Ons partijenbestel is een buffer tegen Trumps

Beeld ANP

Op drempel van haar honderdjarig bestaan voorzien sommigen, onder wie Lex Oomkes, de politieke commentator van deze krant, het einde van onze partijendemocratie. Misschien hebben deze aanzeggers gelijk en trekken zij terecht bepaalde trends door, zoals het terreinverlies van de oude volkspartijen. De geschiedenis heeft evenwel geleerd daar voorzichtig mee te zijn.

In de afgelopen halve eeuw is al dikwijls het einde van het CDA en de PvdA voorspeld. De parlementaire geschiedschrijver Jan Vis stelde ze aan het begin van deze eeuw zelfs voor als 'stervende olifanten, wankelend op weg naar hun graf'. Maar de partijen bestaan nog en hebben meer dan eens het wonder van een comeback laten zien. De VVD, de derde volkspartij, heeft bij de vorige verkiezingen het beste resultaat ooit behaald.

Mijn stelling is dat de 'grote drie', die bij de verkiezingen van 2012 samen bijna tweederde van alle zetels haalden, op een dieper gevoelsniveau nog altijd over een vertrouwenskrediet beschikken, gebaseerd op hun vormgevend vermogen. In deze tijd wordt daarover veel te nuffig gedaan, maar het is een kwaliteit een samenhangend program te ontwerpen, samenwerking te zoeken met anderen om daar iets van te verwezenlijken, capabele mensen te rekruteren en de staat te dragen.

Dit vormgevend vermogen heeft ook een insluitend karakter, zoals begin dit jaar de verkiezing van de Marokkaans-Nederlandse Khadija Arib tot voorzitter van de Tweede Kamer liet zien. Van immigrantenmeisje tot het gezicht van het hoogste College van staat: hoe moeizaam ook de integratie verloopt, onze gesmade partijenbestel toont de wereld op dit punt een mooi voorbeeld.

Hol en schraal

De alternatieven stellen weinig voor als het aankomt op het omzetten van electorale macht in politiek-bestuurlijke vorm. In de afgelopen halve eeuw is het alleen D66 en de SP als inbrekers in het bestel gelukt voet aan de grond te krijgen. Voor de rest, de ouderenpartijen in de jaren negentig en de LPF kort na de eeuwwisseling, geldt: opgaan, blinken en verzinken.

Het was de ouderwetse partijendemocratie die het tweede kabinet-Rutte droeg: nadat VVD en PvdA hun meerderheid in de Eerste Kamer verloren, schoten D66, ChristenUnie en SGP te hulp, later ook GroenLinks en het CDA om land regeerbaar te houden en, en-passant zo lijkt het wel, door de crisis te loodsen.

Het alternatief dat het populisme biedt, is hol en schraal. Het is goed in het hanteren van de megafoon, zoals de gaande PvdA-fractieleider Samsom deze week bij zijn afscheid van de Tweede Kamer vaststelde, maar het kent niet de nuance en het versmaadt 'de schoonheid van het compromis'. Het isoleert zich niet alleen van de bestaande partijen, maar plaatst zich met aanvallen op bevolkingsgroepen en de rechtsstaat ook buiten de democratische rechtsorde.

Revival

Als er al sprake is van een cordon sanitaire dan hebben de populisten zich daar zelf in gemanoeuvreerd. Het is niet andersom. De PVV is een parasiet op ons bestel, ze wil er naar haar aard geen deel van uitmaken. De staatsrechtsgeleerde George van den Bergh vroeg zich tachtig jaar geleden af wat nu eigenlijk het diepste wezen van de democratie is. Zijn antwoord was dat het ligt 'in haar verdraagzaamheid, in haar eerbied voor de persoonlijkheid van iedere mens, meer dan in het meerderheidsbeginsel'.

Het zegt voldoende over de visie van de PVV dat Wilders de verkiezing van Arib tot Kamervoorzitter 'een zwarte dag voor de democratie' noemde en weigerde haar een hand te geven. Zijn alternatief is zonneklaar maar het ligt, daar kan geen twijfel over zijn, buiten de partijendemocratie waarvoor de liberaal Cort van der Linden in 1917 de basis legde.

Deze politieke betovergrootvader van Rutte sloot een groot compromis tussen de christelijke en niet-christelijke partijen, dat voorzag in kiesrecht voor allen en, door gelijkberechtiging van het bijzonder onderwijs, een gelijkwaardige positie van minderheden die in de exclusieve liberale democratie achtergesteld waren. Het kiesstel met als kernpunt een evenredige vertegenwoordiging drukte deze betekenis trefzeker uit.

Het compromis van Cort is achteraf wel voorgesteld als een ordinaire koehandel. Dat is in zoverre gunstig dat het laat zien dat politiek gewoon mensenwerk is, zij het wel werk dat om nuance en horlogemakersgeduld vraagt; de kunst van het smeden van draagvlak, die Corts politieke achterkleinzoon Rutte zo goed meester is en die zo ver afstaat van de gemakzuchtige megafoonpolitiek van Wilders.

Conclusie: onze partijendemocratie moet niet te gemakkelijk worden beschouwd in het perspectief van haar ondergang. Zij heeft alles in zich voor een revival en vormt een sterke buffer tegen ongeleide projectielen à la Trump en nationale volksmenners die er geen twijfel over laten bestaan dat zij met de democratie als model van besluitvorming èn beschaving weinig op hebben.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden