Opinie

Ons moreel gedrag verandert, maar niet dankzij Jezus

The point of history is history, zei Alan Taylor, een Amerikaanse historicus, die ik overigens alleen ken via deze uitspraak. Hij wil weg van het idee dat we iets leren van de geschiedenis.

Bert Keizer

Wie terugkijkt naar de lange weg die we hebben afgelegd, moet toegeven dat er wel en niet geleerd is. In wetenschap en techniek leren we wel. Het wiel is af. Hoeft niet opnieuw naar gezocht te worden. Wetenschappelijke kennis groeit over de jaren. Het wiel blijft onmisbaar meedraaien, maar de geschiedenis van wetenschappelijke ontdekkingen herhaalt zich niet. Je kunt niet meerdere keren voor het eerst het atoom splitsen.

Maar zit er enige ontwikkeling in de geschiedenis van de menselijke aard? Worden we aardiger? Of juist valser? Mijn indruk is dat er niet echt schot in zit, in welke richting ook. Er bestaat een lijst met uitstekende adviezen op het gebied van moreel gedrag waaraan eeuwenlang gewerkt is, maar die nauwelijks aanwijsbare gevolgen lijkt te hebben voor dat gedrag.

Ons gedrag verandert wel, maar dat komt niet door morele prediking. Zo leven wij in West-Europa op het punt van geweld in een welhaast idyllische samenleving. Dat heeft niets te maken met Jezus’ uitstekende adviezen, want die waren reeds honderden jaren voorhanden zonder een daling van het geweldsniveau te bewerkstelligen. Ik denk dat het meer te maken heeft met een betere verdeling van goederen en kansen.

Rookgedrag is ook zoiets. De feiten over de gezondheidseffecten van het inhaleren van tabaksrook zijn vanaf 1955 wijd en zijd bekend. Maar pas vijftig jaar later brak de paniek uit en kwam het tot gedragsverandering. Hoe dat ging, weten we niet, al stonden we er met zijn allen bovenop. Het kwam in ieder geval niet door de antirookcampagnes. Het begon ergens in Californië met joggen en aanverwante initiatieven ter verbouwing van de slechte menselijke inborst.

Wie echt van het idee af wil dat er op een vruchtbare en beheerste wijze aan ons valt te sleutelen, die zou Orlando Figes’ boek ’The Whisperers’ moeten lezen. In het Nederlands heet het ’Fluisteraars’. Tegen de achtergrond van de Russische geschiedenis van 1917 tot 2002 vertelt hij over de individuele levens van ongeveer 400 mensen die die tijden doormaakten.

Het is eigenlijk een rotboek, want er zit weinig verlossends in over de menselijke aard, die men daar in Rusland op grote schaal wenste te verbouwen. Het vervelende van Figes’ boek is dat je enige lijn, een zekere logica, begint te ontdekken in de eindeloze martelgang die miljoenen Russen miljoenen Russen lieten doormaken.

Hun lot lijkt op een kruisweg met een aantal staties. Vader in kamp, uit kamp, dan de oorlog, krijsgevangenkamp, dan terug in vaderland en weer in kamp wegens dat krijgsgevangenkamp. Dan moeder voor straf ook in kamp. Kinderen de straat op of naar weeshuis of naar grootmoeder. Vader uit kamp. Of dood in kamp, blijkt pas jaren later. Moeder terug uit kamp maar maatschappelijk overal weggetreiterd door dat kampverleden. Kinderen idem door kampverleden ouders. Je enige maatschappelijke kans als jong kind van kampouders was het ontkennen van die ouders. Dat ging dikwijls heel ver. Larochefoucaulds angstwekkende dictum werd overal werkelijkheid: wie zichzelf altijd weghoudt voor anderen, eindigt ermee zichzelf voor zichzelf weg te houden.

Figes laat zien hoe het een tot het ander leidt en omdat je min of meer begrijpend met hem meeloopt, vergeet je gaandeweg te vragen: waarom loop ik hier eigenlijk? Waarom luister ik naar deze schier eindeloze litanie van opzettelijke wreedheden? Het is niet om mijzelf ethisch bij te punten, want ik ben niet geneigd tot het vernederen, treiteren, aftuigen en vermoorden zelfs van buren of stadgenoten die mijn smaak in wereldorde niet delen. Sterker nog, ik ben ervan overtuigd dat mensen die daar wel toe neigen door Figes’ boek niet zullen bijtrekken.

Het boek wordt overal bejubeld als ontroerend, belangrijk, hartverscheurend, ondraaglijk, angstaanjagend, onvergetelijk, prachtig, beklemmend, afschuwelijk, noodzakelijk enzovoorts. Maar niemand zegt dat het preventief is.

Halverwege had ik de neiging om het weg te leggen en een ander boek te pakken, iets dat niet beklemmend was en liefst volstrekt onbelangrijk, maar, u zult lachen, ik vond dat onfatsoenlijk.

Op de laatste bladzijde durft een bejaarde vrouw wiens lot we dan tientallen jaren hebben gevolgd eindelijk hardop te zeggen: ’ik ben de dochter van een gevangene’. Wel hardop, maar ze is alleen op een verlaten langweggetje. En voor het eerst kijkt ze niet angstig om zich heen om te zien of iemand het gehoord heeft. Die laatste bladzijde was in een stadsbus en ik zat daar met het boek op mijn schoot en een onhandige brok in mijn keel.

Misschien vinden we Figes’ gedenkschrift zo belangrijk omdat we het omgekeerde, het niet herinnerd willen worden aan wat er bijvoorbeeld in Rusland gebeurd is, als een laf ontwijken zien. Een onwaardig niet willen weten hoe wij zijn. Geschiedenis niet wegens geschiedenis, maar als deel van de oude Delphische opgave: ken uzelve.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden