Ontmoetingsdag in cafe of restaurant

Zondag rustdag. In bijna alle landen onderscheidt de zondag zich van de andere dagen van de week. Door de rust, het klokgelui, of juist door het ernorme lawaai van allerlei vrijetijdsbestedingen. In een serie artikelen beschrijven correspondenten de zondag in hun land. Vandaag: Belgen ontmoeten elkaar bij voorkeur in een eet- of schenkgelegenheid.

WILLEM SCHOONEN

Aan het eind van de zondagochtend is er een ware stormloop op die kippen. Door de week zie je nauwelijks volk bij die slager, hoewel hij ook dan zijn gegrilde kippen verkoopt. Maar op zondag vliegen zij de winkel uit, in de handen van al wat terugkeert van kerkgang of ochtendwandeling.

Aan de overkant loopt het cafe vol. Au p'tit monico, fel verlicht, met banken langs beide wanden en een tegelvloer. Men drinkt hier het koppige Duvel-bier, dat doorgaans met een deftig gebaar in het bolle glas wordt gegoten, gewoon uit de fles. En men spreekt er Frans en Nederlands door elkaar.

Cafe op de taalgrens. De zuidoostelijke rand van Brussel is Vlaams gebied, maar zeventig procent van de mensen hier is Franstalig. In Au p'tit monico spreekt men beide. De hoofdzin in het Frans, de bijzin in het Nederlands, of andersom.

Toen we hier kwamen wonen, werden we luid begroet door de buurvrouw; eindelijk weer Nederlandstaligen in de straat, er waren er nog maar zo weinig over. De taalstrijd leeft nog in de rand van Brussel. Franstaligen hebben hier, dankzij hun aantal, bepaalde rechten verworven. Wat fanatieke Vlamingen ertoe brengt met regelmaat op de tweetalige straatnaambordjes het Franse deel over te spuiten en eenmaal per jaar met tienduizenden rond de hoofdstad te fietsen. Vlaams machtsvertoon op twee wielen.

In dagelijks gebruik vloeien beide talen in elkaar over. Je wordt in de winkel begroet met 'bonjour goeiendag'. Aan het eind van de straat ligt het Dumontplein. Place Dumont, voor de Fransen. De mensen van hier hebben het over het 'Place Dumont plein'.

Aan het plein zijn enkele bakkers gevestigd die overheerlijk, maar helaas onbetaalbaar gebak verkopen. Op zondagmorgen staan er rijen tot ver buiten de winkel, voornamelijk bestaande uit 'eurocraten', welgestelde buitenlanders die hier zijn neergestreken om een reden: de Europese Gemeenschap.

Ze komen naar buiten met een doosje op de hand, voorzien van een kleurige strik, of een stokbrood onder de arm, waaraan de meehuppelende kinderen vast zijn begonnen. Ze wandelen naar de kiosk om El Pais, Le Monde, The Wall Street Journal of NRC Handelsblad in te zien. De stoep staat vol lezende mensen, die naar binnen gaan om de krant te betalen die ze al bijna uit hebben.

De BRT begint om elf uur 's morgens met De Zevende Dag, de sluiting van een week actualiteit. Geen beschaafde debatten in een afgelegen prieeltje, maar twistgesprekken in een gevulde zaal, met gevulde glazen en levende muziek. Eten en drinken zijn voor Belgen meer dan eerste levensbehoeften. Men ontmoet elkaar bij voorkeur in cafe of restaurant. En zondag is daarvoor de dag bij uitstek.

In de Brusselse volksbuurt De Marollen wordt het Vossenplein in de vroege zondagmorgen gevuld met allerhande rommel, van versleten bontmantels tot 78-toerenplaten. Geen verstandig mens die hier iets koopt. Maar het is er gezellig druk. En na afloop kan men in de cafes nooit erkende talenten het leven horen bezingen.

En in het dorpscafe houdt de volksvertegenwoordiger zitdag. Hij is degenen die op hem hebben gestemd, iets schuldig. Wie uitstel moet hebben van militaire dienst, een bouwvergunning of een telefoonaansluiting, melde zich aan zijn tafeltje. Politiek dienstbetoon heet dat. Er komen meer en meer politici die zeggen daarmee komaf te willen maken. Maar voor veel administratieve zaken is het nog altijd de snelste weg.

We brengen de middag door in het Afrikamuseum, in het schilderachtige en dus met eurocraten gevulde Tervuren, even buiten Brussel. Het statige gebouw werd er in 1908 neergezet in opdracht van Leopold II. Het museum is tot de nok gevuld met spullen uit diens prive-kolonie Belgische Kongo, het huidige Zare.

Alle diersoorten die er ooit in de Belgische kolonie hebben geleefd, zijn hier opgezet aanwezig, van muggen tot olifanten. De giraf ziet eruit alsof hij sinds de dood van Leopold II niet meer is afgestoft. Tussen muziekinstrumenten, wapens en beelden van dramatisch kijkende negers, wandelt men en keuvelt. Er heerst de koele rust van de verleden tijd.

De Belg doet het kalm aan op zondagmiddag. Met een uitzondering: Jean-Luc Dehaene. De Belgische premier werkt door de week en lost in het weekeinde kabinetscrisissen op. Hij zal ook morgen weer zwoegen in Hertoginnedal, een kasteeltje aan de rand van de stad.

Terwijl buiten de eendjes worden gevoerd, ontvangt Dehaene ministers en partijvoorzitters. Sinds zijn aantreden, begin vorig jaar, heeft hij hier bijna ieder weekeinde gezeten. Om weer eens een hervorming van de Belgische staat rond te breien. Om het onmogelijke voor elkaar te krijgen: Walen en Vlamingen tevreden stellen. Om een begroting te maken. En ditmaal om er een economische herstelplan door te krijgen, waartegen de vakbonden te hoop lopen.

De televisiekijker is inmiddels de beelden gewoon van de donkere auto's die bij nacht en ontij voor de bewaakte poorten van Hertoginnedal verschijnen, gadegeslagen door een handvol waakzame journalisten. Politiek wordt gemaakt op zondag, onder Martens was het niet anders.

Elke keer dat Dehaene naar Hertoginnedal vertrekt, wordt in de pers zijn val aangekondigd. En iedere keer komt hij er weer levend uit. Zo ook deze keer. De Belgische premier worden grote moeilijkheden voorspeld, zeker nu de bonden pogingen doen om maandag een algemene staking te organiseren.

Maar, als de Dehaene zijn gewoonte trouw blijft, kan hij maandag weer gewoon aan het werk, na een geslaagde zondag.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden