Megastad

Ontsnappen aan de megastad: naar de eilanden van Istanbul

Uitdijende metropolen bieden een groeiend deel van de wereldbevolking onderdak. Hoe houden de mensen het daar leefbaar? Trouw-correspondenten doen wekelijks verslag uit hun eigen megastad.

Op een zondag, wanneer de dag te leeg is en de stad te heet, probeer ik te ontsnappen. Over zeven minuten vertrekt de boot. Ik haast me over de Galata-brug, waar toeristen met selfie-sticks als hongerige meeuwen om de fotogenieke vissers heen cirkelen. Geeft niet, denk ik, nog drie minuten. Dan zit ik op een veerboot naar de Prinseneilanden.

Die eilandengroep in de Zee van Marmara dankt haar naam aan de verbannen Byzantijnse prinsen die er eeuwen geleden woonden. Tegenwoordig verbannen de inwoners van Istanbul liever zichzelf. Duizenden stadsmensen en toeristen vluchten ieder weekend naar een van de vier eilanden. De reis duurt anderhalf uur, een kaartje kost nog geen veertig eurocent.

In de wachtkamer voor de pier drukken zwetende lijven tegen elkaar aan. De glazen deuren vliegen open, de race naar de boot begint.

Muur van beton

Vanaf de Bosporus lijkt de stad op een ansichtkaart. Maar zodra we de zeetong uitvaren, rijst het echte Istanbul op. Een bebouwde kustlijn van meer dan honderd kilometer, de afstand van Rotterdam naar Nijmegen. Na anderhalf uur varen is het einde van de megastad nog altijd niet in zicht. Hoe ver het oog ook reikt, de zee blijft gevangen in een muur van wit beton.

Achter die muur ligt reportage-land. Ik maakte er verhalen over stakers in een parfumfabriek, Syrische kinderen in te kleine schooltjes, bouwvakkers die hun collega’s zagen sterven. Ze wonen in de eindeloze betonvlaktes die aan me voorbij glijden. Vanaf het water zie je pas echt hoeveel mensen het water nooit zien, laat staan naar een van die mooie eilandjes kunnen.

Ik stoor me aan het krijsende kind op het bankje naast me. Aan de groep jongens uit Dubai die hun Instagram-pagina’s vergelijken. Aan de selfie-sticks die als vishengels boven het dek uithangen. En aan mezelf omdat ik Céline al na twee pagina’s heb ingeruild voor Twitter.

De boot stopt bij Büyükada, letterlijk: ‘het grote eiland’. Het wordt me snel duidelijk dat op een groot eiland veel mensen passen. Weer dezelfde zwetende lijven. De meeste komen uit de Arabische golfstaten. Vanwege een autoverbod op het eiland rijden ze rond in paard en wagen. De Koerdische koetsiers slaan hun frustratie los op de opengereten paardenruggen.

Afval

Zelfs de bossen bieden geen rust. Onder de pijnbomen zitten de dagjesmensen te picknicken met hun uitvouwbare barbecue-set en stereo-installatie. Hun afval laten ze liggen. Was ik maar in Istanbul gebleven, denk ik, maar ik blijf doorlopen.

Na een uur bereik ik het uiterste punt van het eiland. Daar zit Kadir, zoals altijd, naar de zee te staren. De gepensioneerde fotojournalist werd op het eiland geboren en wilde de geschiedenis vastleggen. Trots laat hij zijn zwart-witfoto’s zien. Stakende arbeiders, massaprotesten, de staatsgreep van 1980. Van de huidige politiek wil Kadir niets meer weten. Samen met zijn Duitse herder beheert hij het meest verlaten theetentje van het eiland.

De muur van beton is weg. Aan deze kant van het eiland zie je alleen nog de uitgestrekte zee. Een ondergaande zon trekt mintgroene en paarse strepen door het water. In de verte zwemt een groep dolfijnen. Eindelijk rust om dit stuk te schrijven. Snel dan, want om half negen vertrekt de laatste boot terug naar Istanbul.

De Megastad 

Uitdijende metropolen bieden een groeiend deel van de wereldbevolking onderdak. Hoe houden de mensen het daar leefbaar? Trouw-correspondenten doen wekelijks verslag uit hun eigen megastad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden