Onstuitbare terreur

terrorisme | Frankrijk is doelwit nummer één van islamitische terroristen. En de aanslagplegers lijken inventiever dan hun bestrijders. Die kunnen amper meer doen dan ze nu al doen. Defaitisme is het gevolg.

Politie heeft in Nice de omgeving afgezet waar een vrachtwagen donderdagavond door een feestvierende menigte reed. foto epa

Geen bomgordel, mitrailleur, pistool of mes kwam er bij de aanslag in Nice aan te pas. Het moordwapen waarmee de 31-jarige Mohammed Lahouaiej Bouhlel 84 mensen van het leven beroofde was niets meer dan een vrachtwagen. Met dit eenvoudige wapen doodde hij in zijn eentje bijna net zoveel mensen als de negen goed georganiseerde en tot de tanden bewapende terroristen van de aanslagen in Parijs in november bij elkaar.

Terroristen in Frankrijk lijken inventiever dan hun bestrijders. De aanslag brengt dan ook defaitisme teweeg. De Franse premier Manuel Valls zei gisteren tegen het volk: "We moeten leren leven met terrorisme."

Sinds een aantal jaar is Frankrijk steeds vaker doelwit van islamistisch terrorisme. In 2012 vermoordde de Frans-Algerijnse jihadist Mohammed Merah een aantal Franse militairen en Joodse kinderen in en rondom de stad Toulouse. Begin 2015 volgde de grote aanslag op de redactie van het satirische blad Charlie Hebdo. Twee broers doodden twaalf medewerkers, naar eigen zeggen in opdracht van Al-Qaida. Kort daarop gijzelde een jeugdvriend van de broers winkeliers in een Joodse supermarkt en doodde daarbij vijf mensen. De grootste klap kwam in november vorig jaar: een groep teruggekeerde Syriëgangers pleegden een aanslag in Bataclan Parijs en bij een voetbalstadion. Bij die aanslag kwamen 137 mensen om het leven, onder wie zeven daders.

Hoewel de achtergrond van de dader nog wordt onderzocht, plaatst de Franse regering de daad in de context van islamitisch terrorisme. Bekeken wordt of hij banden had met IS of Al-Qaida. Beide groeperingen pleegden in het verleden aanslagen in Frankrijk en zwoeren die te blijven plegen. Daarnaast sporen beide organisaties moslims aan aanslagen met auto's uit te voeren, als er geen andere middelen voorhanden zijn.

IS-woordvoerder Mohammed al-Adnani zei in 2014: "Als je een ongelovige Amerikaan of Europeaan kunt doden - in het bijzonder de verachtelijke Fransman - of een Australiër, Canadees of welke andere ongelovige ook die oorlog tegen ons voert, inclusief de burgers van de landen in de coalitie tegen Islamitische Staat, vertrouw dan op God." Hij gaf daarbij instructies: "Dood hem op wat voor manier dan ook. Sla zijn hoofd in met een steen, slacht hem af met een mes, rijd hem omver met een auto, of gooi hem van een hoge plek, wurg of vergiftig hem."

Al-Qaida publiceerde in 2010 in zijn glossy Inspire een klein hoofdstuk waarin tot hetzelfde werd opgeroepen. Daarin werd onder meer een auto afgebeeld met daarbij het onderschrift: 'De ultieme maaimachine'.

Frankrijk is al langer doelwit van beide organisaties. Het land doet mee aan de internationale coalitie tegen IS en bombardeert de groepering in Syrië en Irak. IS kan weinig uitrichten tegen de Franse straaljagers, die buiten het bereik van de primitieve luchtverdediging van de organisatie vallen. Het plegen van aanslagen op Frans grondgebied kan IS daarentegen wel.

Frankrijk telt daarnaast de meeste Syriëgangers van alle westerse landen: meer dan 1700 Fransen vertrokken naar Syrië, van wie er zo'n 250 zijn teruggekeerd.

De Franse regering lijkt de situatie in Syrië en de ontwikkelingen met radicalen verkeerd te hebben ingeschat. In 2013 zei premier Valls - toen nog minister van binnenlandse zaken - dat Franse Syriëgangers geen gevaar vormden voor Frankrijk. "De strijders in Syrië vechten niet tegen Frankrijk of Europa. Ze vechten tegen het Assad-regime."

In die periode zag Frankrijk de rebellen in Syrië nog als een hulpstuk om het Syrische regime omver te werpen, en stuurde het geld en wapens toe. Jihadistische organisaties in Syrië profiteerden volop van de Franse hulp en van het feit dat de Franse regering haar burgers toestond naar Syrië te vertrekken. Valls verdedigde het beleid door te wijzen dat het 'niet in strijd is met het Franse recht om aan een oorlog deel te nemen', hoewel het toen al duidelijk was dat vrijwel alle Franse Syriëgangers terechtkwamen bij Al-Qaida of IS.

Met de aanslag op Charlie Hebdo en die op de Joodse supermarkt in 2015 veranderde de houding van de Franse regering radicaal. Parijs begreep dat de jihadisten niet alleen het Syrische regime tot doelwit hadden, maar ook het Westen. Niet alleen Syriëgangers vormden een veiligheidsprobleem, ook de thuisgebleven radicalen. Veel jihadisten in Syrië bleken namelijk in nauw contact te staan met leden van de Franse moslimgemeenschap en inspireerden hen tot het plegen van aanslagen.

Al-Qaida bombarderen

Frankrijk loopt nu voorop in Europa in de bestrijding van IS en Al-Qaida in Syrië. Hollande pleitte eerder deze week voor het bombarderen van Al-Qaida in Syrië, iets wat de meeste Europese landen nog niet doen. De reden daarvoor is dat Al-Qaida in Syrië nauw verweven is met een aantal groeperingen die door het Westen gesteund worden. Met het bombarderen van Al-Qaida in Syrië kunnen mogelijk ook pro-westerse groeperingen geraakt worden en de pogingen om het Syrische regime te verdrijven ernstig worden belemmerd.

De VS lijken net als Frankrijk terug te komen van hun beleid om Al-Qaida in Syrië grotendeels met rust te laten. Deze week werd bekend dat de Amerikanen met de Russen in gesprek zijn om gezamenlijk tegen de terreurbeweging op te trekken. Daarnaast waarschuwde de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken John Kerry de groeperingen die met het Westen in contact staan om te stoppen met hun samenwerkingsverband met Al-Qaida.

Met het aanbinden van de strijd tegen Al-Qaida en IS in Syrië en Irak is het Franse terreurprobleem niet opgelost. De salafistische ideologie verspreidt zich in hoog tempo binnen de Europese moslimgemeenschap en veel jongeren zijn ontvankelijk voor de gewelddadige ideeën van IS en Al-Qaida. Anti-terreurmaatregelen maken het weliswaar lastiger voor terroristen om aanslagen te plegen, maar kunnen niet voorkomen dat de radicale ideeën zich verspreiden.

Een van de problemen is het tijdig herkennen van radicalen. De terrorist die donderdag inreed op het publiek was geen bekende van de inlichtingendiensten. Geen wet kon verhinderen dat hij een aanslag pleegde. Tot hij zijn gaspedaal intrapte om de eerste persoon te raken, deed hij volgens de wet niets verkeerd.

Frankrijk kan amper meer doen tegen terrorisme dan het al doet. De inlichtingen- en politiediensten kregen de laatste jaren aanzienlijke budgetten toegewezen en draaien op volle toeren. Opsporingsdiensten beschikken over ruimere bevoegdheden dan die van welke Europese staat dan ook. Als die nog verder verruimd worden, kan de rechtsstaat in het geding komen.

geschiedenis van terreur

Terrorisme is geen nieuw verschijnsel in Frankrijk. Het woord terrorisme komt zelfs uit het Frans - de term werd gebruikt om het terreurbewind aan te duiden dat volgde op de Franse Revolutie.

In de moderne geschiedenis kreeg Frankrijk eveneens veelvuldig te maken met terroristen. Begin jaren zestig pleegde de extreem-nationalistische beweging OAS ('Organisatie van het geheime leger') aanslagen op regeringsdoelen. Zij verklaarden Parijs de oorlog nadat het voorbereidingen trof voor de onafhankelijkheid van Algerije, dat toen nog een Franse kolonie was. Na een mislukte moordaanslag op de Franse president Charles de Gaulle werd de groepering ontmanteld. Een aantal kopstukken eindigde voor het vuurpeleton.

In de jaren zeventig kwamen extreem-linkse bewegingen op. Het Japanse Rode Leger en het Palestijnse PFLP pleegden geregeld aanslagen in Frankrijk op Israëlische doelen.

De eerste keer dat Frankrijk opgeschrikt werd door jihadistische aanslagen was in 1995. De Algerijnse terreurbeweging GIA, die vocht voor de oprichting van een islamitische staat in Algerije, pleegde een aanslag in een Parijs metrostation. Daarop werden zo'n 70.000 mensen van de straat geplukt voor verhoor, de meerderheid Noord-Afrikanen en de meesten zonder dat er sprake was van enige verdenking.

een voertuig als terreurwapen

Het met een voertuig inrammen op een menigte mensen is geen nieuw terreurmiddel. In Israël is men al langer vertrouwd met dit fenomeen: Palestijnen rijden geregeld met hun auto Israëlische militairen of burgers omver. Maar sinds een aantal jaar vinden terreuraanslagen met een rijtuig ook in het Westen plaats. In oktober 2014 reed een Canadese jihadist twee militairen dood die op een parkeerplaats stonden te wachten. Op 1 januari van dit jaar reed een Frans-Tunesische extremist in op drie Franse militairen in het plaatsje Valence.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden