Ontmoeting Blair en Adams nog geen mijlpaal

AMSTERDAM - Voor het eerst sinds zijn aantreden als Brits premier, vijfeneenhalve maand geleden, heeft Tony Blair aan den lijve ondervonden wat voor wespennest de provincie Noord-Ierland nog steeds is, alle optimisme over 'voorspoedige' vredesonderhandelingen ten spijt.

Blair moest in Belfast zijn toevlucht zoeken in een bankgebouw in een winkelcentrum, nadat hij door woedende protestantse demonstranten op de korrel was genomen vanwege zijn ontmoeting met Sinn Fein-leider Gerry Adams. Het handenschudden daarbij werd niet geregistreerd door camera's en verslaggevers - de hele operatie geschiedde achter gesloten deuren in Stormont Castle, de locatie waar het vredesberaad plaatsvindt - maar alleen al het feit dát was genoeg voor de unionistische Ulsterners om hel en verdoemenis af te roepen over 'hun' Labour-premier, om hem van verraad te betichten.

Maar ach, Blair kan wel een stootje velen. Tenslotte is bij hem het afgelopen half jaar alles wat een politicus zich maar kan wensen van een leien dakje gelopen. Zelfs bij de meeste tragische gebeurtenissen, zoals de dood van Prinses Diana en de daaruit voorvloeiende crisis rondom Buckingham Palace, die door de Britse premier op een werkelijk briljante wijze is bestierd. En die hem tot de populairste politicus uit de Britse historie heeft gemaakt.

Dat kan voor Blair een van de redenen zijn geweest om juist nu in de Noord-Ierse kwestie zijn nek uit te steken, en te trachten het vredesproces ter plekke een duw in de goede richting te geven. Hij kan als 'Tony de Onfeilbare' nog wel een potje breken. Voor de protestantse unionisten heeft hij er maandag één gebroken, en een flinke ook. Aan de andere kant sloeg David Trimble, leider van de grootste unionistische partij, de UUP, een tamelijk milde toon aan. Uiteraard was Trimble het zeer oneens met wat er op Stormont Castle gebeurd was, maar, zei hij, “laten we de verantwoordelijkheid leggen waar die behoort”. Hij doelde daarbij op de media die volgens hem mensen “op stang gejaagd en opgehitst hebben” met overtrokken verhalen over het belang van de ontmoeting.

Een hele geruststelling voor Blair dat de prominentste onderhandelaar van protestantse zijde er zo tegen aankijkt. Bovendien kwam de handdruk van Blair met Adams als laatste in de serie: nadat de Britse premier vertegenwoordigers van de overige zeven partijen aan het vredesoverleg had ontmoet en de hand had geschud. Zodat de protestanten niet een 'met bloed bezoedelde hand' behoefden te drukken.

Toch jammer dat er geen camera's en verslaggevers waren bij het als historisch neergezette onderhoud van de Britse premier en de leider van de politieke tak van de terreurbeweging Ira, het verboden Ierse republikeinse leger. Via de perschefs kwam weliswaar de korte inhoud naar buiten van hetgeen tussen de twee gedurende het krap twintig minuten durende onderhoud is uitgewisseld - over de unieke kans op vrede, nu of nooit, enzovoorts, en zo verder. Maar de buitenwacht heeft door het besloten karakter van een en ander niet kunnen genieten van de lichaamstaal van de op papier gezworen vijanden.

Zou het in de categorie 'grote vredesgebaren' zijn gevallen zoals de handreiking van Egypte's president Anwar Sadat naar de Israëlische premier Menachem Begin in 1977, een jaar later nog eens herhaald bij ondertekening van het Camp David-akkoord? Daarbij kon je zien dat het de twee echt menens was, en sprak er oprechte waardering uit de wijze waarop ze elkaar de hand drukten.

Bepaald anders was het in 1993 bij het vredesakkoord tussen Israël en de Palestijnse bevrijdingsorganisatie PLO. De weerzin van de Israëlische premier Jitschak Rabin tegen PLO-leider Jasser Arafat straalde van zijn lichaam af bij het handenschudden.

Een wereld van verschil weer met de wijze waarop Rabin in oktober '94 de officiële vrede met buurland Jordanië beklonk. Uit de woorden en gebaren van Rabin en de Jordaanse koning Hoessein kon je respect en warmte afleiden. Daar stonden twee 'vrienden voor het leven', hoewel dat door de moord op Rabin voor die laatste helaas maar een jaar mocht duren.

Henry Kissinger en Le Duc Tho, begin jaren '70, bij het vredesoverleg over Vietnam in Parijs? Afkeer en minachting, achter een geforceerde glimlach. Nelson Mandela en F. W. de Klerk in Zuid-Afrika: grootmoedigheid tegenover berustend ontzag. François Mitterrand en Helmut Kohl in 1984 hand-in-hand bij de herdenking van de slag om Verdun uit de Eerste Wereldoorlog: symbool van de 'eeuwige vrede', van de verbroedering, tussen Parijs en Bonn.

Allemaal mijlpalen uit de recente geschiedenis. Maar de tijd moet leren of de handreiking in Belfast ook tot die categorie mag worden gerekend. Dat zal pas zo zijn wanneer die in alle openheid kan worden herhaald.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden