Ontrafeling van Russische kunst

De gedachte dat Russische kunstenaars in de jaren voor de Revolutie vooral westerse stijlen kopieerden, klopt niet. Het Bonnefantenmuseum toont hoe schilders uit Rusland in die periode hun eigen weg kozen.

Het lijkt zo eenvoudig. Olga Rozanova maakte 'Groene streep (Kleurenschilderij)' in het revolutiejaar 1917. Een witgeschilderde staande rechthoek met in het midden een groene verticale streep, in het midden wat donkerder dan aan de randen. U zou kunnen denken dat het een groene variant is op een van Mondriaans 'composities' met zwarte streep. Dan zou u niet de enige zijn: de meeste westerse kunsthistorici zagen de jaren voor de Revolutie als een periode waarin Russische kunstenaars vooral kopieerden wat eerder in het Westen gebeurde.

De tentoonstelling 'De Grote Verandering - Revoluties in de Russische schilderkunst 1895-1917', in het Bonnefantenmuseum in Maastricht, laat zien dat dat idee ver van de waarheid is. In de twintig jaar voor de revolutie hadden Russische kunstenaars alle registers van de schilderkunst opengetrokken, van academisch tot primitief en van figuratief tot beginnend abstract. Soms beïnvloed door moderne westerse kunstenaars, maar net zo vaak vanuit eigen ideeën. Een kluwen van actie en reactie, afgunst en bewondering. Maar tijdens de Sovjet-tijd werden al deze kunstwerken als te decadent gezien, en daarna konden ze zich niet meer tussen de volgeschreven westerse canon van de kunstgeschiedenis en museumcollecties worstelen.

Ter ere van het Nederland-Ruslandjaar richtte Diaghilev-kenner en artistiek leider van het Nederland-Rusland-jaar Sjeng Scheijen als gastcurator nu deze tentoonstelling in. Hij kreeg carte blanche van het Bonnefantenmuseum. Vanuit grote Moskouse musea en kleine provinciale verzamelingen wist hij een rijk beeldverhaal samen te stellen over deze periode.

Het is een verhaal in drie delen. Maar eerst iets over de inrichting.

In hun ijver om de gaten in de geschiedenisboekjes te vullen, hadden de tentoonstellingmakers bij de schilderijen tekstborden met kunstenaarsnamen, verenigingen, tijdschriften en dwarsverbanden kunnen tonen. Iets dat voor de enkele expert prettig zou zijn, maar voor de gewone bezoeker eerder verwarrend zou werken. Gelukkig kozen ze voor summiere informatie op de bordjes. Verder zijn er stemmig gekleurde wanden, sfeervolle gedempte verlichting. De achtergrondinformatie staat in een gidsje, in een audiotour en in een centrale informatiehal. Zo wordt de bezoeker gedwongen te kijken, en gaandeweg zelf doorgaande lijnen te ontdekken in de kluwen van netwerken en stromingen die deze artistieke periode nu eenmaal is.

Het eerste deel begint in de jaren 1890, met de zogenoemde Mir Ikkoestva-beweging. 'Wereld van Kunst' was een kunsttijdschrift en een vereniging opgericht door verzamelaar en balletliefhebber Sergej Diaghilev. De door Wereld van Kunst ondersteunde kunstenaars, zoals Viktor Borisov-Moesatov en Michail Vroebel, doen misschien denken aan wat sombere impressionisten. Maar Vroebel was ook een van de ontwikkelaars van een eigen versie van het Franse Symbolisme, geïnspireerd door de Byzantijnse schilderkunst en de Russische volkskunst. Hij maakt grootse, serieuze schilderijen in olieverf.

Het portret van zijn vrouw uit 1898, in zachtgroene tonen, is lieflijk, transparant. De zilveren klassieke lijst, met bloemblaadjes en takjes, benadrukt de moderniteit van het schilderij dat het omvat. Op een ander portret lost de vrouw bijna op in de dampende berkenbossen van de achtergrond. En ja, daar is het netwerk: we lezen dat Nadezjda Zabela-Vroebel sopraan was in de opera van Savva Mormontov, een van de belangrijkste mecenassen van zijn tijd, waar Vroebel ook de theaterdecors voor ontwierp.

Het is opmerkelijk dat de verschillende kunstenaars zo met elkaar verweven waren. Veel schilders ontwierpen ook decors, waren bevriend met schrijvers en dichters. Die theatertraditie zou zelfs de manier van schilderen sterk hebben beïnvloed. Kunstenaars kwamen samen in verenigingen zoals Boebnovyi Valet, oftewel Ruitenboer. Keken naar de moderne Fransen, zoals Matisse en Cézanne, maar wilden absoluut een eigen, Russische, haast anti-westerse stijl ontwikkelen. En zochten allemaal hun eigen weg.

Via een sfeervol op ware grootte nagebouwde Datsja, waar je via een audiotour wordt meegenomen in het alledaagse buitenleven van de kunstenaars, kom je bij het tweede deel van de tentoonstelling. Vanaf hier, zo rond 1910, gaat een abstractere wind waaien. Aristarch Lentoelov bijvoorbeeld, die stadslandschappen opbouwt uit geometrische gekleurde vormen. Putte hij uit het futurisme, die italiaanse beweging die zo gefixeerd was op bewegingen en techniek? De fragmentatie van Delaunay? Ach, wat maakt het ook uit, lijken de tentoonstellingmakers te zeggen. De werken zijn zo indrukwekkend dat er ook gewoon naar gekeken kan worden zonder meteen invloeden aan te wijzen. Het is volwassen, op zichzelfstaande kunst.

Grote namen, zoals die van Kasimir Malevitsj, Vladimir Tatlin en Wassily Kandinsky, ontbreken natuurlijk niet op de tentoonstelling.

Maar zo tentoongesteld tussen hun tijd- en landgenoten, zijn hun eerste werken een stuk minder revolutionair dan de standaard kunstgeschiedenis beweert. De dromerige ontwerpen van fresco's door Malewitsj, met tempera (verf op eierbasis) op karton, hebben dezelfde naïeve vormen als de Symbolistische kunst van Vroebel van tien jaar eerder.

Het grote verschil met die periode: er wordt vanaf dan niet meer gezocht naar ware verhalen maar naar 'pure schilderkunst'. Een belangrijke stap in de richting van de abstractie. Naast de vele westerse stromingen uit die tijd - futurisme in Italië, de Blaue Reiter in München, het kubisme in Parijs - gaven Natalja Gontsjarova en haar partner Michail Larionov, een liefdespaar, de toon aan in de Russische kunstwereld. Gontsjarova was dochter van een grootgrondbezitter en zou vanaf 1905 steeds meer richting de traditionele Russische kunstnijverheid trekken. Vooral de 'luboki', Russische houtsnedes, waren met hun dikke, grove lijnen en gedrongen mensfiguren een belangrijke inspiratiebron. Larionov schildert dieren, boeren en ontwikkelt een nieuwe stijl, het rayonisme. Malevitsj zou hen volgen, en zette wéér een andere stijl neer, het zogenoemde kubo-futurisme.

Waren de eerdere zalen getemperd paars en groen, in de laatste zaal klatert het licht wit van boven. De lijnen, die vanuit de primitieve volkskunst door de moderne kunstenaars waren herontdekt, worden nu het eigenlijke onderwerp van de kunstwerken. Er hangen werken van Kandinsky - 'Composities', 'Improvisaties' met enkel lijnen en kleuren. En daar hangt hij dan, de groene streep. Er zijn ook andere werken van de jong gestorven Rozanova (1886-1918) te zien. Een stadsgezicht, uit 1910, primitief en veelkleurig. Een non-figuratieve compositie, uit 1915, met vlakken en driehoeken blauw op een wit vlak. Maar hier, op het eind van de tentoonstelling, na de kakafonie van stromingen en invloeden, is de eenvoud van de groene streep een meesterlijk slotakkoord.

HHHHH De grote verandering. Revoluties in de Russische schilderkunst 1895-1917. Bonnefantenmuseum Maastricht. t/m 11 augustus 2013. www.bonnefanten.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden