Onterecht onbekende Belgen

Belgische schilderkunst van rond 1900 krijgt niet vaak een podium in Nederland. Het Singermuseum in Laren brengt daar verandering in.

Het begrafenismaal' van Léon Frederic uit 1886 is een groot, donker schilderij, waarop we aanschuiven bij een sombere boerenfamilie. Hun gezichten zijn eigenaardig: overdreven realistisch, alsof ze als een masker op hun hoofd zijn gezet. De beklemming van het benauwende klimaat is ook nu nog te voelen. Een zwarte mist van fabrieksrook en mijnstof daalde eind negentiende eeuw neer op België. De industriële revolutie was er zo hard gegaan, dat de arbeiders vaak in verschrikkelijke omstandigheden probeerden te overleven. Frederic was niet de enige die zich door de ellende liet inspireren.

Het doek komt uit de verzameling van het Museum voor Schone Kunsten in Gent, en is samen met nog zo'n zeventig andere werken uit de periode 1885-1960 op bezoek in het Singer museum in Laren. 'Belgische schone' heet de tentoonstelling, die een panorama biedt van driekwart eeuw schilder- en beeldhouwkunst bij onze zuiderburen. Bekende namen, zoals James Ensor en René Magritte, natuurlijk, hangen min of meer chronologisch tussen veel minder beroemde kunstenaars. En dat werkt prettig verfrissend: het is onbegonnen werk de meer dan dertig kunstenaarsnamen stuk voor stuk te onthouden. In plaats daarvan biedt de chronologische presentatie een verfrissend inzicht in de minder bekende kant van de Belgische kunstgeschiedenis.

Die is tot in de twintigste eeuw behoorlijk benauwd - en misschien juist daarom bijzonder indringend. In het prachtige 'Interieur' van Leon De Smet, uit 1911, versmelt een verliefd stel volledig met hun omgeving, precies zoals we dat kennen uit de schilderijen van Vuillard. Op een heel andere manier legt James Ensor ook een deken over dat wat hij om zich heen zag gebeuren. Zijn beroemde 'Baden van Oostende' is een bizarre karikatuur van de hypocriete, vunzige bourgeoisie, waarop de verontwaardigde kunstenaar geen centimeter onbenut liet om zijn afkeer te laten blijken.

Je kunt je als kunstenaar natuurlijk ook gewoon terugtrekken op een eiland, of in dit geval een kunstenaarsdorp: Sint-Martens-Latem was het evenbeeld van Laren. Net buiten Gent, aan de Leie, maakten mensen als beeldhouwer George Minne en schilder Gustave van de Woestyne er rond 1900 een oase. Niet om buiten te kijken naar de boerenbevolking, maar eerder om er op te gaan in mystieke en symbolistische ideeën. Geïnspireerd door de Vlaamse primitieven en de Fransman Maurice Denis maakte Van de Woestyne verstilde, breekbare schilderijen van 'boeren' en vrouwen, zoals het verstilde portret van zijn toekomstige vrouw.

En dan breekt de zon door. In eerste instantie lijkt het niet erg gunstig voor de kwaliteit van de kunst: het worden sentimentele niemandalletjes van bloemen en week lachende meisjes. En alsof er nog niet genoeg kunstenaars en verschillen waren, heeft het Singermuseum ook nog een aantal Nederlandse kunstenaars uit eigen collectie gehaald, en tussen de Belgen gehangen. Dat is verwarrend - Jan Mankes' werk lijkt inderdaad wel wat op dat van sommige Belgen, maar is verder moeilijk in het verhaal in te passen. Nederlander Jan Sluijters schilderde een vrouwelijk naakt op een bank, net zoals 'Louise' van Leon De Smet, maar was de veelzijdigheid van de Belgen alleen niet voldoende?

Enfin, er is gelukkig ook nog meer uit Gent te ontdekken. Zoals de eigenaardige excursie naar het expressionisme, met bijvoorbeeld het ronduit ontwapenende 'Met de vogelen' uit 1928 van Prosper de Troyer, die in een soort naïef-Russische stijl ons een blik in de dakgoot gunt en letterlijk het dakraam opengooit. Eindelijk.

Dan is er ruimte, bijvoorbeeld voor Magritte, dé grote Belg van het surrealisme. Helaas heeft het Gentse museum geen grote verzameling van de 'sterschilder', maar het schilderij dat in Laren hangt, 'Het balkon van Manet II' uit 1950, gaat vloeiend op in de rest van de tentoonstelling. Het is een pastiche op een schilderij van de Franse meester, waarbij Magritte de dames op het balkon heeft vervangen door doodskisten. Geen loodzware symboliek: volgens een vriend van de kunstenaar was het schilderij bedoeld als grap. Prima. Laat het hier dan een luchtig pleidooi zijn voor een open blik op de ten onrechte zo onbelichte kanten van de Belgische kunstgeschiedenis. En laat die toch altijd al zo luide Hollanders er in het vervolg gewoon even buiten.

HHHHH 'Belgische Schone: Ensor tot Magritte', t/m 30 augustus in het Singer museum in Laren. www.singerlaren.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden