Beeld Maartje Geels

Column

Ons slavernijdebat moet over onze verantwoordelijkheid gaan, niet over die van de Arabieren

Een verstripte versie van ‘De Negerhut van Oom Tom’, dat was geloof ik de eerste keer dat ik iets vernam over de ellende van de slavernij. 

Ik las het boek bij mijn progressieve tante. Op school leerde je weinig over de slavernij. Als er al over gepraat werd, dan uitsluitend als Amerikaans probleem. Nooit ging het gesprek over het Nederlandse aandeel in het systematisch ronselen, verkopen, uitputten, geselen, brandmerken en verkrachten van volgens ons inferieure mensen, een praktijk die standhield tot 1863. “Toen Surinamers na de Tweede Wereldoorlog naar Nederland kwamen, waren ze verbaasd dat het in Nederland alleen maar ging over de oorlog”, merkte schrijfster Cynthia McLeod vorige maand nog op in Historisch Nieuwsblad. Pas in 2002 kwam er een Nationaal Monument Slavernijverleden, in een hoekje van het Amsterdamse Oosterpark.

Dus dat slavernijmuseum moest er maar eens komen, al was het maar als gebaar naar Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders, die hun eigen geschiedenis hier amper weerspiegeld zien.

Knieval 

Maken we zo een knieval voor wat tegenwoordig wel ‘schaamtecultuur’ heet? Tenslotte kun je heel goed betogen dat slavernij niet alleen een zaak was van slechte witte Nederlanders en onschuldige Afrikanen. Wist u bijvoorbeeld dat Nederlanders in de hoogtijdagen van de slavernij meer Aziaten hebben verhandeld dan Afrikanen? Of nog zo’n gegeven dat onze schuld lijkt te relativeren: nog voordat Hollanders de slavenhandel ontdekten, verhandelden Afrikanen al mede-Afrikanen, om van de eeuwenlange Arabische slavenhandel maar te zwijgen.

Verrassende weetjes, maar zijn ze relevant voor het nationale slavernijdebat? Nou nee, want hier gaat het om onze verantwoordelijkheid, niet om die van de Arabieren. Het gaat erom hoe wij omgaan met een specifieke vraag van medelanders.

Ik bedoel daarmee dit: stel dat uw opa uw oma in het verleden systematisch heeft misbruikt, een geschiedenis die ook u heeft getekend - zo ontbreekt het vrouwen in uw familie aan zelfvertrouwen. Omdat misbruik zo’n pijnlijk thema is, heeft de familie lang gezwegen, maar nu hebt u als kleinkind eindelijk de moed opgevat er met opa over te praten. Dan helpt het zeker niet als opa antwoordt: ja, kindje, maar bij de buren was het veel erger! Of: je tante is ook misbruikt, maar die hoor je niet klagen. Daarmee ontwijkt opa de vraag. En als hij de vraag ontwijkt, dan lijkt het erop dat hij niets heeft begrepen - dan voelt het bijna alsof het weer gebeurt, of weer zou kunnen gebeuren.

Erkenning 

De afstammelingen van slaven in Suriname en op de Antillen willen erkenning voor wat hun familie is aangedaan. Des te meer omdat Nederland nog niet vrij is van racisme, een probleem waar zwarte Nederlanders gewoon vaker last van hebben dan Aziatische.

Dus natuurlijk moet een slavernijmuseum ook aandacht besteden aan Aziatische slaven, en graag meteen aan de slaven van vandaag. Maar witte Nederlanders mogen ook wel eens eerlijk antwoorden: dit is onze gedeelde geschiedenis. Onze voorouders zagen jullie voorouders als ding dat tot je beschikking staat. Daar heeft Nederland spijt van. Daar probeert Nederland van te leren.

Leonie Breebaart is filosoof en redacteur van Trouw. Hier vindt u meer van haar columns. 

Dit artikel is onderdeel van het speciale themanummer van Letter&Geest over het slavernijmuseum. Meer lezen? Kijk op trouw.nl/slavernij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden