 heeft opgesteld.

Marsepein is onlosmakelijk verbonden met de nonnen in Toledo. In de strijd over de vraag wie het zoete goedje heeft uitgevonden, staan de dames vooraan. Ze houden pertinent vol dat het in de Spaanse stad is uitgevonden en dat het daar dus op de meest originele manier wordt bereid. Ze doen er zelf ook volop aan mee, bijvoorbeeld in het klooster van Santo Domingo El Antiguo. Het snoepgoed gaat in groten getale over de toonbank en biedt daarmee perspectief voor de financiële situatie van het klooster. Handelslustig volkje, deze nonnen. In het verleden hebben ze ook al eens schilderijen verkocht die El Greco in hun klooster maakte. Verteld wordt dat de roemruchte Bank de Santander enkele originelen in de kluis bewaart – altijd handig voor tijden van crisis.

Er staan twee synagoges in de Juderia, de oude joodse wijk van Toledo. Vlak bij elkaar. Menigeen vliegt direct af op Sinagoge del Tránsito, omdat daar het museum van de Sefardim in gevestigd is en er een souvenirwinkel naast staat. Binnen herinneren tal van voorwerpen uit de Middeleeuwen aan de joodse geschiedenis van Toledo, zoals graftombes en manuscripten waarin verslag wordt gedaan van de pogroms en de gevolgen van de Inquisitie door de christelijke overheid. Na de verdrijving van de joden is de synagoge in 1492 geconfisqueerd als kerk. De joodse indeling is nog duidelijk herkenbaar. Maar die andere synagoge, met de merkwaardige naam Santa Maria la Blanca, is veel mooier. Kleiner, intiemer. Dit gebouw fungeerde in de 12de eeuw als hoofdtempel voor de joden, maar kwam begin 15de eeuw in handen van de christelijke meerderheid. De synagoge telt liefst vijf ’beuken’, van elkaar gescheiden door bogen in de vorm van hoefijzers. Die rusten op 32 achthoekige zuilen, die versierd zijn met kapitelen in de vorm van een ananas.

Het is een mengelmoes van culturen, net zo goed als in de gebouwen uit de christelijke of islamitische traditie. Dat klinkt positiever dan het is; achter al die multiculturele uitingen gaan gruwelijke gebeurtenissen schuil.

Het leukste maar ook het drukste plein van Toledo is de Plaza de Zocodover. Tot laat in de avond geniet het publiek hier in cafés, restaurants en tapasbars van de goede dingen des levens en bepraat met elkaar en op de terrasjes hoe die behouden kunnen blijven. Terraskacheltjes zorgen ervoor dat deze rituelen zich ook in de wintermaanden kunnen handhaven. De door arcades omzoomde plaza is al eeuwen het feestplein van de stad, waar paarden werden verhandeld en nog steeds volksfeesten worden gehouden. Iets ten oosten ervan staat de Arco de la Sangre – een toeristische topper om je daar te laten fotograferen met het standbeeld van de geestelijke vader van Don Quichot, Miguel de Cervantes. Daar hadden de slachtoffers van de Inquisitie geen tijd voor, toen ze hier onder de boog door naar hun executie liepen.

Regelmatig duikt de herinnering aan Federico Martín Bahamontes nog op in het peloton van wielerfans. De bijnaam van deze fietslegende was de Adelaar van Toledo, maar zelf gaf hij de voorkeur aan de achternaam van zijn moeder: Bahamontes, wat ’over de bergen’ betekent. Geboren in 1928 in Toledo groeide hij uit tot een fenomenaal klimmer. In zijn eerste Ronde van Frankrijk (1954) ging hij er in de Alpen vandoor en verbijsterde iedereen toen hij op de col van zijn fiets stapte om een ijsje te verorberen. In 1959 won hij de Tour. Liefst zes maal werd hij na de Tour als beste klimmer gehuldigd. En zeven keer won hij een etappe. Na zijn sportcarrière dreef hij een winkel in fietsen en motoren op de Plaza de la Magdalena in Toledo. Tot voor kort werd hij er nog geregeld gesignaleerd, maakte er graag een praatje met zijn bewonderaars en genoot nog altijd veel respect. Inmiddels is de winkel gesloten en bivakkeert de inmiddels 80-jarige Federico doorgaans even buiten de stad op zijn landgoed. Maar aan de gevel hangt nog een plaquette die vertelt dat hier de ’Aguado Toledo’ gewoond heeft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden