Ons gezin teert een week op een overwinning

Liever geen mokkend kind

Breedvelds vraag is typisch weer zo’n eigentijdse vraag die helemaal niet modern is. Het kwam 25 jaar geleden al voor dat sommige ouders langs de kant stonden te schreeuwen omdat ze het vervelend vonden om de rest van de dag een verliezend mokkend kind aan te horen, maar dat was/is meer een probleem van die ouders. Ik zou er niet zo’n ophef over maken.

Pieter Meurs Diemen

Matigheid

Zolang opjuinende ouders steeds vaker en verder op vakantie gaan, steeds meer eten en drinken, in steeds grotere auto’s rijden, luxueuzere huizen bewonen, steeds meer aan uiterlijk en kleding uitgeven, technologische hoogstandjes aanschaffen, steeds minder grenzen aan seksualiteit stellen, steeds grotere prestaties van hun sportende kinderen vragen, zolang blijven deze ’keurige’ ouders hun jonge kinderen langs de lijn onbeheerst aansporen tot kindonvriendelijke sportprestaties.

In het Griekse denken vond men matigheid belangrijk: de mens die zich matigt, bereikt hogere doelen, zoals zelfbeheersing. Matigheid geeft grenzen aan voor de mens in zijn omgaan met zichzelf en zijn eigen kinderen. Pas als matigheid een wezenlijk deel van het leven van zulke ouders uitmaakt, zullen zij hun jonge kinderen met zelfbeheersing hun ’spel teruggeven’.

Hans van Baal Culemborg

Schreeuwend aan de kant

Dit weekend deden mijn twee zoontjes voor het eerst mee met wedstrijdzwemmen. De blijdschap van onze zoon Nijs bij het winnen van de eerste prijs, deed niet onder voor de blijdschap waarop Pieter van den Hoogenband ons Nederlanders meerdere malen getrakteerd heeft. Als gezin teren wij op de blijdschap van de overwinning zeker een volle week. In de zoektocht naar dit geluk ben ik bereid om schreeuwend aan de kant te gaan staan. Bij een vermoedelijke valse start zal ik hemel en aarde bewegen bij de wedstrijdleiding, en mijn zoon helpen zijn start te verbeteren. Dit om het gevoel van geluk en triomf weer te mogen ervaren.

Op de basisschool worden mijn kinderen elke week op hun kennis en kunde getoetst. Nooit is iets goed genoeg. Nooit hebben ze nul fouten want daar zijn de toetsen op gemaakt door het cito-instituut. Die toetsen leveren geen gevoel van tevredenheid op over eigen kunnen. Er rest ze niets anders dan te winnen in de sport. Dan voelen ze zich erkend en gezien. Hun naam wordt omgeroepen, ze mogen plaatsnemen op het schavot, krijgen oorkondes en bekers. Ze bestaan. Wij willen als ouders niets anders dan dat zij zich goed genoeg voelen en dat kan op deze manier.

Renée de Zoete-Hassink Den Haag

Domme vraag

Onze zoon – nu zelf vader van twee dochters – wilde, toen hij een jongetje was, gaan voetballen. Hij genoot zowel van de training als van de wedstrijden. En mijn man en ik waren zijn trouwe supporters. Ik heb zelf geen verstand van voetballen – mijn man wel – beiden volgden we het spel, waar onze zoon (toen tien jaar) aan deelnam, met interesse. En als zijn elftal goed speelde, kon ik mijn enthousiasme niet onderdrukken.

Als onze zoon thuiskwam en zijn elftal had verloren, vroeg ik: „Heb je desondanks lekker gespeeld?” (domme vraag). Zijn antwoord was dan – aarzelend – bevestigend. „Dan heb je een fijne middag gehad en daar gaat het om”, zeiden we dan. En getroost vlijde hij zich in een stoel. Moe. Het wonderlijke is dat hij zich onze positieve reactie van toen nog herinnert.

M. J. Frings-Drost Gouda

Brave en niet brave borsten

Sinds anderhalf jaar draaf ik als coach van een startend meisjesteam langs de voetbalvelden. Ik herken het probleem dat u aansnijdt. Niet op basis van mijn ervaring als voetbalcoach maar omdat er vanuit de vereniging waarvan ik deel uitmaak, de KNVB en de media aandacht aan wordt besteed.

De ouders van ons team en van onze tegenstander zijn beste, keurige, meelevende, hartelijke, stille, of juist minder brave borsten. Ik geloof niet dat frustratie in onze prestatiemaatschappij oorzaak is van het probleem van opfokkende ouders (ik zou ook benieuwd zijn hoe je zoiets zou kunnen meten). Het probleem heeft twee met elkaar communicerende kanten: de ene is die van respectvolle omgangsvormen, met je kind, medeouders, club, coach, scheidsrechter, en de andere is de opvoedkundige in de verhouding ouder-kind.

Wat doe je als je meent dat je kind er meer kan uithalen? Het lijkt me te kort door de bocht voor een ouder te volstaan met: „Ach joh, laat ze toch lekker spelen”. Je wilt toch dat jouw kind zijn of haar talent zoveel mogelijk benut of zich verbetert.

Over de veranderende omgangsvormen, zeg ik waarschijnlijk niets origineels als ik twee oorzaken signaleer die we nu waarnemen: de eerste, de toenemende vermenging van het private en het publieke (je hoeft je nergens meer voor te schamen, je hebt niets te verbergen en iedereen ratelt maar, zo zal ik het kort samenvatten) en de tweede, het niet meer als vanzelfsprekend aanvaarden van autoriteit. Krijgen veel ’opfokkende’ ouders een koekje van eigen deeg als ze geconfronteerd worden met eigen kroost dat moeite heeft met ouderlijk gezag?

Kees van Ravenhorst Heemstede

Massahysterie

Natuurlijk gaan keurige ouders hun kroost opgefokt opjutten als ze dagelijks via tv, radio, krant of tijdschrift vernemen wat (top)voetballers, tennissers, trainers, popsterren zangers en hun managers wekelijks aan geld binnenhalen. De verhoudingen zijn door massahysterie totaal zoekgeraakt. Dat hebben we met zijn allen bewerkstelligd door ons en masse te vergapen aan sportuitzendingen, Idols en wat er nog meer aan wedstrijden om de beste dit of grootste dat wordt uitgezonden. Ik pleit niet voor afschaffing van competitie. Maar we hebben ons laten opfokken en onderscheiden ons daardoor niet van die keurige ouders. Sterker nog: we zijn zelf de oorzaak van het opjutten.

Krijn Coppoolse Wijhe

Schop hem voor z’n poten

Het zal het jaar 1958 zijn geweest, ik was 22 jaar en ging per fiets van mijn woonplaats Aerdenhout naar het voetbalveldje om er te kijken naar een partijtje jongensvoetbal. Ook toen stonden de ’beter gesitueerde’ ouders te roepen: ’Schop hem voor z'n poten’. Met verbazing heb ik dat toen waargenomen maar de jongetjes van toen zijn de leiders nu, dus nu verbaas ik mij niet.

H.G. Noordman Lisse

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden