Ontsnappen aan de schoonheid

Schets die Fabre maakte voor zijn theaterproductie Het Zwanenmeer; Chinese inkt en aquarel op zijdepapier, 2001. (Trouw) Beeld
Schets die Fabre maakte voor zijn theaterproductie Het Zwanenmeer; Chinese inkt en aquarel op zijdepapier, 2001. (Trouw)

Zwolle staat deze zomer in het teken van de Vlaamse kunstenaar Jan Fabre. Een tentoonstelling en theatervoorstellingen tonen het veelzijdige en eigenzinnige talent van deze rusteloze ’dienaar van de schoonheid’. Trouw zocht Fabre op in Antwerpen.

Henny de Lange

Zijn ouders woonden hier om de hoek, vertelt de Vlaamse beeldend kunstenaar en theatermaker Jan Fabre (51). „In deze volksbuurt, de Seefhoek, ben ik opgegroeid.” We zitten in een voormalig schoolgebouw aan de Pastorijstraat in Antwerpen, op een kwartiertje lopen van het Centraal Station. Een paar jaar geleden werd het complex verbouwd tot ’Laboratorium’ voor Fabres theatercompagnie Troubleyn. Het was een bewuste keuze van de kunstenaar om zich juist hier te vestigen met zijn kantoren, repetitieruimtes en acteur- en dansstudio. „Ik wilde graag weer wat leven brengen in deze buurt die behoorlijk aan het doodbloeden en verpauperen was. Ik ben geen sociaal werker en de buurtvoorstellingen die we geven worden ook niet aangepast. Maar ik vind dat een kunstenaar ook niet in een ivoren toren moet leven.”

Zijn ouders waren ’gewone volkse mensen’, die geen geld hadden om een auto te kopen of te reizen. Maar zijn liefde en talent voor woord en beeld heeft hij wel aan hen te danken. Zijn ouders hadden een ’echt Belgisch huwelijk’. „Mijn vader was een een arme rauwe communist. Mijn moeder kwam uit een rijke Franstalige katholieke familie en is opgevoed door de nonnen.” Zij vertaalde voor hem Baudelaire en Jacques Brel en bracht hem gevoel voor taal bij. Zijn vader leerde hem Rubens ontdekken en nam hem mee naar de Zoo om mensen en dieren te tekenen. „Mijn vader introduceerde mij in de leer van de fysionomie.” Uilen en kevers waren en zijn nog steeds zijn lievelingsdieren, vooral vanwege hun intrigerende ogen. „Met schrijven en tekenen groeide ik op, van jongs af aan gingen taal en beeld bij mij op een organische manier samen. Gedachten vloeien bij mij als vanzelf over in zinnen die op hun beurt overgaan in schetsen en tekeningen, waaruit weer woorden ontstaan.”

Zijn ouders overleden twee jaar geleden, kort na elkaar. Maar ze hebben gelukkig de hele ontwikkeling die hij heeft doorgemaakt, kunnen meemaken, vertelt Fabre. „Ze kwamen regelmatig naar mijn voorstellingen en tentoonstellingen en waren heel kritisch. Mijn moeder, die net als ik aan insomnia leed, belde me vrijwel elke nacht rond vijf uur om te praten over de mooie documentaire die ze net had gezien of het boek dat ze aan het lezen was.” Twee, hooguit drie uur per nacht slaapt Fabre. Dat gaat meestal een paar weken goed. Dan voelt hij een spanning op zijn spieren komen en wordt hij nog rustelozer dan hij van nature al is. „Daarvoor slik ik af en toe een tranquillizer en daar heb ik baat bij.” Maar dat rusteloze wordt eerder erger bij het ouder worden dan minder, zoals hij had verwacht. En daar is hij blij mee. „Slapeloosheid is een zegen voor mij, omdat ik nog zoveel nieuwe dingen wil doen. Die drang neemt alleen maar toe.”

Jan Fabre is één van de meest opvallende kunstenaars van deze tijd. Na zijn opleiding aan het Stedelijk Instituut voor Sierkunsten en Ambachten en de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen trok hij al op jonge leeftijd de aandacht met zijn tekentalent. Al tijdens zijn opleiding stonden zijn docenten regelmatig versteld van wat hij allemaal kon. „Mijn leraren op de Academie vroegen míj om oplossingen, omdat ik beter was dan zij. Op mijn 21ste gaf ik al les in New York”, vertelt hij in het Antwerpse dialect van de volksbuurt waar hij opgroeide.

„Op mijn achttiende jaar schreef ik: ik ben gedoemd om een belangrijk kunstenaar te worden.” Ja, dat klinkt behoorlijk arrogant, erkent hij. „Ik barstte toen al van lef en ambitie en had zo’n drang om te creëren.”

Nu hij een succesvol kunstenaar is, is die ambitie wel verschoven. „Ik hoef niet meer zo nodig in grote musea te exposeren of met mijn hoofd op de cover van een blad te staan. Ik was de eerste levende kunstenaar die zijn werk mocht tonen in het Louvre. Een miljoen bezoekers zijn komen kijken. Blasé? Nee, want binnen mijn werk heb ik nog wel de drang om me steeds te verbeteren, om nog meer lagen aan te brengen. Ik heb daar ook een enorm plezier in.” In dat opzicht voelt hij zich verwant met de jazzmusicus Duke Elllington, over wie hij een documentaire zag. „Je ziet hem ’s nachts met een fles whisky achter de piano zitten experimenteren met zo’n plezier. Het gevoel dat hij uitstraalt, dat ervaar ik ook.”

Vijftien jaar geleden exposeerde Fabre voor het laatst zijn beeldende werk in Nederland, op een door Rudi Fuchs gemaakte tentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Sindsdien kwam het er door tijdgebrek niet meer van. Maar nu is hij helemaal terug, zegt hij met een grijns. Na de tentoonstelling in Museum De Fundatie in Zwolle volgt volgend voorjaar een expositie in Museum Kröller Müller in Otterlo. Daarvoor gaat hij ook nieuw werk maken.

In Zwolle is deze zomer een overzicht te zien van tekeningen en driedimensionale denkmodellen die inzicht geven in het creatieve proces in het hoofd van Fabre en de basis vormen voor zijn theater-, dans- en operaproducties. Fabre’s werk wordt getoond in combinatie met foto’s van beroemde fotografen als Robert Mapplethorpe en Helmut Newton van repetities en voorstellingen van Fabres theatergezelschap.

Kunstcritici noemen het werk van Jan Fabre vaak grensverleggend en -overschrijdend. In 2000 belegde hij de zuilen van de Gentse universiteitsaula met plakken echte ham. Tegenstanders rukten het vlees weg, de politie moest eraan te pas komen. Twee jaar later bekleedde hij het plafond van de spiegelzaal in het Koninklijk Paleis van Brussel met anderhalf miljoen groen-blauw glinsterende schildjes van de juweelkever. Een verwijzing naar de koloniale tijd, maar ook naar de fresco’s van Michelangelo in de Sixtijnse kapel. Niet iedereen snapte dat. Extreem rechts Vlaanderen vond het werk een belediging van koningin Paola van België, die de opdrachtgeefster was. Men noemde Fabre een landverrader, omdat hij werk maakte voor het Belgische koningshuis.

Maar volgens Fabre is hij er nooit op uit om doelbewust het publiek te provoceren. „Daar ben ik helemaal niet mee bezig. Het enige wat me drijft is dat ik iets nieuws wil maken, dingen die ik nodig vind. De buitenwereld shockeren, nee, zo werkt het niet bij mij.”

Het menselijk lichaam speelt een belangrijke rol in zijn beeldende werk en zijn dans- en theaterproducties. Daarnaast is hij gefascineerd door het menselijk brein, volgens hem het meest sexy onderdeel van het lichaam. Een vaak geciteerde uitspraak van hem is: „Geen erectie zonder verbeeldingskracht.”

Ook zijn evenbeeld duikt regelmatig op in zijn werk, maar niet altijd gaat het zoals vaak wordt aangenomen vanwege zijn vermeende ijdelheid, om zelfportretten. Voor Fabre zijn zelfportretten een onderzoek naar de verscheidene maskers die ieder ’ik’ heeft, een fascinatie voor het vreemde, het andere. Soms betreft het ook zijn op 10-jarige leeftijd aan een hersenvliesontsteking overleden tweelingbroer Emil. Hij heeft meerdere ’hommages’ aan zijn broer gewijd, vertelt Fabre. Maar het beeld dat hij zelf het liefst ziet is, vertelt hij terwijl hij de zoveelste sigaret opsteekt, de installatie op het dak van het museum SMAK in Gent: De man die de wolken meet. Het gezicht van deze man is het gezicht van zijn broer.

Ook in zijn theaterstukken verwerkt Fabre persoonlijke ervaringen, zoals het thema van de dood na het kort achter elkaar overlijden van zijn vader en moeder, dat hij in Requiem voor een Metamorfose uitwerkte tot een meditatie over verschillende vormen van het sterven: de zelfdoding, het slachtoffer, de zogenaamde eervolle dood voor het vaderland. Eenzelfde soort meditatie schreef hij over de geboorte. Maar centraal in al zijn werk staat schoonheid, vertelt hij, een thema waaraan hij ook een trilogie wijdde, die deze zomer in Zwolle wordt opgevoerd.

Het eerste deel van dit drieluik, de monoloog De Keizer van het Verlies, schreef Fabre al in 1994. Daarin speelt de Vlaamse acteur Dirk Roothooft een clown als metafoor van de kunstenaar die ’nee’ zegt tegen de maatschappij en een engel wil worden. In het het tweede deel De Koning van het Plagiaat (2004) wil de engel mens worden en gaat hij op zoek naar het verschil tussen namaak en echt.

Recent voltooide Fabre het drieluik met De Dienaar van de Schoonheid waarvan in Zwolle de Nederlandse première te zien zal zijn. In dit slotdeel speelt Roothooft een poppenspeler die de diepe wens koestert onzichtbaar te worden. Hij hoopt dat zijn poppen, zijn levenswerk, belangrijker worden dan hijzelf. Net als elke kunstenaar hoopt hij dat zijn werk eeuwigheidswaarde krijgt. Fabre: „Maar hoe vaker een kunstenaar zegt dat hij onzichtbaar wil worden, hoe meer hij zichtbaar wordt.”

Als uiteindelijk de poppenspeler ontdekt dat hij onzichtbaar kan worden, vraagt hij zich af of hij wellicht ook aan de schoonheid kan ontsnappen. Fabre: „Hij is een ontsnappingskunstenaar, dat ben ik ook. Ik geloof heilig in de schoonheid, maar ze mag mij niet onvrij maken. Weet u, mevrouw, de schoonheid wordt namelijk altijd opgelegd. Ik ben al dertig jaar ingegaan tegen degenen die bepalen wat schoonheid is en wat niet. Ik heb me daar altijd aan proberen te onttrekken.” Het is ook de conclusie die de poppenspeler uiteindelijk trekt: hij is een dienaar van de schoonheid. Fabre: „Ik geloof in de kracht van de schoonheid.”

Fabre bij zijn 'Tafel voor de Ridders van de Wanhoop (VERZET)', door Museum De Fundatie aangekocht. ( FOTO GEERT VANDEN WIJNGAERT) Beeld
Fabre bij zijn 'Tafel voor de Ridders van de Wanhoop (VERZET)', door Museum De Fundatie aangekocht. ( FOTO GEERT VANDEN WIJNGAERT)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden