Ontsnapt aan de reisleider: Linz

(Trouw) Beeld
(Trouw)

Hoog boven in de Neuer Dom brandt ’s avonds vaak een lichtje. Dan is de Turmeremit nog wakker. Deze kluizenaar woont daar. Je ziet hem niet maar hij is er altijd. Het kamertje waar de kluizenaar verblijft, is in deze barokke Maria Dom aangebracht tijdens de Tweede Wereldoorlog en werd gebruikt als uitkijkpost om geallieerde bommenwerpers te lokaliseren.

Nu Linz culturele hoofdstad is, heeft deze ’hermitage’ een nieuwe betekenis gekregen. Ver van het aards gewoel en boven de kunsthistorische, muzikale en liturgische activiteiten in de Dom uit is een ruimte van stilte gecreëerd. Zonder telefoon, zonder radio en tv, zonder bezoekers. Het is de bijdrage van de kerk aan het Linz09-jaar. Hier kan een inwoner van Linz zich een week lang terugtrekken om in stilzwijgen tot zichzelf of tot God te komen. Eens per dag, om 12 uur, daalt de vrijwilliger af om met kerkbezoekers deel te nemen aan het dagelijkse middaggebed. Daarna beklimt hij weer de 395 treden naar de eenzaamheid.

In de Dom is een kopie gebouwd van de torenkamer. Aanvankelijk zou het project eind dit jaar stoppen, maar er zijn zoveel aanmeldingen van mensen die zich een poosje willen terugtrekken dat het voorlopig voortduurt.

Deze maand verschijnt het boek ’Turmeremit’van Miklos Boros en Paul Kranzler waarin 22 kluizenaars in woord en beeld worden geportretteerd. Meer informatie: linz09@linz09.at

Bijna altijd is de Pöstlingberg present in het stadsbeeld van Linz. Op de achtergrond, op prenten en foto’s, als heilige berg, als trekpleister die garant staat voor een portie heimwee. Vanaf de 539 meter hoogte ligt Linz aan je voeten.

Bij helder weer kun je van hier de sneeuw op de Alpen zien liggen. En je kunt er heerlijk eten en drinken, genieten van de rust in een parkje of op een terras, met de kinderen griezelen in de Grottenbahn of een blik werpen in de barokke Wallfahrtsbasilika, waar bijna altijd een bruidspaar op de foto wordt gezet.

Van de Hauptplatz naar de top van de Pöstlingberg is ruim een uur wandelen. En terug kun je met de Bergbahn. Er is ook alles voor te zeggen om de route tussen het centrum en de ’huisberg’ van Linz met het trammetje af te leggen en dan rustig met gebogen knieën af te dalen. De bergbahn, die 4,14 kilometer lang is, ligt al meer dan een eeuw in de wijk Urfahr. In de nieuwe treinstelletjes, die in mei van dit feestjaar in bedrijf zijn genomen en waarin aparte plaatsen voor kinderen zijn, zoef je in twintig minuten bijna geluidloos het 250 meter hoogteverschil weg. De beloning voor deze bergtocht is een fantastisch panorama.

Linz heeft geen beroemdheden, zegt een inwoner van de stad. „Maar wij kennen wel veel beroemde mensen die Linz gepasseerd zijn en kortere of langere tijd hier hebben doorgebracht.” Aan die passanten zijn in het StifterHaus, centrum voor literatuur en taal, een expositie en een boek gewijd: ’Nur durchgereist’.

Op de ’passagierslijst’ van schrijvers die Linz in hun werk betrokken, staan onder meer Sigmund Freud, Hans Christian Andersen en Thomas Mann. Friedrich Hebbel noteerde: „In Linz zijn wij ontvangen als koningen”. Franz Grillparzer had een andere herinnering aan de stad: „Tien maal gezien en tien maal weer vergeten”. Alfred Polgar was vol lof over Linz als „een zeer, zeer grote halteplaats” waarvan hij alleen het station en de Linzer Torte heeft onthouden.

Je kunt er horendol vandaan komen, maar het ARS Electronica Center, dat sinds begin dit jaar aan de Donau is gevestigd, is een centrum waarin je ook compleet uit je dak kunt gaan.

Dit Museum van de Toekomst staat stijf van de computers met interactieve opdrachten, spelletjes en digitale techniek. Je kunt driedimensionaal vliegen en crashen of zeszijdig stereo- en videoprojecten bekijken. Hier hebben de studenten van de Kunstakademie een belangrijk aandeel in gehad.

Sommige bezoekers brengen er gerust een dag door en spreken na afloop over een ’multimediale Erlebnis’, anderen klagen er over dat ze alles al eens ergens anders hebben gezien.

’s Avonds wordt het helemaal leuk, als het gebouw in z’n geheel wordt verlicht in wisselende kleuren en over de rivier glimt en gloeit. Samen met het al even kleurrijke Lentos Kunstmuseum aan de overkant van de Donau maakt dit een wandeling over de Nibelungenbrug tot een geweldige ervaring.

Lentos is de Keltische naam voor Linz. Het Lentos Kunstmuseum wekt de indruk alsof er een Riesendampfer over de Donau vaart. Het is daarmee uitgegroeid tot een nieuw symbool voor de stad.

Als dan ’s avonds de spotlights aangaan, is Lentos een reusachtige blikvanger in het uitgaansleven. Het museum is gebouwd in 2003 naar een ontwerp van de Zwitserse architecten Weber & Hofer – van binnen beton, van buiten glas en met verbazingwekkend weinig ondersteuning. Het toenmalige museum voor moderne en hedendaagse kunst trok (te) weinig publiek. Een nieuwe lokatie in de nabijheid van de Donau zou daarin verbetering brengen, was de gedachte.

Aanvankelijk hield menigeen z’n hart vast, maar het gebouw met wanden die tot diep in de grond reiken, weerstond meteen al een extreem hoge waterstand. De collectie van het museum omvat ongeveer 1600 schilderijen, sculpturen en objecten, zo’n 10.000 prenten en foto’s. Van de hedendaagse kunst noemt een conservator van Lentos vol trots werk van Appel, Kokoschka en Warhol.

Het ’beste van Oostenrijk’ is hier te zien, meldde het museum, wat een stevige discussie losmaakte over de vraag wat dan wel ’het beste’ is. En daar was het de directie precies om te doen. Tot en met 10 januari 2010 is er een tentoonstelling ’See this sound’, waarin beloften van beeld en geluid zijn uitgebeeld, zoals interactieve kunst van de Fluxus-beweging.

De componist en organist Anton Bruckner (1809-1896) is niet in de Linz geboren, maar in het naburige Sankt Florian. Daar is hij (in de Kloosterkerk, waar hij als koorknaap zong en zijn eerste orgellessen volgde) ook begraven. Toch organiseert Linz iedere september ter ere van hem een festival. En in Linz staat sinds 1974 ook een concertgebouw dat naar hem genoemd is en gezegend is met een geweldige akoestiek.

Er wordt niet alleen werk van de maestro uitgevoerd, maar ook jazz en hedendaagse muziek. Maar hoogtepunten zijn de Brucknerconcerten van Wiener Philharmoniker en andere gerenommeerde orkesten.

Het klinkt voor geen meter, maar Leberkas is in Linz wat bij ons een hamburger is. Er zit alles in, behalve lever en kaas: 80 procent rundvlees en 20 procent varkensvlees. Je hebt de keuze uit leverkaas met knoflook, peper of chilipoeder, met mozzarella en basilicum, met paprika of spinazie. De Linzer loopt het water al in de mond bij zo’n opsomming, Zelfs bij het ontbijt, want ’Leberkas gibt gas’. En het liefst warm uit de oven, geserveerd met een scherpe, zure saus. Bij de specialist Leberkas-Pepi kost een plak 1,35 euro.

Een andere plaatselijke traktatie is mohnzelten, een broodje of koekje met zoetige maanzaadjes. Het wordt steeds moeilijker om de mohn-plant in Oostenrijk te vinden, maar het schijnt dat China er genoeg van heeft. Bij Hofbückerei Fritz Rath kun je ze in elk geval nog in oorspronkelijke productie kopen, tussen allerlei relikwieën van keizer Franz Jozef en keizerin Sissi.

Ook de Linzer Torte is een fameuze lekkernij. Meestal wordt die in winkels aangeduid als original. Er is niks origineels aan, verzekert een Oostenrijkse smulpaap. Iedereen bereidt zijn taart naar eigen recept en eigen inzicht.

(Trouw) Beeld
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden