Ontheemd én geborgen

Waar ooit het ’Hallo Bandoeng’ klonk, vindt nu een theatrale verkenning van Het Kwaad plaats. Radio Kootwijk en Toneelgroep Oostpool zijn er verstrengeld in de spanning tussen natuur en cultuur.

Hanny Alkema

’Hier wil ik iets maken’, dacht regisseur Rob Ligthert meteen, toen hij samen met zijn kompaan, toneelschrijver Peer Wittenbols, op een Veluwse fietstocht verrast werd door een architectonisch fenomeen. Daar, aan het einde van de Radioweg even buiten het gelijknamige dorpje, doemt voor de ogen van de niets vermoedende recreant het imposante gebouw van Radio Kootwijk op. Statig en solide troont het in het landschap: the middle of nowhere. Met zijn geometrische lijnen onmiskenbaar art deco, met zijn gewapende beton, afgeronde hoeken en roedenverdeling in de ramen duidelijk verwant aan de Amsterdamse School.

De architect, Julius Luthmann, was een groot bewonderaar van Berlage. Zijn opdracht luidde: een waterdichte, absoluut droge machinehal met zendtoren. Hout en spijkers waren taboe, gewapend beton leek het aangewezen materiaal. De plek, de Kootwijker zandverstuiving, bood een relatief storingsvrije omgeving. In 1923, drie jaar nadat ’de eerste beton voor het zendgebouw van het station door draadlooze telegrafie’ was gestort in aanwezigheid van de minister van waterstaat, kwam de verbinding met verre oorden tot stand. Onder het beroemd geworden parool ’Hallo Bandoeng’ konden Nederlanders sindsdien direct radiocontact maken met familie in Nederlands-Indië, bij gelegenheid waarvan men zijn zondagskleren aantrok.

Had Luthmann zich laten inspireren door de beeltenis van de Sfinx – de twee hoekgebouwtjes op het voorplein met de koelvijver verbeelden de voorpoten – in de volksmond heette Radio Kootwijk al snel ’de Kathedraal’. Net als het spontaan rondom gegroeide bos, met inmiddels weer open plekken om de heideterreinen met elkaar te verbinden, lijkt Radio Kootwijk er geworteld. Een stoer baken, monumentaal en toch verlokkend.

„Je voelt er”, vindt Rob Ligthert, „net als in Genesis 4 na de zondeval, de spanning tussen natuur en cultuur. Enerzijds het ontheemd zijn op de hei, anderzijds het geborgen zijn in de bunker. Tegelijk staan mensen, eenmaal binnen, al gauw weer verlangend naar buiten te kijken.”

Exceptioneel in de geschiedenis van Toneelgroep Oostpool en de hechte samenwerking tussen Ligthert en Wittenbols is dat er in dit geval eerst de locatie was, en daarna pas het stuk. Zij wilden al een tijd iets maken over het thema Het Kwaad, en dat kwam bovendrijven bij de aanblik van dit gebouw op deze plek. ’Het Eigen Bloed’ gaat terug naar de zogeheten oorsprong van Het Kwaad: de broedermoord van Kaïn op Abel.

Als constructievondst bedacht Wittenbols een ontmoeting tussen Set, de twintig jaar jongere broer van Kaïn, en diens even oude zoon Henoch, om aldus een confrontatie met Kaïn zelf, en vervolgens hun ouders Adam en Eva, te forceren. De voorstelling is bedoeld voor jongeren én volwassenen, waarmee Ligthert tevens de zogeheten Hit & Run-trailerformule wenste te doorbreken: tot nu reisde een mobiel theater langs middelbare scholen, waar ’gewone’ toeschouwers geen toegang hadden, terwijl velen dat wel graag hadden gewild.

Nu Radio Kootwijk door alle technische ontwikkelingen zijn oorspronkelijke communicatieve functie allang heeft verloren, wordt door de verschillende overheden gezocht naar een nieuwe bestemming – liefst een culturele die past bij het kwetsbare natuurgebied.

In zo’n opzet voegt het project ’Het Eigen Bloed’ van Oostpool zich wonderwel. Medewerking van de gemeente Apeldoorn werd dan ook snel verkregen. Geen vrij spel, want een monumentenstatus impliceert nu eenmaal regels en voorschriften. En doet een stevig appèl op de creativiteit. „Door het geheel stilistisch aan te passen, krijgt het de werking van een Grieks drama”, stelt decorontwerper Matt Vermeulen.

Het prachtig meanderende tegelpatroon van de vloer in de immense hal op de eerste verdieping wordt weerkaatst in een aantal reusachtige, diagonaal opgestelde spiegels ter weerszijden. Vermeulen had eerst het idee om de tegelvloer via in dezelfde tekening doorgaande plateautjes te laten golven als een heuvelgebied, maar moest dat wegens praktische problemen en formele verboden laten varen. Met de spiegels bereikt hij een effect dat ook nog eens een apart licht op de tijdsfactor en het spel van de acteurs werpt.

De vormgeving is lichtelijk gebaseerd op de vier elementen. Beneden speelt zich het sombere aardse bestaan van de oervader en -moeder af. In een rechthoekige uitsparing verwijzen borrelende sliertjes rook naar een ander ’zijn’. Een brug hoog boven de vloer, destijds nodig om de dynamo’s te bedienen, is de wereld van Kaïn. Buiten, vlak voor de grote ramen aan de achterkant, heeft Vermeulen een extra boom laten planten, die de weg aangeeft naar het paradijs, ’s avonds feeëriek belicht.

Juist als tijdens de repetitie een acteur een gruwelijk relaas doet van de moord op Abel en de daarop volgende verminking van Kaïn door de moeder, trekt een voorzichtig namiddagzonnetje door die ramen verzachtende strepen over de tegelvloer. Om tijdens de voorstellingen overdag dergelijke toevallige en mogelijk onbedoelde zoneffecten te voorkomen, met name inzake de spiegels, zijn de ramen aan de zijkant helaas verduisterd. Het doet niet af aan de majestueuze sfeer.

Aan de acteurs de taak om zich die weidse ruimte eigen te maken. Er een soort huiskamer van te maken, zoals een van de acteurs het uitdrukt, al is het lastig om aan de galm in het gebouw te wennen. Overigens blijkt de akoestiek verbazend goed. Eerder is wegens filmopnames acoustic foam tegen het plafond gespoten. Dat scheelt hoorbaar. Zoals ook de binnen temperatuur meevalt. Volgens technicus Han Verweijen mag het er nooit echt koud worden, omdat anders het interieur aangetast zou kunnen worden door schimmel of ander ongerief. Tweederde van de huur is bedoeld voor de verwarming. Aan hen de keuze tussen grofweg 16 of 24 graden. Op de tribune voldoen een trui en sjaal.

Aan het gevoel voor een zekere samenhang tussen binnen en buiten is niet te ontkomen. Zo is er het trappenhuis voor een frisse neus op de omloop rond de toren, met een grandioos uitzicht op de verre omtrek. Tekstrepetities zijn vaak wandelend gedaan. Ligthert en de zijnen ontdekten een rondje rond het gebouw dat precies zo lang duurt als de hele tekst. De bus, die het publiek naar Radio Kootwijk vervoert, stopt een eindje daarvoor. „Als je dat laatste stuk loopt in die doodstille omgeving met zicht op dat grijze gevaarte”, zegt Ligthert, „dan word je als vanzelf wat nederig. Als wij dan dit binnenste nog wat mythische proporties weten te geven, dan is een droom gerealiseerd.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden