Ons' Lieve Heer op Solder nu ook in Utrecht/Restauratie herstelt oude kleurstelling

UTRECHT - Met de voltooiing van de restauratie van de Gertrudis-kapel, een oud-katholieke schuilkerk, heeft de stad Utrecht een prachtige kerk terug van het type zoals dat zich in Amsterdam laat terugvinden: Ons' Lieve Heer op Solder. Gisteren werd de kerk feestelijk heropend.

Het heeft lang geduurd voordat men overging tot restauratie van de schuilkerk die op een lieflijk plekje in de oude binnenstad van Utrecht ligt. Sinds 1914 was het gebouw - in de schaduw gelegen van de oud-katholieke kathedraal die in de jaren 1910-1914 werd gebouwd - sterk verwaarloosd.

Volkomen ten onrechte, zoals bleek uit de ontdekkingen van de Utrechtse bouwhistoricus Frans Kipp. Tijdens de restauratie (kosten 2,9 miljoen gulden) onderwierp hij het gebouw aan een uiterst nauwgezet onderzoek. Dat de Gertrudiskapel uit verschillende middeleeuwse woonhuizen tot een schuilkerk is ontwikkeld, was al langer bekend. Deze woonhuizen lagen op het terrein van het kapittel van Sint Marie. De kern ervan werd gevormd door een zogenaamd claustraal huis uit de 14de eeuw. De romaanse kloostergang van de oude Mariakerk ligt er pal achter.

'Claustraal' wil hier zeggen dat het een huis was van een kanunnik, een geestelijke die aan de Mariakerk verbonden was. Het 14deeeuwse huis had een trapgevel, zo kon Frans Kipp vaststellen. Maar interessanter nog was de ontdekking van een eigen huiskapel. Er is namelijk een fragment teruggevonden van een piscina, de nis waarin de priester zijn handen waste en waarin het liturgisch vaatwerk werd gereinigd. Een lief gebeeldhouwd vrouwekopje dat eens de boog van de dubbele nis sierde, is nu zichtbaar gelaten achter een wit geschilderd deurtje in de rechterhoek van het koor.

Toen in Utrecht de Reformatie aanbrak en de katholieke godsdienst verboden werd, bouwde men het woonhuis spoedig om tot schuilkerk; van buitenaf kon men niet zien dat het om een kerk ging. Het verbouwen van het oude claustrale huis was simpel. De begane grond bestond uit een zaal - een ontvangkamer met stookplaats - en een opkamer. Door de muur tussen beide gedeelten te slopen, werd de opkamer het koor en de zaal het schip van de kerk.

Om zich tegen invallen van de stedelijke overheid in te dekken, waren er tal van ontsnappingswegen in het huis aangebracht. Voor de priester was er een speciaal ontsnappingsluik. Vanaf 1700 werd de situatie echter min of meer getolereerd, zodat men kon overgaan tot een wat definitievere inrichting van het gebouw.

Al in 1680 had er een verbouwing plaats gevonden en in 1720 gebeurde dat opnieuw. In 1680 werd het middenvak uit de houten vloer van de eerste verdieping zjn gezaagd, waardoor er aan de noord- en zuidkant een galerij ontstond. In 1720 gebeurde hetzelfde met de zoldervloer. Binnen de schuine zolderwanden werd een mooi gewelf gemaakt. Dat het allemaal niet zo stevig in elkaar zat, laten de golvingen in de balustrades zien. Bij de restauratie is een horizontale staalconstructie aangebracht op beide balklagen van de verdiepingen om verdere verzakkingen te voorkomen.

Ook het tweeledige opbouw van het altaarstuk wijst erop dat het uitbreken van beide plafonds niet gelijktijdig gebeurde. De bekroning is duidelijk later toegevoegd. Het orgel vertoonde eveneens die tweeledigheid, maar het instrument is al geruime tijd geleden verkocht. Schilderijen in de stijl van de Italiaan Caravaggio - veel licht en schaduweffecten - sieren de onderkant van de galerijen. Ook zij zijn gerestaureerd.

Na het schisma in 1723 tussen Rome en de oud-katholieken promoveerde de schuilkapel van Sint Gertrudis tot 'kathedraal' van de Oud-Bisschoppelijke Cleresie. In 1830 werd de kapel gerenoveerd, waarbij houten zuilen met fraaie kapitelen onder de galerij werden geplaatst. De kapel veranderde door de renovatie in een 'feestelijke slagroomtaart': een wit interieur met een gouden biesje. Ook alle schilderingen kwamen achter een witlaag te zitten.

De huidige restauratie heeft gelukkig weer een en ander ervan zichtbaar gemaakt. Blauwgroen en rood, bruin en zwart waren de hoofdkleuren van de westwand. Deze kleurstelling is nu weer in ere hersteld. De doopkapel, in feite een kast met openslaande smeedijzeren deuren, heeft een grappig minigewelfje. Ook de beschildering van de plafonds boven de galerijen met luchtgezichten met wolkenpartijen is weer zichtbaar gemaakt. Het resultaat is een warm en boeiend interieur. De gerestaureerde kapel moet in de toekomst dienst gaan doen als vergaderplek, concertzaal en tentoonstellingsruimte.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden