Ontroering gedijt slecht op grofheden

In 48 bioscopen.

MARK DUURSMA

Het kan niemand ontgaan dat Rob Houwer het brein is achter de nieuwste Nederlandse speelfilm. 'De kleine blonde dood' wordt gepresenteerd als 'de film van Rob Houwer en Jean van de Velde' en Houwer draagt ook nog eens de 'algehele supervisie'. Het oogt tamelijk ijdel, alsof een uitgever zichzelf groter dan de auteur op de cover zet. Hoe groot Houwers verdienste ongetwijfeld ook is, het wekt bevreemding dat de initiatiefnemer de maker op de tweede plaats zet.

Het initiatief nam Houwer al in 1985, toen hij een week na verschijning van de gelijknamige roman van Boudewijn Buch de rechten kocht. Voor de bewerking tot een scenario benaderde hij Jean van de Velde, tot dan toe vooral bekend als regisseur van het rebelse trio 'De Eerste Amsterdamse Filmassociatie van 1980', samen met Leon de Winter en Rene Seegers. Inmiddels ontwikkelde Van de Velde zich vooral tot scenarioschrijver, onder meer voor de later dit jaar verwachte 'Oeroeg'.

Het scenario van Van de Velde wijkt zodanig af van het boek van Buch, dat eigenlijk niet van een verfilming kan worden gesproken. Terwijl Buch het leeuwedeel van zijn boek besteedt aan anekdotes uit een gemankeerde jeugd, vormen zij in de film niet meer dan een efficiente proloog. In zes korte scenes, samen goed voor acht minuten, wordt de gekte van een dominante vader opgebouwd. Gekweld door een bizar oorlogstrauma, opgelopen in zijn positie als Nederlandse Duitser, drukt deze man een stempel op de emotionele huishouding van de hoofdpersoon. Gees Linnebank maakt een karikatuur van de man die affectie afstraft met 'Dummkopf!' en 'Raus!'.

Snuivend

In het heden verdwijnt Buch helemaal uit beeld. In de 20-jarige Valentijn Boecke, die drinkend, snuivend, neukend, vloekend en soms ook dichtend door het leven gaat, valt onmogelijk iets van de oorspronkelijke autobiografische hoofdpersoon te herkennen. Temeer daar Valentijn wordt gespeeld door Antonie Kamerling, jonge blonde god uit 'Goede tijden, slechte tijden', en van de weeromstuit zijn homoseksualiteit verloor. Buch liet bij Sonja Barend weten dat daarmee de clou van zijn verhaal - het dilemma van homoseksueel vaderschap - uit de film moet zijn verdwenen.

Dat valt wel mee. Van de Velde beschouwde de homoseksualiteit als een niet relevante zijlijn en inderdaad is het dilemma er niet minder om. Gedoemde heteroseksuele dichters kunnen evenmin kinderen krijgen. Valentijn weigert elke verantwoordelijkheid voor het kind dat hij en passant bij zijn voormalige schooljuf verwekte. Pas als blijkt dat de moeder het niet aan kan, besluit hij de opvoeding van zijn zevenjarige zoon Micky over te nemen.

Hier raakt de film in balans. Vanaf dit punt besteedt Van de Velde zijn tijd aan wat hij werkelijk wil vertellen: het mooie maar tegelijk kwetsbare van ouderschap. 'De kleine blonde' weet bij Valentijn onvermoede gevoelens van genegenheid op te wekken. De overgang wordt ondersteund door de ook verder zeer functioneel gebruikte Hollandse rockmuziek. Klonk tijdens een eerste intermezzo vol verloedering nog trots 'This is the life I live' van Q 65, tijdens het reinigingsritueel klinkt uitnodigend 'Come on baby, give me your hand' van Cuby & the Blizzards. Juist op het moment dat er een relatie tot stand is gekomen, komt Micky door een combinatie van ongeluk en ziekte te overlijden. Moeizaam accepteert Valentijn de langdurige coma en dood van zijn kind.

Niet voor niets geeft Van de Velde deze fase relatief veel ruimte. Zijn doel is te ontroeren en in het ziekenhuis moet de emotie worden geoogst. Echter, in het voorafgaande werd op de verkeerde manier gezaaid om nu nog werkelijk betrokken te raken.

Aan vader en zoon ligt het niet. Antonie Kamerling mag met zijn vanzelfsprekende branie met recht een ontdekking worden genoemd en Olivier Tuinier, vorig jaar al de ster in 'Het zakmes', is bijzonder ontwapenend. De scenes die zij samen spelen zijn overtuigend en subtiel, zelfs als Micky meldt dat hij een 'ongelooflijke ruft' moet laten.

Pech

Voor de overige scenes geldt dit allerminst. Loes Wouterson, die Micky's moeder speelt, heeft de pech dat het scenario slechts voorziet in zeer plastische uitingen van haar labiliteit. Als een aangeschoten gans staat ze bloedend tussen de botsautootjes, met sinaasappels op de betonnen trap strooit ze onheil. Slechts weinigen zal het gegeven zijn om de zin 'Wat heb ik fout gedaan dat ik van je hou' overtuigend uit te spreken. De steriele lijdzaamheid van Wouterson - ook in andere rollen haar handelsmerk - maakt het echter potsierlijk.

Ook de rol van Valentijn voorafgaande aan de relatie met Micky lijdt aan overdaad. Hitsig in de telefooncel, dronken in de disco, onbeschoft in het literair cafe; het is allemaal teveel. De eerste helft van de film is te plat, de middelen zijn te grof. Wellicht uit angst een jeugdig publiek mis te lopen wordt de handeling hier smeuger gemaakt dan voor het verhaal nodig is. Ontroering gedijt slecht op grofheden, en al helemaal niet op kunstmatige grofheden.

'De kleine blonde dood' is goed genoeg om na afloop doordrongen te zijn van het verdriet van de vaderfiguur. Vermoedelijk wilde Van de Velde echter meer. Hij wilde de kijker zelf het verlies laten voelen. Dat is niet gelukt.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden