Ons brein leert ons niets over kunst

Nu de neurowetenschappen uit onze hersenen ons hele doen en denken kunnen verklaren, krijgen we ook nieuwe inzichten in de waarde van kunst. Tenminste, als we de breinwetenschappers mogen geloven. Een van hen, filosoof Alva Noë, gelooft er niets van.

ALVA NOË

De Californische hoogleraar Alva Noë (1964) is filosoof en neurowetenschapper.

Wat is kunst? En wat vertelt ze over de menselijke natuur? Het is in de mode bij zulke vragen de hulp in te roepen van de neurowetenschap. Voor het bestuderen van kunst met die wetenschap is de term 'neuro-esthetica' gemunt.

Je mag deze aanpak inmiddels hot noemen: neurowetenschappers van naam publiceren samen met kunsthistorici in vooraanstaande wetenschappelijke tijdschriften. De Londense neurowetenschapper Semir Zeki mag graag beweren dat kunst gehoorzaamt aan de wetten van het brein. Het zijn immers je hersenen die kunst zien; kunst op haar beurt is vrucht van hersenactiviteiten.

De kampioenen van deze breinbenadering hebben soms het gevoel dat ze een gevecht uitknokken met sociale wetenschappers, die het lef missen om te erkennen dat biologie onze cultuur bepaalt. Toch is van een echt gevecht geen sprake; veel mensen die zich in cultuur verdiepen laten zich juist maar al te graag meeslepen door het alomtegenwoordige enthousiasme voor breinverklaringen voor zo ongeveer alles.

Wat mij verbaast is dat de neuro-esthetici nog niets opzienbarends over kunst te berde hebben gebracht, en vooral: dat ze het zelf niet eens in de gaten hebben, laat staan zich er druk om maken. Wat hen belemmert op hun weg naar succesvol onderzoek is allereerst dat ze de neiging hebben om alles op te vatten als een 'natuurlijke' uiting van de menselijke gedachten, perceptie of bewustzijn.

Dat een persoon een goed werkend samenstel van hersencellen en moleculen is, is geen idee dat de neurowetenschap heeft uitgedokterd; het is veeleer de vooronderstelling van hun vak: we zijn ons brein. Francis Crick, een van de ontdekkers van de structuur van het DNA, heeft dit een 'verbazingwekkende hypothese' genoemd, want, zei hij, het staat zo ver af van de manier waarop de meeste mensen zichzelf ervaren.

Wat mij dan weer echt verbaast aan deze 'verbazingwekkende' hypothese, is die verbazing. Het idee dat er iets in ons denkt en voelt - en dat wij dat iets zijn - is al zo oud. Descartes meende dat dat ding vanbinnen onstoffelijk was; hij kon zich niet voorstellen dat vlees en bloed konden denken of voelen. Tegenwoordig stellen wetenschappers dat dat ding in ons het brein is, maar de gedachte erachter is dezelfde, en dat is van belang: in feite is ons begrip van hoe het brein ons bewustzijn produceert niet veel beter dan dat van Descartes over de immateriële ziel die dat klusje klaart. Sterker nog: op dit moment ontberen we zelfs maar de contouren van een breintheorie over ons bewustzijn.

Wel weten we dat een gezond brein nodig is om een gewoon geestelijk leven te leiden, om te leven sowieso. Maar er is meer voor nodig - ruwweg een gewoon lichaam en een normale omgeving. En de aanwezigheid van andere mensen, als we tenminste prijs stellen op een waardevol leven.

We zijn, kortom, het lichamelijke mensendier in z'n (ook sociale) omgeving dat denkt, voelt, beslist en zich bewust is. Als dat zo is, dan kun je toch ook beter zeggen dat het mensen zijn die denken, voelen en beslissen, en niet hun brein.

Het zijn mensen die kunst maken en ervan genieten, niet hun hersenen. We zijn niet ons brein, we zijn levende mensenwezens. We moeten dus echt breken met het dogma dat we iets zijn dat binnen in ons zit, of dat nu het brein is of de ziel, en ernst maken met de gedachte dat het bewustzijn gecreëerd wordt door mensen (en andere dieren) door een uitwisseling met de wereld om hen heen; voor die uitwisseling is het brein natuurlijk wel onontbeerlijk.

Laten we ons eerst maar verlossen van het Cartesiaanse dogma van de huidige neurowetenschap - maar laten we daarbij niet doorschieten en onszelf niet meer als 'natuurlijk' bestempelen. Wel is het hoog tijd om opnieuw na te denken over wat een biologisch juiste interpretatie van die 'natuur' moet wezen.

Naast het 'we zijn ons brein'-misvertand hebben de neuro-esthetici nog een obstakel te overwinnen. Ze zijn er nog niet in geslaagd om kunst in het laboratorium neurologisch te bestuderen. Ik zei al dat ze ervan overtuigd zijn dat kunst aan de natuurwetten van het brein gehoorzaamt. Maar ze komen niet verder dan de bescheiden vaststelling dat het brein de ervaring van kunst bepaalt, zoals het alle ervaringen bepaalt.

Neurowetenschapper Semir Zeki heeft er al eens de aandacht op gevestigd: beeldend kunstenaars maken geen gebruik van ultraviolet licht, maar van zichtbare vormen en kleuren. Schilders, beeldhouwers en videokunstenaars beperken zich tot materialen en effecten die je kunt zien. En ons kijken naar hun kunst hangt af van de aard van onze perceptie, een vermogen dat weer bepaald wordt door onze hersenen.

Maar hoe ons brein bepaalt wat we zien en hoe we dat waarderen, raakt niet alleen ons kijken naar kunstwerken, maar ook naar een sportwedstrijd, of naar de man die daar de metro uitkomt. In boeken van neuro-esthetici komt kunst wel ter sprake, maar in het voorwoord en op het omslag. In het boek zelf zoek je vergeefs naar de bespreking van de kunstwerken!

Je kunt je afvragen of het wel relevant is, dat nadenken over hoe we kijken naar kunst. Draait het niet meer om de vraag waarom we het ene werk wel en het andere niet als kunstwerk aanmerken? Waarom het ons raakt? Waarom kunst ertoe doet?

Ook bij deze vragen naar esthetische waardering laten de neuro-kunstbeschouwers ons in de steek, ze komen niet verder dan wat opmerkingen over voorkeuren. Maar wat we mooi vinden, mooier dan andere dingen, reikt verder dan voorkeur alleen. De redenen die we hebbben voor dat verschil in waardering voor kunstwerken zijn andere dan die we hebben om de ene persoon leuker te vinden dan de ander, of het ene gerecht lekkerder dan het andere.

Met een beroep op het begrip 'schoonheid' kom je er niet; niet alle kunstwerken zijn mooi (of aangenaam, ook al zijn veel kunstwerken dat wel), en niet alles wat we 'mooi' noemen is kunst - de buurvrouw of de zonsondergang.

Nogmaals: de neuro-esthetiek helpt ons niet verder. Het is niet dat de beoefenaars ervan mikken en misschieten, nee, ze hebben het object niet eens in beeld.

Oké, misschien is het te vroeg voor dit oordeel: de neuro-esthetiek (en de neurowetenschap rond bewustzijn) staat nog in de kinder- schoenen. Maar zijn er gegronde redenen om te denken dat ze die gaat ontgroeien? Of moeten we op principiële gronden sceptisch zijn over het bestuderen van kunst met neurowetenschappelijke middelen? Ik vrees van wel.

Niet vanwege de empirische bestudering van kunst. Wel vanwege het volgende: betrokkenheid bij een kunstwerk lijkt een beetje op betrokkenheid bij iemand met wie je in gesprek raakt, een kunstwerk is als een grappig gebaar of een grap. Om die te vatten is gevoeligheid vereist voor de hele context, de veronderstellingen en de (on)opzettelijke bedoelingen. Een kunstwerk snappen vereist aanvoelen welke problemen, vragen, houdingen en verwachtingen er meespelen, een gevoeligheid dus voor de context waarbinnen het kunstwerk zijn werk doet.

Kunstwerken stellen zelf ook vragen en om zo'n werk zinvol te bejegenen is het nodig om te begrijpen welke kwesties relevant zijn, en waarom; of waarom ze geen rol spelen of hebben afgedaan, of hoe die kwesties in andere omstandigheden weer wél van belang kunnen zijn. Om het simpel te zeggen: waar het kunstwerk ook over gaat (God, leven, dood, schoonheid, kunst), het heeft iets weg van filosofie. Dat is de aard van het beestje. Kunst en filosofie hebben gemeen dat het verhaal erover nooit af is, zoals er ook nooit een kant-en-klaarverhaal bestaat over wat er precies gebeurt wanneer we met elkaar communiceren, of in de lach schieten.

Ach, kunst. Voor de liefhebber en zelfs voor de maker blijft het een raadsel. Wat is kunst? Onweerstaanbaar doemt de vraag op, maar een definitief antwoord zul je nooit krijgen.

Neurowetenschappen richten zich op wat er gebeurt in het brein van individuen. Dat beschrijven en analyseren neuro-esthetici. Maar met hun empirische instrumentarium schieten ze tekort in het begrijpen van kunst.

De kunsten leggen veel beter bloot hoe ervaringen in het samenspel van mensen tot stand komen. Zo kan de kunst nieuwe bronnen ontsluiten voor het vertellen van een veel aannemelijker, empirisch solider verhaal over onze menselijke natuur.

Dit essay is gebaseerd op de Erasmus Philosophy Lecture die Alva Noë afgelopen maand uitsprak aan de faculteit wijsbegeerte van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

undefined

De spieren van de danser

In het breindebat is Alva Noë een opvallende stem. Hij bestrijdt de breed gedragen gedachte dat het bewustzijn voortbrengsel van het brein is en door neurologisch onderzoek te verklaren valt of zelfs al verklaard is. Hij keert zich tegen de in Nederland populaire 'we zijn ons brein'-overtuiging, bekend van het gelijknamige boek van Dick Swaab ("De hersenen maken de geest zoals de nieren urine").

Met zijn 'Out of Our Heads: Why You Are Not Your Brain and Other Lessons From The Biology of Consciousness' (2009, vertaald als 'We zijn toch geen brein?', Lemniscaat, 2012) 'verlost Noë ons van het misverstand dat bewustzijn in ons hoofd zit', zei filosoof en Trouw-columnist Bert Keizer. Noë schrijft dat bewustzijn 'de gezamenlijke werking van hersenen, lichaam en wereld' vereist. Ons denken zit niet louter onder ons schedeldak, meent Noë, maar is 'belichaamd'. "Bewustzijn wordt door het levende wezen als geheel, binnen de context van zijn omgeving, tot stand gebracht."

Noë en Keizer gebruiken vergelijkbare metaforen om 'neurosofie' en 'cerebrofielen' (Keizer) te bestrijden. Keizer zegt dat de zinsnede 'de stemming zit er goed in op het feest' niet betekent dat die sfeer apart verkrijgbaar is. En Noë wijst op de absurditeit van het zoeken naar de aard van de dans in de menselijke musculatuur, of naar de waarde van geld in het papier waarop het gedrukt is.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden