Onszelf spelen, dat is alles wat we kunnen

Weinig filosofen zijn zo invloedrijk als Jean-Jacques Rousseau (1712 - 1778). In diens driehonderdste geboortejaar onderzocht Trouw de afgelopen maanden de actualiteit van zijn ideeën. Vandaag het slot: wat is er nog echt en authentiek?

Je ziet ze overal. Gloednieuwe merkkleren die er expres versleten uitzien. Jeans waar in de fabriek een gat in is gemaakt dat dan vervolgens, heel zichtbaar en met zorg nét niet helemaal nauwkeurig afgewerkt, weer is dichtgenaaid. Her en der zijn door een speciale wassing witte plekken aangebracht. Voor die modieuze mishandeling van je broek moet je natuurlijk diep in de portemonnee tasten, want een authentieke denim met een dichtgenaaide scheur erin, dat kost wat.

Het is met die broeken alsof je de toekomstige ervaringen die je ermee gaat opdoen, er alvast op voorhand bij krijgt. Je koopt niet alleen een broek, maar ook de schijn van een geschiedenis. De rafelige plekken suggereren een ruig verleden, misschien heb je met die broek wel allerlei avonturen beleefd. Het is alsof je het echte leven koopt, zonder het eerst te hoeven leven. 'Ziet eruit als tweedehands!' - echt waar, zo zag ik laatst een kledingstuk aangeprezen worden.

Het is een van de meer curieuze uitingen van de obsessie met authenticiteit die in onze cultuur op allerlei manieren opduikt. Dat verlangen naar echte ervaringen is een erfenis van de Franse denker Jean-Jacques Rousseau (1712 - 1778), die de zoektocht naar het natuurlijke, onbedorven, authentieke zelf als ideaalbeeld schetste. Omdat het 300 jaar geleden is dat Rousseau geboren werd, stond Trouw de afgelopen maanden uitgebreid stil bij de vraag hoe het denken van Rousseau ons gevormd heeft.

Dat denken draagt een levensgrote paradox in zich mee, constateert filosoof Maarten Doorman in zijn boek 'Rousseau en ik' - ondanks het Rousseau-jaar het enige (oorspronkelijk) Nederlandstalige boek over Roussaeu dat dit jaar verscheen. Steevast mondt het streven naar echtheid uit in vormen van onechtheid, schrijft Doorman. Zoals bij die quasi-authentieke kleren.

Doorman heeft het zelfs over de 'erfzonde van de authenticiteit'. "Op het moment dat Adam en Eva van de boom hebben gegeten van de kennis van goed en kwaad, is er kennis van het kwade, en daarmee is het kwaad in de wereld gekomen en een paradijselijk leven voorgoed onmogelijk geworden. Zoals de mens in deze theologische visie nooit meer zonder het kwaad zal zijn, zo zijn we sinds Rousseau nooit meer zonder onszelf. Met Rousseau verliezen we onze onschuld. Waar oprechtheid, eerlijkheid of authenticiteit verlangd wordt, is van nu af aan altijd ook onoprechtheid, oneerlijkheid en onechtheid."

Sinds Rousseau, stelt Doorman eigenlijk, zijn we opgezadeld met een soort meta-bewustzijn, een innerlijke camera op onszelf, waardoor we onszelf continu gadeslaan. Een zelfbewustzijn zoals dat voor de komst van de romantiek nog niet bestond. Door die innerlijke camera wordt elke poging 'echt' te zijn en 'echte ervaringen' te hebben onvermijdelijk opzettelijk. En dus gekunsteld. Zodra je authentiek probeert te zijn, ga je die echtheid 'spelen' - en ben je niet meer onbekommerd jezelf.

Het is een paradox die ons tot op de dag van vandaag achtervolgt. Maar ondertussen heeft de tijd ook niet stilgestaan. Hoezeer we ook gevormd zijn door Rousseau, er is wel iets fundamenteels veranderd. Waar Rousseau nog oprecht geloofde in de mogelijkheid zijn ware zelf te vinden, is dat vertrouwen inmiddels verdwenen. In de hedendaagse filosofie is korte metten gemaakt met elk geloof in iets absoluuts, inclusief het denkbeeld van één 'ware' identiteit - en als die niet bestaat, kun je het begrip 'authentiek' ook bij het vuil zetten.

We hebben, met andere woorden, de huls van Rousseaus mensbeeld nog wel behouden, de vorm, maar niet meer de inhoud. De eis authentiek te zijn, confronteert ons met een innerlijke leegte waarin Rousseau nog zoiets als een ziel kon projecteren. Die luxe hebben wij niet meer. We kunnen alleen nog maar citeren, ironiseren, een eindeloze reeks maskers opzetten. We verlangen naar een authenticiteit waar we niet meer in kunnen geloven.

De namaak-tweedehandse kledij toont niet alleen onze hang naar authenticiteit, maar vooral ook de uitholling van het authenticiteitsideaal. Om dat in te zien, is iets meer achtergrondinformatie nodig. We hebben die kleren, zo lijkt het, grotendeels te danken aan de hipstercultuur, een fenomeen uit het New York van de jaren negentig dat in de jaren nul overwoei naar andere delen in de wereld. Het verschijnsel is eigenlijk alweer over zijn hoogtepunt heen, hoewel je de hipster in een stad als Berlijn nog volop in het wild kunt zien rondlopen.

De hipster ontstond als een poging om aan de opgelegde massa-identiteit van modetrends en commercie te ontsnappen. De hipster kleedde zich bewust antimodieus, in versleten, tweedehands kleren. Want de hipster wilde authentiek en uniek zijn. Dat hipsters er met hun opa-hemden, kapotte jeans en net-niet-verslonsde baarden allemaal precies hetzelfde uitzien, is nog het minst ironische aan hun verschijning. Veel wranger is dat de hipstercultuur inmiddels zelf onderdeel geworden is van de mainstream. De commercie ontdekte de authenticiteit van de hipster en maakte er mode van. Wat begon als een verzet tegen mode werd er een ultieme uiting van.

Fascinerend aan de hipsters is vooral dat er geen sprake lijkt te zijn van een subcultuur in traditionele zin. De hipster is hyperindividualistisch, apolitiek en tot op het bot geontideologiseerd. De hipster lijkt een soort laatste, wanhopige stuiptrekking van een cultuur die elke illusie heeft doorgeprikt en toch blijft verlangen naar authenticiteit. Eigenlijk is de hipster puur vorm. Vorm op zoek naar inhoud.

Daarmee is hij het precieze tegendeel van authentiek. Het is Doormans paradox in een notendop: juist een ultra-authentieke cultuur lijdt het meest aan authenticiteitsverlies. Je ziet die paradox ook pregnant op sociale mediasites terugkomen. Digitale profielen hebben ons meer dan ooit bewust gemaakt van het feit dat er ruimte zit tussen onszelf en de beelden die we van onszelf neerzetten, dat we handelen in versies van onszelf. Maar er is geen helder idee meer van wat als de ware versie moet gelden. Er zit niets 'achter' de rollen die we spelen. Het spel is alles wat we hebben.

Kijk naar realityprogramma's op televisie - net als de hipstercultuur een product van de jaren negentig. Dit verschijnsel, dat met programma's als 'Boer zoekt vrouw' op onverminderde populariteit kan rekenen, is inmiddels gaan parasiteren op zichzelf. Werden de bekende realityshows al tot in het kleinste detail geregisseerd, er kwamen in elk geval nog 'echte mensen' aan te pas. Als het aan Net 5 ligt, is dat een gepasseerd station. De zender lanceerde deze maand de realitysoap 'Achter gesloten deuren', waarin acteurs spelen dat ze in een realityshow spelen. 'Scripted reality' heet dat. Veel verder kun je de paradox niet oprekken, lijkt me.

Je kunt je dan ook afvragen hoe toekomstbestendig Rousseaus authenticiteitsideaal is. Als de onechtheid, geproduceerd door ons verlangen naar echtheid, er zó dik bovenop ligt, bereik je dan niet een punt waarop het begrip 'authenticiteit' volstrekt ongeloofwaardig wordt?

De Italiaanse essayist Alessandro Baricco doet een poging een nieuw levensideaal te formuleren waarvan hij de kiemen al om zich heen ontwaart. In het boek 'De barbaren' betoogt hij dat we aan het begin staan van een cultuuromslag die even onomkeerbaar zal zijn als de komst van de romantiek, waarvan Rousseau de toenmalige heraut was. Baricco ziet onder jonge mensen een wezenlijk andere, 'oppervlakkige' manier van leven opkomen: zij zoeken volgens hem niet meer naar betekenis in de 'diepte' van een waar zelf, maar in de verbinding tussen verschillende leefwerelden, in netwerken - aan de oppervlakte dus.

Internet, schrijft Baricco, is symbolisch voor deze nieuwe levenswijze: je klikt van hyperlink naar hyperlink, er is geen laatste pagina. Dat hoeft ook niet: de barbaar is niet op zoek naar een gestolde kern van waarheid, maar lokaliseert de zin van het leven in de beweging, in de verbinding tussen ervaringen. Wandelde de romanticus nog in eenzame overpeinzing door donkere Duitse wouden, de nieuwe mens surft. Op internet maar ook in het alledaagse leven scheert hij over schuimende golven van ervaring naar ervaring en vermoeit zich niet meer met futiele dieptepeilingen in de ziel. Hij vindt het geluk in de flow zelf. "Als de barbaren iets graag willen verpulveren", schrijft Baricco, "zijn het wel de noties van authenticiteit en oorsprong."

Het klinkt allemaal nogal vaag en profetisch, en dat is volgens Baricco ook logisch als je de contouren van iets dat er nog niet is probeert te beschrijven. Het wachten is misschien op een nieuwe Rousseau die ons het idioom aanreikt om op een meer bevredigende manier naar onszelf te kijken, voorbij de paradoxen van het ware zelf. Tot die tijd dwalen we, in de woorden van Baricco,"verdwaasd rond, hunkerend naar de tijd toen handelingen nog authentiek waren".

Als de verwarde erfgenamen van de oude Rousseau, in een nepversleten spijkerbroek.

Maarten Doorman: Rousseau en ik. Bert Bakker, Amsterdam, 2012; 140 blz. € 15

Alessandro Baricco: De barbaren. Herziene editie. De Bezige Bij, Amsterdam, 2012; 247 blz. € 15

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden