Ons eetgrage oerbrein kan die kroket niet weerstaan

Als we niet uitkijken worden we met z'n allen steeds dikker. Is obesitas in 2030 een volksziekte? Of kunnen we straks de prikkels om te gaan snacken weerstaan? Uit onzelf gaat dat niet lukken, verwacht wetenschapsjournalist Asha ten Broeke. Wie helpt?

Wie op station Utrecht Centraal bij het overstappen van perron 15 naar 3 loopt, kan onderweg pasta sushi, friet, hamburgers, kebab, pizza, milkshakes en ijs halen. Terwijl je je richting trein begeeft, ruik je de pestosaus, de patat, het vlees. De hersenen reageren onmiddellijk. Een seintje zet de aanmaak van het hormoon ghreline in werking. Dat hormoon geeft je een hongergevoel. De mond maakt extra speeksel aan, waardoor je begint te watertanden. Voor je er erg in hebt, ben je op weg naar de automatiek, om even een kroketje te trekken.

Deze reactie op lekker eten danken we aan onze prehistorische voorouders. Toen zij de savannes bewandelden, was er niet op elke straathoek een fastfoodrestaurant. Eten was schaars, en wanneer er een vet, zoet, calorierijk hapje langskwam, was het overlevingstechnisch gezien raadzaam om je daarmee vol te stoppen. Dankzij dit evolutionaire verleden is de mensheid nu behept met zó'n grote voorliefde voor lekker voedsel, dat het in onze moderne eetrijke omgeving elke dag weer moeilijk is om niet meer of ongezonder te eten dan je eigenlijk van plan was. Voor veel mensen is overgewicht het logische gevolg. Te veel eten is een normale reactie op een abnormale omgeving.

De vrees is dat de mensheid de komende decennia alleen maar dikker zal worden. De organisatie Trust for America's Health voorspelde afgelopen september dat in 2030 de helft van de Amerikanen obees zal zijn. Dat was even schikken; de VS gelden als het voorland van Nederland als het gaat om gewichtstrends. De reactie op deze schrik is vooralsnog om de hongerige burger te leren verleidingen beter te weerstaan. De argumentenkaart die VU Connected liet maken in het kader van de 'Maand van 2030' formuleert het zo: 'Hoe zorgen we dat mensen handelen naar wetenschappelijke inzichten over een gezonde levensstijl?' Met andere woorden: hoe laat je de kroket voor wat ze is en kies je in plaats daarvan voor een volkorenbol met kipfilet? Hoe houd je je eetgrage oerbrein in toom?

Dit blijkt een uitermate heikel vraagstuk. Voorlichtingscampagnes die er van semi-overheidswege tegenaan werden gegooid - 'Let op vet', 'Maak je niet dik' - hebben in het verleden geen merkbaar effect gehad op de collectieve broekband. Ook in andere landen blijkt puur en alleen het bieden van informatie geen noemenswaardige gedragsverbetering met zich mee te brengen. In New York zijn ketens als Burger King en McDonalds sinds 2008 verplicht om bij elk menu het aantal calorieën aan te geven. Je zou denken dat een consument zich daardoor laat leiden: 'Laat ik eens geen quarterpounder met extra kaas en bacon nemen'. Maar niets blijkt minder waar. Onderzoekers toonden aan dat jongeren voor en na invoering van de maatregel dezelfde hamburgerkeuzes maakten. De reden: de overgrote meerderheid gaf aan alleen op basis van smaak te beslissen.

Dit soort onderzoek doet steeds meer wetenschappers besluiten dat we van beleid gericht op een gezonde leefstijl geen wonderen hoeven te verwachten. Op weg naar 2030 is er een vruchtbaarder route: niet de mens moet zich proberen aan te passen aan de omgeving, maar andersom. Beter dan mensen voorlichten en hopen dat ze hun leefstijl ten goede gaan veranderen, kunnen we prehistorisch ingestelde hersenen als gegeven beschouwen en de omgeving zo aanpassen dat deze gezonde keuzes uitlokt.

Wilma Waterlander vertelde eerder in Trouw hoe zij inzet op omgevingsprikkels. Tijdens haar promotieonderzoek aan de Vrije Universiteit (bekroond met de Volksgezondheidsprijs voor wetenschappelijk onderzoek) ontdekte ze dat mensen die in de winkel korting krijgen op groente en fruit daar meer van gaan kopen, en thuis dus gezonder eten. Eetpsycholoog Remco Havermans (van de Universiteit van Maastricht) toonde aan dat een extra belasting op ongezonde producten - de zogenoemde snacktaks - ervoor zorgt dat mensen minder calorieën in huis halen.

Beide gedragswetenschappers onderzoeken nu hoe deze prijsmaatregelen gecombineerd kunnen worden met een eenvoudig voorlichtingssysteem: gezonde voeding krijgt in de supermarkt een groen label, ongezond voedsel een rood en mag-af-en-toe eten een oranje. Dit stoplichtsysteem heeft twee voordelen ten opzichte van voorlichtingscampagnes als 'Let op vet': Een. de informatie is er op het moment dat je de beslissing neemt - in de supermarkt, in plaats van in een reclameblok op tv of op een poster in het bushokje - en twee. hij is eenvoudig te begrijpen.

De voedingsindustrie protesteert hevig tegen dit soort initiatieven. Voor het binnenkort te verschijnen boek 'Eet mij' sprak mijn co-auteur Ronald Veldhuizen ook met vertegenwoordigers van de voedingsindustrie. Marc Jansen van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel is bijvoorbeeld fel tegen een snacktaks. Hij noemt dat 'bevoogding van de consument', die volgens hem zelf verantwoordelijk is voor zijn keuzes.

En die 'vrije keuzes' worden door voedingsfabrikanten zorgvuldig in goede banen geleid. Gert Meier, van de Unileverafdeling Nutrition & Health, vertelde hoe zijn bedrijf welbewust het lekkerbekje in ons oerbrein prikkelt. "We zijn blijkbaar geprogrammeerd om dingen die zoet en romig zijn lekker te vinden. Nou zoet, dat gaat al snel gepaard met suiker, en romig met verzadigd vet."

Producten zonder deze dikmakende ingrediënten verkopen niet, en dus stoppen Unilever en concurrenten ze in veel van haar producten. Ook op onverwachte plekken: in een potje 'gezonde' rode bietjes zitten zo'n zes klontjes suiker. Vanuit bedrijfsoogpunt is dat logisch: als jij het niet doet, en de concurrent wel, kun je wel inpakken.

Een stoplichtsysteem zou deze toegevoegde zoete romigheid ontmaskeren als ongezond. De Europese belangenvereniging van de voedingsindustrie, de Confédération des Industries Agro-Alimentaires de l'UE, besteedde daarom een slordige één miljard euro aan een lobby om Europabrede invoering van dit systeem tegen te gaan.

Met succes. Het voornaamste argument: we zijn op weg naar een nanny state, waarin we als kinderen worden kleingehouden door de overheidsbabysitter en geen enkele keuzevrijheid meer overhouden.

Wat de voedingsindustrie hier niet bij vermeldt is dat dit 'nanny state-scenario' helemaal niet zoveel onvrijer is dan de huidige situatie. Zowel Waterlander als Havermans wijzen er in gesprekken op dat onze eetomgeving nu ook in grote mate wordt bepaald door prijsbeleid. Weliswaar is er nog geen fruitkorting of snacktaks, maar de overheid heeft wel degelijk enorme invloed op wat voedsel kost. Neem suiker: die is dankzij Europese landbouwsubsidies extra goedkoop. Maar de groente- en fruitsector moet zulke steun grotendeels ontberen en dus komen deze producten in de winkel voor hun 'echte' prijs. De overheid is daarmee een van de grootste sponsors van ongezond eten.

Of stoplichtlabels van de consument een onvrij kind maken, is ook maar de vraag. Momenteel doet de industrie haar eigen 'voorlichting'. Een voorbeeld. Op de Peijnenburg-ontbijtkoek staat de tekst: 'Minder dan 3% vet; MAG ELKE DAG, boordevol granen'. Dat klinkt als een gezonde keuze, maar in de kleine lettertjes staat dat de koek voor de helft uit pure suiker bestaat. Is dit minder bevoogdend dan een rood label?

Het lijkt onverstandig om het slagen of falen van overgewichtsbeleid richting 2030 af te laten hangen van de leefstijlkeuzes die prehistorisch ingestelde consumentenhersenen maken onder invloed van een industrie die haar geld verdient door ons een overdaad aan suiker en vet voor te zetten. Gedragswetenschappers laten zien dat weloverwogen nanny-maatregelen juist onderdeel zijn van de oplossing. Alleen Vadertje Staat kan het moderne voedselwalhalla helpen veranderen in een omgeving waar ons oerbrein wél mee om kan gaan.

Asha ten Broeke en Ronald Veldhuizen, 'Eet mij: de psychologie van eten, diëten en te veel eten',Maven Publishing. Verschijnt 15 november. Prijs: 18 euro.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden