Ons dagelijks risico

Direct na het schudden van de handen, leggen prof. dr. J. Koeman en ir. E. Matser rapporten en jaarverslagen op tafel. Ze komen beslagen ten ijs, willen ze maar zeggen. Het rapport 'Dagelijkse Kost' dat Natuur en Milieu, Green peace, de Consumentenbond en Milieude fensie dinsdag presenteerden, heeft Koeman al gelezen, maar hij wil graag wat extra exemplaren. “Ik zal het aan de leden van ons Colle ge Toelating Bestrijdingsmiddelen geven. We houden alles bij wat verschijnt. Zou u ook een exemplaar van de advertentie willen sturen? Ik vind die grappig.”

JOEP ENGELS; GONNY TEN HAAFT

De Wageningse hoogleraar en voorzitter van het College Toelating Bestrijdingsmiddelen (CTB) doelt op de poster waarop een krop sla wordt vergeleken met een condoom: twee manieren die volgens de vier organisaties bevruchting kunnen voorkomen. Met deze poster, die ook in de vorm van ansichtkaarten wordt ver spreid, voeren de organisaties volgens Koe man actie “over de ruggen van de consumenten”. Sterker, zo'n campagne is een “experi - ment met de samenleving” dat op ethische bezwaren stuit. “Dat argument horen wij zo vaak”, werpt Matser tegen, “Wij draaien het liever om: het gebruik van bestrijdingsmiddelen, dát is het experiment dat met de samenleving wordt gedaan. Teveel stoffen worden onnodig, over de ruggen van de consumenten heen, toegelaten en gebruikt.”

In 'Dagelijkse kost' schrijft de milieu- en consumentenbeweging dat bepaalde stoffen, waaronder bestrijdingsmiddelen, het hormoonsysteem kunnen verstoren. Deze stoffen, die regelmatig in het milieu of het voedsel worden aangetroffen, kunnen schadelijk zijn voor de volksgezondheid: de vruchtbaarheid kan erdoor afnemen, afwijkingen in de embryonale ontwikkeling kunnen het gevolg zijn, evenals kanker in de voortplantingsorganen.

De organisaties tekenen nadrukkelijk aan niet over keiharde bewijzen te beschikken; zij baseren zich op wetenschappelijke aanwijzingen dat het gebruik van bestrijdingsmiddelen tot deze gezondheidsrisico's leidt. Voor Green peace, Natuur en Milieu, Consumentenbond en Milieudefensie is dit voldoende reden voorzorg te bepleiten: wanneer er ook maar enige verdenking over een bepaalde stof bestaat, moeten milieu en gezondheid het voordeel van de twijfel krijgen. Concreet: zeven stoffen (carbendazim, benomyl, penconazool, lindaan, procymidon, vinchlozolin, dithio carba maten) zouden met ingang van morgen verboden moeten worden. Minstens zo concreet: supermarkten moeten sla, paprika en aardbeien “exclusief ecologisch” aanbieden en fabrikanten dienen “alle mogelijke hormoonverstorende effecten” te verwerken in de dossiers op grond waarvan het CTB over de toelating van hun middelen beslist. Het CTB is een onafhankelijk bestuursorgaan dat beoordeelt of bestrijdingsmiddelen in Nederland mogen worden toegelaten of niet.

Volgens het hoofd van de afdeling toxicologie van Greenpeace ir. E. Matser moet dit CTB volgens het voorzorgprincipe gaan werken. Koeman, hoofd van de vakgroep toxicologie van de Landbouw Universiteit Wageningen en één dag per week voorzitter van het CTB, is dit onzin. De Nederlandse samenleving, argumenteert Koeman, heeft ervoor gekozen vertrouwen in de wetenschap te stellen.

Koeman: “In Denemarken wordt nu onderzocht of het mogelijk is op termijn, gedacht wordt aan het jaar 2010, alle bestrijdingsmiddelen te weren. Dat zou je 'voorzorg' kunnen noemen: als we die stoffen niet meer hebben, zijn we ook van de problemen af. Los van de vraag of dit haalbaar is - zelf denk ik van niet - is dit een gedachtengang die in geen enkel land wordt gevolgd. In ons huidige stoffenbeleid volgen wij het principe dat er van elke stof een aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) wordt vastgesteld. Deze ADI betekent dat je met redelijke zekerheid kunt zeggen dat er bij levenslange blootstelling geen schade voor de gezondheid of voor het nageslacht optreedt. We hebben gekozen voor dit beleid, het is een systeem van denken dat in veel landen door de meerderheid van de bevolking wordt geaccepteerd.”

“In mijn ogen gaat het hier om normatieve uitgangspunten: hoe ga je met dieren om, hoe ga je met stoffen om, hoe ga je met elkaar om? Wíj hebben gekozen voor de mogelijkheid om voor een stof na te gaan of deze aanvaardbaar is of niet. Nogmaals, het is een filosofie: je aanvaardt het gebruik van een kleine hoeveelheid stof waarvan op grond van wetenschappelijke inzichten duidelijk is dat deze geen risico met zich meebrengt. We aanvaarden toch ook dat vrouwen de pil nemen? Als er één middel is dat tot hormoondisruptie leidt . . .”

Matser: “Dat is nou juist de filosofie achter onze campagne. Het is duidelijk dat de pil de hormoonhuishouding beïnvloedt. Iedere vrouw die de pil slikt, is zich daarvan bewust. Dat is immers het doel: onvruchtbaar zijn. Realiseert de consument zich echter ook dat dit wellicht het effect van bestrijdingsmiddelen kan zijn?”

“In ons rapport zetten we 27 stoffen op een rij, waarvan we er zeven geselecteerd hebben die het meest voorkomen op groente en fruit. Van deze zeven stoffen is bekend dat ze mogelijk hormoonverstorend kunnen werken. Ik zeg erbij: het is niet bewezen dat dit effect bij mensen zal optreden, wél zijn er aanwijzingen voor. Wij denken dat weinig mensen zich van deze mogelijke gevaren bewust zijn. We willen niet de indruk wekken dat mensen die sla en aardbeien eten morgen dood zullen neervallen. Het acute gevaar is niet het belangrijkste. Integendeel, meestal gaat het om gevolgen voor een volgende generatie.”

“In onze campagne noemen we dit - ik erken, het klinkt bot en zeker niet subtiel - 'ziek, dom en onvruchtbaar'. Ziek omdat er aanwijzingen zijn dat er een relatie bestaat met bepaalde vormen van kanker, dom omdat bepaalde proeven effecten op het immuunsysteem aan het licht hebben gebracht en onvruchtbaar omdat studies op schadelijke gevolgen voor voortplantingsorganen en de kwaliteit van het sperma wijzen.”

Koeman: “Het woord 'aanwijzingen' gaat mij al te ver, jullie hebben niet meer dan vermoedens. Als ik kijk naar de producten, bijvoorbeeld die paprika en sla, sluit ik deze gevaren uit. Wél kan je zulke hormonale effecten onder experimentele omstandigheden en bij gebruik van hoge doseringen verwachten, maar dat is niets bijzonders. Van die stof vinchlozolin (een schimmelbestrijdingsmiddel, red.) weten we bijvoorbeeld dat die effect op het endocriene systeem - testis, eierstokken, bijnier - kan hebben. We verschillen echter van mening over de risico's die dit voor de consument kan hebben.”

“Als we over de toelating van bestrijdingsmiddelen beslissen, beschikken we over metersdikke dossiers. Per stof is in een experimenteel model een grensdosis vastgesteld waar beneden geen effecten waargenomen worden, wij noemen dat het no-observed-adverse-effect-level. Vervolgens worden de in het proefdiermodel gevonden waarden naar de mens geëxtrapoleerd: omdat de mens gevoeliger kan zijn, en we dus een forse slag om de arm moeten houden, is daar ooit de factor 100 voor gekozen. Dit no-effect-level bij proefdieren wordt dus naar de mens met 100 vermenigvuldigd en dan kom je tot die ADI waar ik het eerder over had.

VERVOLG OP PAGINA 2

ONS DAGELIJKS RISICO VERVOLG VAN PAGINA 1

Nog steeds heb je het dan echter niet over de aanvaardbare normen die voor groente en fruit gelden. Voor elke combinatie van gewas en bestrijdingsmiddel wordt namelijk een maximale residulimiet vastgesteld: dat is de bovengrens van de restanten van bestrijdingsmiddelen die op het product mogen achterblijven. Het komt heel vaak voor dat die norm, die MRL, lager is dan je op grond van de ADI zou verwachten.''

Matser: “Dit systeem van toetsing en de uitgangspunten waarop die gebaseerd zijn, willen we juist veranderen. Die no-effect-levels worden bijvoorbeeld als uitgangspunt gehanteerd, maar het vervelende is dat er hormoonverstorende stoffen kunnen zijn die onder dat no-effect-level wél effect hebben. Een stof die bij hogere doses verkleining van de prostaat kan veroorzaken, kan bij extreem lage doses precies het omgekeerde doen, namelijk de prostaat vergroten. Met dat laatste effect wordt dan geen rekening gehouden.”

Koeman: “Volstrekt mee oneens. U zet de toxicologie nu in zijn hemd. Ik refereer aan een wetenschappelijke wereld die zulke effect wel degelijk meeneemt. Natuurlijk worden al die orgaanveranderingen bekeken.”

Matser: “Ik snap de ontkenning niet. Ik baseer me op grote symposia die de laatste twee jaar over hormoonverstoringen zijn gehouden. Ook wetenschappers van de Landbouw Uni versiteit, van uw eigen vakgroep, hebben hun zorgen over deze effecten geuit. Zij dringen aan op het ontwikkelen van testen naar deze effecten die bij de toelating een rol zullen gaan spelen. Nu zijn er bijvoorbeeld geen testen naar het effect van chemicaliën op het nageslacht. Over vinchlozolin staat in officiële, internationale documenten dat er gegronde aanwijzingen voor hormooneffecten zijn. Dit komt niet uit onze koker, dit zijn de resultaten van een meerdaags, wetenschappelijk congres.”

Koeman: “Ik begrijp dat deze discussie op congressen wordt gevoerd en ik sluit niet uit dat dit onderwerp, mede als gevolg van uw campagne, op de politieke agenda komt. Ik blijf echter bestrijden dat zulke effecten in het geval van deze stoffen niet goed zouden zijn onderzocht; als ze er zouden zijn, zouden we ze gevonden hebben. Natuurlijk hebben wij soms wel extra vragen, daar kan ik zo voor beelden van geven. Gisteren hebben we nog een vergadering gehad waarop we ons voornemen hebben geuit om tot verbod van een stof wegens de toxicologische onzekerheid te komen. Dat komt voor: in 1996 besloten we tot vergaande beperkingen voor vinchlozolin, één van de zeven stoffen. Deze mag niet meer op sla en paprika worden gebruikt.”

Matser: “Volgens onze informatie mag vinchlozolin nog steeds op sla en aardbei worden toegepast, terwijl dat in Groot-Brittannië al sinds 1991 is verboden. Sommige boeren blijven middelen ook voor de verboden toepassing gebruiken, dat betekent dat de berekening van de ADI niet meer klopt. Op driekwart van de onderzochte sla zijn restanten van bestrijdingsmiddelen aangetroffen en bij vijf procent van de monsters sla, aardbeien en paprika's is de norm zelfs overschreden.”

Koeman: “Die 75 procent residuen vind ik niet verbazingwekkend; die vijf procent overschrijding van de norm - wat ik overigens een hoge schatting vind - is natuurlijk laakbaar. Dit is het probleem van het illegale gebruik: ook het CTB kan niet voorkomen dat er met verboden stoffen wordt gespoten. Een risico voor de gezondheid betekent dit echter niet: een lichte normoverschrijding leidt niet onmiddellijk tot gevaar. Wél kunnen deze cijfers tot een restrictiever beleid leiden, maar daar hoeft Greenpeace ons niet op te wijzen, deze overschrijdingen zijn ons al lang bekend.”

Matser: “We willen geen paniek zaaien, maar we denken wel dat consumenten in slaap zijn gesust. Vroeger waste je een appel, tegen woordig denk je: 'alles is goed geregeld, het zit allemaal wel goed'. Dat beeld kan ontstaan omdat er - bijvoorbeeld - over het gebruik van sluipwespen als alternatief voor bestrijdingsmiddelen veel publiciteit is. Daarnaast is er een ander beeld, zoals het gebruik van endosulfan, een stof die al sinds 1987 is verboden maar die nog steeds regelmatig op groenten en fruit zit. In 1996 bevatte tien procent van de paprika's endosulfan, dat is nogal wat.”

Koeman: “Dat is een buitengewoon hachelijke zaak, dat ben ik met u eens. Crimineel gedrag kan een heel systeem onderuithalen. Tegelijkertijd vind ik dat we al veel teruggedrongen hebben en er is nog meer te verwachten: op grond van milieucriteria - niet van gezondheidscriteria - zal bij komende herbe - oordelingen van een aantal midddelen de hakbijl er ingaan.”

Matser: “Zal, zal, altijd dat 'zal'. Er wordt teveel opgeschoven, ook dat is niet nodig. Al in het meerjarenplan gewasbescherming werd in een verbod op een groot aantal middelen voor 1995 voorzien. Daar is nog weinig van gerealiseerd.”

Koeman: “Dit meerjarenplan werd opgesteld op het moment dat het CTB, vijf jaar geleden, werd opgericht. Er lagen al afspraken, daar hebben wij ons aan te houden. We hebben de status van een bestuursorgaan dat door de overheid is gemandateerd, waardoor wij soms onze verantwoordelijkheid niet kunnen nemen. We hadden de toelating van een aantal middelen uit dit meerjarenplan willen beëindigen. De overheid floot ons toen echter terug, op grond van economische motieven en omdat dit niet met Europese afspraken strookte. De directeur-generaal belde me thuis op, ik had net een vrije dag. 'De minister zit in de problemen als jullie niet overstag gaan, laten we de koninklijke weg bewandelen', zei hij. Dat hebben we toen gedaan. Wij zijn een bestuursorgaan, geen milieubeweging.” Matser: “Toch stelt u me teleur, ik had gehoopt dat de nieuwste wetenschappelijke inzichten over deze hormoonverstorende stoffen tot een strenger toelatingsbeleid zouden leiden, maar ik begrijp dat dit er voor het CTB niet in zit.”

Koeman: “Ik vind uw verontwaardiging selectief: nu is het de hormoonkwestie, maar we zouden net zo goed naar het centrale zenuwstelsel, de lever, of bloedvormende organen kunnen kijken. Die hele hormoonkwestie is een hype. Het is begonnen met dat boek 'Our stolen future' van Colborn, waaruit zou blijken dat de kwaliteit van het sperma zo achteruit ging. Achteraf bleef daar helemaal niets van over. Ik wacht met spanning op harde gegevens die uw selectieve verontwaardiging ondersteunen, maar naar mijn mening bent u bezig uw hand te overspelen.”

Matser: “Impliciet stelt u voortdurend dat wij ons niet op wetenschappelijke studies baseren en dat wij ongenuanceerd met resultaten omgaan. In onze rapporten staat echter niets dat we niet honderd procent zeker weten. Als we schrijven dat de kwaliteit van het sperma door chemische stoffen achteruitgaat, halen we de geraadpleegde bronnen exact aan. Ook de heer Brouwer, medewerker van uw vakgroep en lid van de Gezondheidsraad, gaat ervan uit dat er iets aan de hand kan zijn. De Gezond heidsraad acht het in een advies over hor moonontregelaars plausibel dat blootstelling tot subtiele effecten op de voortplanting en ontwikkeling kan leiden. Je kunt het afdoen met 'een hype', maar je kunt ook zeggen: 'voer een serieuze discussie nu er zulke aanwijzingen zijn'. Wij willen een discussie stimuleren die nu vaak achter de schermen plaatsvindt en hopen daar ook de consument bij te betrekken.”

“Het is makkelijk om te zeggen 'we accepteren dat er bestrijdingsmiddelen zijn en daar hoort bij dat we risico's accepteren.' Het onderzoeken en reguleren van deze risico's, is dan het doel waarnaar je streeft . Wij zeggen echter: als het niet nodig is om risico's te accepteren, neem ze dan niet. Dát is ons doel en ons inziens blijkt elke keer dat het mogelijk is deze risico's te vermijden: met de biologische landbouw - minder intensief, minder grootschalig - hebben we voldoende alternatieven voorhanden. In de supermarkten liggen steeds meer onbespoten producten: het alternatief is haalbaar. Dát is de belangrijkste boodschap van de campagne: kies onbespoten, om het risico te vermijden.”

Koeman: “Ik blijf erbij dat u zich baseert op niet meer dan vermoedens. Ik verwacht dat uw campagne platvalt: mensen prikken door uw posters en rapporten heen, u legt één accent teveel.”

(Wapperend met de ansichtkaart die Matser hem heeft gegeven)“Ik vind het allemaal heel erg interessant, maar de consument zal dit doorzien, de consument is slimmer dan u denkt; ik sprak laatst nog op een bijeenkomst van een huisvrouwenvereniging, hun perceptie was buitengewoon helder. U piekt nu, maar zijn er bijvoorbeeld al Kamervragen gesteld?”

Matser: “Wij richten ons nu eerst op het ministerie, CTB en andere organisaties. Het verwijt dat wij consumenten bang zouden maken, is niet terecht. Wij schatten de consument heus wel op zijn waarde in, natuurlijk is deze voldoende uitgerust daarvoor. Ik heb niet het idee dat er deze week geen sla verkocht is, of dat mensen massaal zijn geschrokken. En een piek? Tot op vandaag zijn we tevreden: we hebben veel reacties gekregen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden