’Ons land deed niets voor Roel’

Honderden Nederlanders wachten in buitenlandse gevangenissen tevergeefs op hulp uit eigen land. Roel Goosen (36) is een van hen.

Aan het begin van het gesprek zeggen Martin Goosen en zijn vrouw Marie-Thérèse: „Wij zijn niet zielig, verbitterd en evenmin wanhopig”.

Hun zoon Huub vult aan: „Alleen zijn we in vijf jaar tijd tien jaar ouder geworden.”

Sinds hun zoon en broer Roel Goosen eind augustus 2001 in de Zambiaanse hoofdstad Lusaka werd aangehouden op verdenking van moord is niets meer hetzelfde.

Roel, die destijds woonde en werkte in het Afrikaanse land, werd veroordeeld tot hanging by the neck, until pronounced dead. Die straf is inmiddels omgezet in levenslang.

Hij verblijft nu in de Maximum Security Prison in Kabwe, de op twee na meest vervuilde stad ter wereld. De gevangenis daar biedt plaats aan 270 gedetineerden maar is met zo’n 1700 man overbevolkt. De meesten van hen hebben een proces achter de rug en zitten een langdurige gevangenisstraf uit of zijn ter dood veroordeeld, een straf die de laatste tien jaar in Zambia niet is voltrokken.

Ex-commando en zakenman Roel Goosen (36) sprak bijna twee jaar geleden met het weekblad Vrij Nederland over de voor hem fatale avond van 29 augustus, ruim vijf jaar geleden. Hij was niet bij de woning waar het slachtoffer, een hem onbekende vrouw die een gebedsbijeenkomst bezocht, werd doodgeschoten. De hagel drong dwars door een deur het lichaam van het slachtoffer binnen. Twee getuigen zeiden dat ze een blanke man met geweer zagen.

Goosen werd in de uren hierna aangehouden in Sakala’s Bottlestore, een dranklokaaltje in de buurt en dat ging zo hardhandig dat hij een schedelbasisfactuur eraan overhield en in coma raakte. Hij ontkent tot op de dag van vandaag dat hij de vrouw heeft vermoord.

Tijdens het proces tegen hem werd de rechter ziek en overleed. De zaak sleepte zich voort, onder een tweede rechter moest de strijd geheel opnieuw beginnen.

Maar Roel Goosen bleef redelijk optimistisch. Pijnpunten voor de aanklager waren er ook. In het dossier ontbrak een ballistisch rapport. Getuigen waren door de politie op weg geholpen Goosen aan te wijzen als de dader van de moord. Wat niet zo moeilijk was, aangezien hij de enige blanke in de cel was op dat moment.

Een technisch onderzoek op de plaats delict was niet, of hoogstens op heel amateuristische wijze, uitgevoerd. Maar Roel Goosen werd uiteindelijk tot aan de hoogste gerechtelijke instantie, het Supreme Court in Ndola, veroordeeld.

Vader Martin Goosen: „Het oorspronkelijke politierapport is liefst zeven keer gewijzigd. En pas veel later kwamen we erachter dat advocaten van beide betrokken partijen geld aannamen. Dat verklaarde waarom de eerste advocaat die mij zoon had, niets deed. Naar Zambiaanse maatstaven is dat allemaal normaal, maar je moet het wel weten en buitenlandse zaken had ons er niet over ingelicht.”

En dat was niet alles, zegt Martin Goosen. „Roel werd gelijk in het begin beticht van de moord op zes vrouwen. Eerst werd ook gezegd dat hij zijn vriendin had vermoord maar die bleek levend en wel. Allemaal misverstanden. Wij denken: het gaat in een land zoals het gaat en dat kun je niet veranderen. De cultuur daar is niet de cultuur die wij gewoon zijn. Maar dat zegt niets over de mensen. Zambia is een safe haven voor de zeven, omringende landen. Er wonen pakweg anderhalf miljoen vluchtelingen. Dat zegt iets over Zambia als vredelievende natie.”

Martin Goosen en zijn gezin koesteren geen wrok jegens Zambia. Zij nemen het woord ’vriendelijk’ in de mond als het om de bevolking gaat en zij bewaren goede herinneringen aan een ontmoeting, december vorig jaar, met de Zambiaanse minister van buitenlandse zaken.

„Het was een bijeenkomst waarbij ook de plaatsvervangend ambassadeur en de kanselier van de Nederlandse ambassade aanwezig waren”, vertelt Marie-Thérèse Goosen. „Alles komt goed, zei de Zambiaanse minister die het gezelschap van voornamelijk mannen complimenteerde met hun mooie stropdassen en die begrip toonde voor mijn tranen. De minister deed wat hij beloofde en ondernam meteen actie”.

De harde toezeggingen hierover werden, tot verbazing van Zambia en verbijstering van de familie Goosen, niet omgezet in Nederlandse daden. Justitie in Zambia deed haar werk, de gevangenisautoriteiten evenzeer en Roel Goosen ondertekende de benodigde papieren. Maar het voorstel voor een bilateraal verdrag met Nederland liet Den Haag tot op heden onbeantwoord.

„Humanitaire gronden tellen niet”, hekelt vader Goosen. „De Haagse politiek stelt regels op voor allerhande situaties en daar moeten we het mee doen. Géén regeltje betekent géén oplossing. Er zijn geen verdragen met Zambia en een ad-hoc regeling wijst de minister van justitie af.”

Is het gewoon dat je tegen je eigen land moet vechten om je zoon terug te krijgen, vraagt Martin Goosen zich af. „Dit terwijl het land waar hij zit, hem wil laten gaan. Mijn zoon is niet de enige, er verkeren veel meer Nederlanders in soortgelijke omstandigheden of nog erger. Wat stelt het Nederlanderschap voor? Kennelijk dient het er alleen voor om belasting te betalen”.

De afgelopen jaren verwerkte Martin Goosen 6500 e-mails naar adressen over heel de wereld en nog eens ontelbare brieven, waarin hij aandacht vroeg voor de bijzondere situatie van zijn zoon. Zo zocht en vond hij contact met doorgewinterde politici als Ruud Lubbers, Frits Bolkestein en Agnes van Ardenne, de cabaretier Freek de Jonge en instanties als Amnesty International en de Verenigde Naties.

Hij zegt: „Ik vraag alleen nog naar de baas. En als het niet anders kan naar de baas van de baas. Weliswaar ligt dat niet zo in mijn aard, maar je moet wel zo handelen. We hebben ons suf gemaild naar Amnesty, dat niet reageerde. Dan kom je bij de baas uit met de vraag ’Hoe zit dat met jullie?’ Ik heb mij bij buitenlandse zaken er eens over beklaagd, dat, als ik belde, ik een toon bespeurde van ’O, daar heb je er weer een van wie het kind gevangen zit’. Nou, ik laat mij niet afschepen. Normen en waarden? Een behoorlijk en fatsoenlijk antwoord krijg je niet op brieven. Dat heeft niets met politieke partijen te maken, maar alles met bureaucratie.”

Hij spendeerde tot dusver ongeveer 200.000 euro aan zaken waarvan hij dacht, of hoopte, dat die hun zoon zouden helpen. „We betaalden zelfs de begrafenis van de vermoorde vrouw. Dat leek op een schuldbekentenis, Roel was daar ook op tegen, maar dat was het niet. We volgden adviezen op, die anderen weer ontraadden. In zo’n onwezenlijke situatie kom je terecht. In gesprekken met buitenlandse zaken is ons gezegd dat we blij moesten zijn dat de doodstraf voor Roel was omgezet in levenslang. Dat zijn we ook. Maar vanaf dat moment deed Nederland niets meer. Het was afgelopen, uit.”

Er zijn, zegt Goosen senior, ambtenaren van buitenlandse zaken, onder meer van de ambassade, die zich voor hun zoon en broer hebben ingespannen. Die zullen zij eeuwig dankbaar zijn. Maar: „Buitenlandse zaken heeft ook tegen ons gelogen. Tijdens het proces in Zambia zei het departement dat het zich met de rechtsgang niet kon bemoeien. Na het hoger beroep moest ik terugkomen. Toen ik dat deed, was het een zaak voor het ministerie van justitie, zeiden ze. Binnen de Europese Unie was ook niets mogelijk. In de kleine letters staat dat die alleen in actie komt als de ongelukkige geen eigen ambassade heeft in het land waar hij is veroordeeld. We zijn blij en dankbaar dat wij en Roel vrienden hebben die ons terzijde staan. Opgeven doen we nooit.”

Tijdens het documentairefestival IDFA wordt morgen en woensdag in Amsterdam ’The West Lusaka Man’ vertoond. Deze documentaire over Roel Goosen is voor de VPRO geproduceerd door Walter Stokman. Aansluitend een debat.

Meer informatie: www.idfa.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden