Onsterfelijk door zijn 'Nathalie'

Monsieur Dynamite en Monsieur 100000 Volts waren de bijnamen van chansonnier Gilbert Bécaud, die zich op de bühne als een vis in het water voelde. ,,De bühne is een drug'', zei hij in 1999 tegen de Duitse televisiezender ZDF. ,,Wanneer ik niet zingen kan word ik erg nerveus.''

Gilbert Bécaud werd in 1927 in Toulon geboren als François Gilbert Silly. Vanaf zijn negende bezocht hij het conservatorium van Nice voor een piano-opleiding. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog vertrok Bécaud naar Parijs om zich te storten op de wereld van het amusement. Hij verdiende zijn geld als pianist in bars en cabarets en componeerde zijn eerste filmmuziek. In Parijs ontmoette hij in 1950 de op dat moment geliefde zanger Jacques Pills, de latere echtgenoot van Edith Piaf, met wie hij ging samen werken. Met hem componeerde Bécaud 'Je t'ai dans la peau', waarmee Edith Piaf groot succes had. Het was Piaf die hem overhaalde zelf te gaan optreden en adviseerde zijn naam te wijzigen.

Na zijn aanvankelijke aarzeling overwon Silly zijn angst, koos voor de artiestennaam Bécaud (de naam van zijn stiefvader) en debuteerde begin jaren vijftig in het cabaret Fidelio. Bécauds optredens werden een doorslaand succes. Enkele maanden na zijn debuut stond hij al tegenover de Franse president Vincent Auriol om de 'Grand prix du disque' in ontvangst te nemen voor zijn lied 'Quand tu danses'. Bécauds ster rees snel. Als grande vedette wandelde hij in 1954 de beroemde Parijse zaal l'Olympia binnen. Zijn optreden bracht zijn tienerfans zo in vervoering, dat zij de tent afbraken. Daarmee was zijn doorbraak een feit. Bécaud zou gedurende zijn leven meer dan dertig keer in het legendarische theater optreden, vaker dan wie ook. Het historische eerste optreden leverde hem de bijnaam Monsieur 100000 Volts op.

In 1956 begaf Bécaud zich ook op andere terreinen. Hij acteerde voor het eerst in een film, 'Le pays d'où je viens' van Marcel Carné, en in 1962 componeerde hij het moderne operawerk 'l'Opéra d'Aran', dat overigens niet de gehoopte waardering opleverde. Het socialistische dagblad Het Vrije Volk oordeelde al eerder, in 1961, minder positief over zijn performances: 'té luidruchtig en té veel beïnvloed door de Amerikaanse showbusiness-sfeer'; 'met een gelegenheidsglimlach' stond de zanger op het podium, aldus de recensent, die evenmin sympathie kon opbrengen voor zijn fans als zij hem wisten te benaderen: ,,Zij genieten het voorrecht de held in zijn slipje door de kleedkamer te zien laveren''. En in Trouw klonk veel later, in 1984, het verwijt dat Bécaud tijdens zijn optredens 'passie en pathos' niet wist te scheiden. Als Gilbert Bécaud kritiek kreeg was dat vrijwel altijd omdat hij zich met te veel overgave op zijn act stortte. Maar die kritiek kwam eigenlijk zelden voor. Meestal bespeelde Bécaud zijn publiek succesvol met de chansons 'Et maintenant', 'Nathalie' en 'L'important c'est la rose', die allemaal klassiekers werden.

Zijn fascinerende lichaamstaal en danspasjes leerde Bécaud van de pantomimespeler Marcel Marceau. Bécaud was geen chansonnier in de oorspronkelijke zin van het woord, zoals zijn collega's Charles Trenet en Charles Aznavour, die hun eigen muziek en teksten schreven. Bécaud componeerde wel zijn eigen muziek, maar leunde tekstueel vaak op dichters als Pierre Delanoë, Maurice Vidalin en Louis Amade. Bécauds verdienste waren zijn optredens waarbij hij zich onvermoeibaar toonde, hoewel hij tussen de nummers door flink rookte. Per jaar gaf hij zo'n 250 concerten, wereldwijd, altijd in blauw pak en een das met witte stippen.

Bécaud, die in zijn leven tweemaal getrouwd was, componeerde ruim vierhonderd liedjes en scoorde zeker twintig hits. In 1964 bezong Bécaud de Russische gids Nathalie -die toeristen door het winterse Moskou leidde- in het gelijknamige, beroemde nummer: Elle parlait en phrases sobres / De la révolution d'Octobre, zong Bécaud, die in Parijs maar niet van haar loskwam: Que ma vie me semble vide / Mais je sais qu'un jour à Paris / C'est moi qui lui servirai de guide / Nathalie, Nathalie.

Frank Sinatra, Barbra Streisand en Shirley Bassey vertolkten zijn 'Et maintenant' in vertaling als 'What now my love'. Bob Dylan, Nina Simone en James Brown coverden 'Je t'appartiens' als 'Let it be me'. In 1981 bereikten zijn samen met Neil Diamond geschreven liedjes voor de film 'The Jazz Singer' de Amerikaanse hitparade.

Ook in Nederland dankte Gilbert Bécaud zijn populariteit aan zijn niet te stuiten dynamiek. Zelfs bij zijn laatste Nederlandse optreden in 1998, als 71-jarige, werd hij in de media nog geprezen om zijn vitaliteit. Hij weigerde gemakzuchtig zijn klassiekers af te draaien en gaf zich altijd volledig, net als in zijn beginjaren, toen hij als een 'kunstzinnige storm' (zoals een recensent het noemde) over het podium raasde. De combinatie van zijn Franse chansons en zijn grote gevoel voor amusement en show, vormde ook hier de basis van zijn succes.

Het laatste decennium van zijn leven had Bécaud zich in de luwte van het theaterbestaan begeven. In 1991 kondigde hij zijn afscheid aan, ontdaan door het overlijden van zijn moeder en door de dood van zijn collega Yves Montand. Een jaar later nam hij toch weer een cd op en gaf hij een reeks optredens in het Parijse Palais de Congrès. Zijn zeventigste verjaardag vierde hij in 1997 groots met zijn dertigste serie concerten in l'Olympia, dat altijd zijn thuishaven was geweest. Van de toen bij hem geconstateerde kanker was tijdens die optredens weinig te merken. Zijn laatste album 'Faut faire avec' verscheen in 1999; voor volgend jaar stond nog een nieuwe album gepland, maar door zijn ziekte kwam hij niet meer aan componeren toe.

De dood boezemde hem geen angst in, zo verklaarde Bécaud drie jaar geleden nog tegen het Rotterdams Dagblad: ,,De pijn van het sterven, dáár ben ik bang voor. Maar de dood zelf niet. Al sinds ik geboren ben weet ik dat ik dood zal gaan. Dus de dood is niks nieuws voor me. Ik heb ook geen enkel idee over de dood of over een leven na de dood. Dat interesseert me nu niet. Alles wat onvermijdelijk is is voor mij verwaarloosbaar, daar besteed ik geen aandacht aan. Ik ben niet zo'n denker, ik houd van actie.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden