Ons verdwenen buurlandje

(Trouw)

Negentig jaar geleden bracht het huidige Drielandenpunt in Vaals nog vier landen samen. De in 1919 verdwenen ministaat Neutraal Moresnet was in 1816 opgericht na een twist over een zinkmijn. Nu bestaat het landje nog slechts in de oude hoofden van een handvol mensen.

’Nicolas Dorr? Nee, die is dood. En Leo Lausberg? Die is ook overleden, mama. Iedereen is dood. Jullie zijn de enigen die nog in Neutraal Moresnet geboren zijn.”

Het valt even stil in de kleine woonkamer van Josefin Debey (90) in het Waalse Kelmis, tien kilometer ten zuiden van Vaals. Buiten scheuren jongeren op scooters voorbij, maar binnen gaan de gedachten terug naar familieleden die het getal 18 als eerste twee cijfers van hun geboortejaar hadden. „Ik weet nog dat mijn ooms langskwamen nadat ze in de mijnen hadden gewerkt. Pikzwart waren ze dan. De as van de ovens kwam neer op het hele dorp.” De ooms van Josefin Debey werkten in de zinkmijn die op 26 juni 1816 veroorzaakte dat Vaals ruim een eeuw lang het enige vierlandenpunt van Europa zou kennen.

Nederland en Pruisen waren het na de val van Napoleon namelijk oneens over het bezit van die mijn. „Een half jaar na het congres van Wenen, waar in 1815 de Europese grenzen opnieuw getrokken werden, besloten de beide landen daarom Neutraal Moresnet op te richten. Zo konden ze de opbrengst van de zinkmijn verdelen”, zegt Alfred Bertha, gepensioneerd docent Latijn en medewerker van het rustieke Göhltal museum in Kelmis. Tal van artefacten herinneren daar nog aan het mini-staatje, waaronder de kenmerkende zwart-wit-blauwe vlag en een kolossale grenspaal.

Van de zestig palen die vroeger de grens van het staatje markeerden, staan er nog 53 in de grond. Eén ervan bevindt zich op enkele meters afstand van ’les trois bornes’ (de bekende drie grensstenen) in Vaals.

De facto was het 344 hectare kleine gebied volgens Bertha geen land, maar – net als Andorra – een condominium: soeverein gebied zonder eigen regering dat door twee landen wordt bestuurd. Aanvankelijk waren dat Nederland en Pruisen, later België en Duitsland (zie kader). „Dat had voor de echte Moresnetters en hun nageslacht tot gevolg dat ze bijvoorbeeld niet in militaire dienst hoefden. In het begin gold dat ook voor mensen die uit Pruisen naar Neutraal Moresnet kwamen. Die verloren daarmee hun Pruisische nationaliteit. Pas in 1855 werd dat teruggedraaid en moesten zij zich melden bij het Pruisische leger. In 1847 werd in België een soortgelijke wet aangenomen.”

Nu, 194 jaar later, telt Josefin Debey in haar woonkamer met krakerige stem de vier landen op haar vingers: „Nederland, Duitsland, België én Neutraal Moresnet.” Bij het uitspreken van de laatste twee woorden begint ze te glunderen. „Neutraal Moresnet”, mompelt ze. „Moresnet Neutre, das war schön.”

Maar op den duur haalde de tijd de grensanomalie in. Pruisen en België (dat na de afscheiding van Nederland in 1839 zeggenschap kreeg over Neutraal Moresnet) mochten in het gebied geen nieuwe wetten invoeren. Hierdoor ontstond volgens Bertha een situatie waarin sommige verouderde regels van Napoleon tot bijna honderd jaar na diens dood van kracht bleven. „Zo hoefden kinderen – in tegenstelling tot hun Pruisische leeftijdsgenoten – niet verplicht naar school en moest er voor een simpel vergrijp als diefstal zes maanden in een tuchthuis worden doorgebracht. In Pruisen en Nederland waren de straffen voor bijvoorbeeld doodslag dan weer veel zwaarder.”

Voor de toenmalige inwoners maakte dat weinig uit. „Die waren allang blij dat er voor iedereen werk was”, zegt de 96-jarige Hubert Debey, de oudste nog levende Moresnetter van geboorte. Samen met zijn zus Josefin en nog vier anderen behoort hij tot het selecte groepje mensen dat de naam van het ministaatje nog in hun paspoort heeft staan.

„Neutraal Moresnet bestaat alleen nog in onze oude hoofden”, vertelt Debey nadat een pflegerin de televisie in kamer 104 van het plaatselijke bejaardenhuis zachter heeft gezet. De vijfde telg uit een gezin van elf kinderen heeft nog levendige herinneringen aan de neutrale tijd. „Ik weet nog dat de Duitsers in de Eerste Wereldoorlog in oude lompen bij mijn ouders aanklopten. Hier in Neutraal Moresnet hadden we het toen vrij goed. Werk was er in overvloed. Vooral in de mijnen, maar er waren ook winkels. Mijn ouders verkochten bijvoorbeeld speelgoed.”

Pas na 1936, toen de allerlaatste zinkmijn in het gehucht Roer uitgeput was, ging het bergafwaarts met de werkgelegenheid in het voormalige dwergstaatje. De pakweg 2500 inwoners van het neutrale gebied vonden werk in omliggende steden als Aken, Luik en Verviers.

Hubert Debey vertelt in een mengelmoesje van plat Duits en Frans dat het vinden van werk makkelijker ging als je naast Duits ook Frans sprak. „Dan kon je hier in de buurt overal werken. Ikzelf had ook nog een fiets. Dan was je pas echt bevoorrecht. Vlaams spreken deden we in Neutraal Moresnet niet. Godzijdank. Vlamingen zijn onbeleefd.”

Gelukkig voor Debey hadden de inwoners van Neutraal Moresnet met Vlaanderen nooit veel van doen. Nadat Duitsland in 1918 als grote verliezer uit de Eerste Wereldoorlog tevoorschijn kwam, werd het condominium onderdeel van Wallonië. In 2005, toen het 175-jarig bestaan van België werd gevierd, ontvingen alle nog levende Moresnetters in hun geboorteplaats Kelmis een speciale oorkonde van de burgemeester. Omdat Hubert Debey vijf kilometer verderop in het gehucht Astenet woont, viel die eer hem niet te beurt. De gemeente verkeert hierdoor onterecht in de veronderstelling dat de 95-jarige Agnes Hackens-Paffen uit Kelmis de oudste Moresnetter van geboorte is.

Met dat soort trivialiteiten houdt Hackens-Paffen zich naar eigen zeggen niet bezig. „Gott sei Dank nicht. Ik ben al blij dat ik nog helder ben”, zegt ze. Sinds haar geboorte woont ze – net als veel oudere inwoners van Kelmis – in het huis dat door haar grootouders werd gebouwd toen de zinkwinning op haar hoogtepunt was. Vroeger woonden er studenten uit het Duitse Aken, nu leeft ze samen met haar 66-jarige zoon. Herinneringen uit de neutrale tijd bestaan slechts uit flarden. „Ik weet nog goed dat ik ten val kwam toen ik met een vriendin aan het spelen was rondom een met water gevulde kuil. Die waren hier veel vanwege de mijnbouw.” Om haar verhaal te illustreren laat ze een klein litteken op haar elleboog zien. Het laatste Moresnet-litteken.

(Trouw)
Met de klok mee: het voormalige Vierlandenpunt, nu Drielandenpunt, dat speciaal voor het negentigjarig jubileum een verfje heeft gekregen; een van de vroegere grenspalen; de 95-jarige Agnes Hackens-Paffen, die een van de oudste nog levende Moresnetters is; en een oude kaart van het grensgebied. (FOTO'S WERRY CRONE, TROUW )
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden