Onstuimig is goddelijk

Drie Amerikaanse rockbandjes spelen deze week in Nederland en als we de muziekbladen mogen geloven, komen The Strokes, The White Stripes en Black Rebel Motorcycle Club hier 'de popmuziek redden'. Maar zoals Chuck D van Public Enemy al zei: Don't believe the hype. Luister simpel naar onstuimige rock, die zich niets aantrekt van de platenbonzen.

Het Zuiderpark in Rotterdam, zomer vorig jaar. In een tent van wit plastic dekzeil staan vijf jongens van rond de twintig - The Strokes - hun liedjes te spelen voor een handjevol half-geïnteresseerden. De vijf uit New York dragen leren jasjes, overhemden met dunne stropdasjes, tweedehands colbertjes en afgetrapte gympies. De zanger hangt als een dronkelap aan de microfoonstandaard.

De drummer tikt af, de twee gitaristen spelen hun riffs en die bonkige, boerse jongen met de microfoon zingt met een zeurderige, knauwende stem zijn teksten. Geen blik het publiek in, geen bedankje als een nummer is afgelopen, geen woord. Het publiek kan niet bevroeden dat het staat te luisteren naar 'de beste rock-'n-rollband ter wereld' wiens concerten alleen te vergelijken zijn met 'de eerste keer de Stones zien'. Een band die in Nederland is om 'de rock-'n-roll te redden' en die amper twee maanden na het optreden in Rotterdam 'de meest sensationele plaat van de afgelopen vijfentwintig jaar' zou uitbrengen.

Rond dezelfde tijd verschijnt 'White blood cells', het derde album van The White Stripes, een garagerockduo uit Detroit (de stad waar ook The Stooges en MC5 vandaan komen). Zanger/gitarist Jack en drummer Meg White zeggen dat ze broer en zus zijn, al gaan de geruchten dat ze in werkelijkheid ooit man en vrouw waren. Ze zijn een opvallende verschijning: Jack en Meg gaan uitsluitend gekleed in rood-wit. Britse bladen noemen de twee 'de nieuwe Sex Pistols', terwijl de gerenommeerde BBC radio-deejay en popkenner John Peel het heeft over 'de beste rock sinds Jimi Hendrix'.

Als het duo door Groot-Brittannië toert, moeten de dagbladenrecensenten hun hersens pijnigen om met dat alles overtreffende superlatief te komen. Al snel volgt de Nederlandse pers, die The White Stripes 'de nieuwe redders van de popmuziek' noemt en 'White blood cells' omschrijft als 'de beste rock-'n-rollplaat sinds jaren'.

Er verschijnt nog een Amerikaans rockbandje ten tonele: Black Rebel Motorcycle Club uit San Francisco. De single 'Whatever happened to my rock & roll (punk song)' is het Britse weekblad NME al vooruitgesneld. Ze schrijven: 'Als The Strokes de lieve jongens met de mooie platencollectie zijn, dan bestaat BRMC uit hun scheldende, ruige neefjes, die alle meisjes krijgen maar nooit mee naar huis worden genomen om hun moeder te ontmoeten'. NME sluit af met een waarschuwing: 'The Strokes kunnen maar beter oppassen'. Het eveneens Britse Uncut slaakt een zucht van verlichting: 'Het lijkt erop alsof rock-'n-roll weer in veilige handen is'.

Wie zijn toch deze godenzonen, die op aarde gezet zijn om voor ons de rock-'n-roll uit het vagevuur te sleuren? Wie zijn deze hogepriesters van de gitaar, die meesterwerken uitpoepen alsof het niets is? Wie zijn toch deze bastaardkinderen van Iggy Pop en Sid Vicious, die je complete platenkast met één enkel akkoord tot een collectie volstrekt onbetekenende deuntjes maakt? Wie zijn deze zalvende hoeders van ons, de makke kudde van popmuziekliefhebbers?

Het woord 'hype' heeft meerdere betekenissen. Het kan truc of foefje betekenen. Of (misleidende) reclamestunt. Of (vals) sensatiebericht. Uit alle betekenissen proef je dat een hype je belazert. Een hype belooft iets en komt

die belofte vervolgens niet na. The

Strokes, The White Stripes en BRMC waren het afgelopen halfjaar het stille oog van de grootste mediahype die de muziekpers gekend heeft sinds... de Stones? Nick Valensi, een van de twee gitaristen van The Strokes, grapte vorig jaar half dat het gerucht ging 'dat we alleen in tijdschriften bestaan'. De hype beloofde dat deze drie bands de rock-'n-roll zouden redden. Hoe de uitvoering van zo'n abstracte reddingsoperatie er dan wel moest uitzien, werd helaas niet concreet gemaakt.

Ik moet u uit de droom helpen. Bovengenoemd drietal komt niets redden. The White Stripes uit Detroit hebben met 'White blood cells' een hartstikke leuke garagerockplaat gemaakt. Maar dat waren hun vorige twee ook. Jack en Meg White klinken drie jaar na het uitkomen van hun titelloze debuut niet wezenlijk anders dan ze tijdens de allereerste oefensessie in hun kelder zouden hebben geklonken: zij neemt voor het eerst in haar leven een paar drumstokjes ter hand en hij heeft net zijn eerste bluesakkoordenschema onder de knie, zo lijkt het. Hun mix van oude blues, punk en rock rammelt en vlamt tegelijk, is zowel rommelig als puur. Maar als The White Stripes daarmee de popmuziek hebben gered, zou je net zo goed kunnen beweren dat de Sex Pistols dat al in 1977 hebben gedaan met 'Never mind the bollocks'.

Bij The Strokes ligt het iets anders. De anekdotes die dit vijftal omringen, maken van het succesverhaal haast een moderne popmythe, een sprookje gestoken in leren jasjes en tweedehands colbertjes. Als de programmeur van een zaaltje in New York The Strokes voor het eerst boekt, zegt hij na het optreden per direct zijn baan op om zich fulltime voor 'zijn' band in te zetten. Die voormalige programmeur is huidige manager Ryan Gentles. Enkele maanden later hoort de Britse labeleigenaar Geoff Travis door de telefoon enkele liedjes van The Strokes. Al na vijftien seconden besluit hij de nummers op single uit te brengen.

NME pikt die single ('The modern age') als eerste op en schrijft: 'Deze band zal je leven voorgoed veranderen'. Debuut 'Is this it' is een plaat van 37 minuten waarop elf felle, soepeltjes gespeelde liedjes staan over verveling, desinteresse en ontevredenheid, waaronder de paranoia en spanning van de grote stad heftig borrelen. Als The Strokes daarmee de popmuziek hebben gered, zou je net zo goed kunnen beweren dat The Ramones dat al in 1976 hebben gedaan met hun eerste plaat.

De single 'Whatever happened to my rock & roll (punk song)' van BRMC is het toefje slagroom op de taart. Roepen de muziekbladen al maanden dat er in Amerika twee bandjes zijn opgestaan die de rock-'n-roll komen redden, duikt er ineens een derde op die datgene wat zij al tijden verkondigen over de te loorgang van popmuziek perfect samenvat in een refrein: 'I fell in love with a sweet sensation / I gave my heart to a simple chord / gave my soul to a new religion / Whatever happened to our rock & roll'. De cd 'Black rebel motorcycle club' is een duistere rockplaat met veel Britse popinvloeden, die geweldig uit de startblokken schiet maar na zo'n zeven liedjes wat oeverloos ronddoolt in zijn eigen misère. Als BRMC daarmee de popmuziek hebben gered, zou je net zo goed kunnen beweren dat The Jesus & Mary Chain dat al in 1985 hebben gedaan met 'Psychocandy'.

Deze drie bands zien helemaal niets in de rol die de muziekpers ze heeft toebedacht. Zanger Julian Casablancas zei al eens dat hij niet wilde geloven dat The Strokes de toekomst van de rock-'n-roll zijn. 'Zodra ik dat wel ga doen, zouden we uit elkaar vallen', zei hij in muziektijdschrift Oor. In het januarinummer van Q, een Brits maandblad, gaat hij daarop door: 'De mediahype rond ons is met name in Engeland een probleem geweest; daar is het helemaal scheefgegroeid. Maar ik denk dat onze muziek de hype zal overleven, dus ik ben niet bang dat we door de mand zullen vallen in de ogen van de mensen die onze plaat hebben gekocht of naar onze concerten gaan'.

Ook Jack White van The White Stripes liet zich al ontvallen dat 'het over zes maanden wel over zal zijn. Dan verzamelen we onze centjes en gaan we terug naar huis.' Whatever happened to our rock & roll? 'Verwacht niet van mij dat ik het antwoord heb', zegt zanger/gitarist Peter Hayes van BRMC. 'Kom zelf maar met een antwoord, ik heb immers de vraag gesteld.'

De commercie wint, de liefhebber verliest. Is dat wellicht een antwoord? Wat voor voetbal geldt (Champions League), geldt net zozeer voor popmuziek. Popjournalisten zijn per definitie liefhebbers, anders waren ze wel parlementair verslaggever geworden. Het tergt ze dat de commercie aan de haal gaat met 'hun' lieveling. Veelzeggend is dat het ooit onvolprezen Amerikaanse muziektijdschift Rolling Stone tegenwoordig de Backstreet Boys, Britney Spears, *NSync en Christina Aguilera op de cover zet. Of dat de succesvolste clubtoer van 2001 in Nederland op naam staat van K-Otic, het door Yorin, concertorganisator Mojo en platenmaatschappij Zomba van de grond af opgebouwde popgroepje uit het tv-programma 'Starmaker'. Julian Casablancas in Oor: 'Bijna alle hedendaagse muziek klinkt meer als entertainment dan als kunst'.

Als er dan een band als The Strokes langskomt, zonder zorgvuldig gecon strueerd imago, ingestudeerde danspasjes en door dure producers hapklaar gemaakte brokjes muziek, maar wel met passie, branie en soul, dan is het begrijpelijk dat wordt geschreven dat die band de popmuziek uit de klauwen van de grote boze geldwolf zal redden. Niet voor niets is de slotzin van de recensie van The White Stripes' laatste cd in het Algemeen Dagblad: 'De marketing lijkt het in de popmuziek steeds meer te winnen van de muze. Jack en Meg White zorgen voor een tegenwicht dat hard nodig is.'

Als er dan vervolgens nóg zo'n bandje ten tonele verschijnt in de vorm van BRMC, dan is er meer dan genoeg brandstof om een enorme hype te doen oplaaien. In hun kerstnummer neemt de redactie van NME daar zelf ook al een voorschot op. Over The Strokes schrijven ze: 'Ofwel deze vijf post-adolescenten zijn de Uitverkorenen en God houdt van rock-'n-roll, ofwel popsterren zijn dezer dagen zulke nutteloze en overbodige eikels dat wanneer er jochies langskomen die goed zijn, we wel door ze betoverd móeten zijn'. Q is stelliger door te melden dat de Britse muziekmedia zo wanhopig op zoek zijn naar nieuwe rock-'n-rollhelden, dat ze, bevangen door de hypekoorts, stijl voor inhoud aanzagen.

The Strokes zijn de Rolling Stones niet, evenmin als The White Stripes de nieuwe Sex Pistols zijn. En als BRMC zingt 'Whatever happened to my rock & roll', betekent dat niet automatisch dat de rock-'n-roll bij deze band weer in veilige handen is. Dit drietal biedt een tegenwicht aan de stortvloed van popmuziek die is bedacht achter een bureau door platenbonzen die snel rijk willen worden en constant op zoek zijn naar artiesten die hen daarbij van dienst kunnen zijn. De verdienste van deze drie bands is dat ze daaraan niet meewerken. Ze spelen onstuimige rock omdat ze zich kwaad maken over de huidige toestand van de popmuziek, of gewoonweg omdat ze graag onstuimige rock wíllen spelen. Maar geloof alstublieft niet dat deze drie bands van plan zijn de rock-'n-roll te redden, wat dat ook mag inhouden.

Het feit dat The Strokes, The White Stripes en BRMC tegenwicht bieden aan alle plastic pop van de 21ste eeuw, plus de mediahype die woedde in Engeland, de natie waar het Europese vasteland traditiegetrouw de ogen op richt als het gaat om nieuwe bands en trends, heeft wellicht gemaakt dat zich ook onder Nederlandse dagbladen en tijdschriften een wedstrijdje 'elkaars superlatieven overtreffen' heeft ontsponnen.

Prik door de hype heen. Ga niet naar de drie beste rock-'n-rollgroepen ter wereld kijken, maar geniet gewoon van drie bandjes die niets meer en minder doen dan ziel en zaligheid in hun liedjes leggen. Zeven jaar geleden werden we namelijk ook al voorgesteld aan de nieuwe Rolling Stones. En om het nog mooier te maken gelijk ook maar aan de nieuwe Beatles. Zij zijn de oude redders van de popmuziek: Oasis en Blur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden