Ons brein brengt ons geestelijk leven voort, dat is zeker

Kant vergeleek de omwenteling die hij teweeg wilde brengen in de filosofie met de revolutie in de astronomie die Copernicus in gang zette door te stellen dat de zon niet om de aarde draait, maar de aarde om de zon. Je zou de geschiedenis van ons zelfbeeld kunnen voorstellen als een trap die vanuit het dierenrijk langs een berg omhoog voert en die ons in de Renaissance op de hoogste plek brengt waar het ons Zelfbeeld betreft.

Waarna we meteen weer aan de afdaling begonnen aan de andere kant met Copernicus’ onweerlegbare ondermijning van de Aarde als in enige zin centraal Astronomisch blijken we nu niet eens een buitenwijk te zijn, er is helemaal geen centrum, maar dat kwam later pas en ik stel voor dat we ons even niks van astronomie aantrekken want astronomie trekt zich ook niks van ons aan.

Kant verlegde de aandacht van gedane waarnemingen naar het begrippenapparaat waarmee wordt waargenomen. Dat is een hele rare sprong naar achteren waar filosofie nooit meer van hersteld is. Hij had het niet meer over de vraag ’wat zien ik’, maar zijn onderzoek betrof de bril waar ik doorheen kijk.

Stel u de wereld van ongeordende feiten voor als een bonk pasta en ons zintuiglijke/intellectuele bewerken van die bonk als een rooster waar de pasta doorheen geperst wordt. Uit de vorm van de spaghetti die er uit komt kun je van alles afleiden over de aard van het rooster. Maar wat je niet kunt bedenken is hoe die spaghetti er uit zag voordat hij door de gaatjes geperst werd. Hoe de wereld er ’echt’ uitziet zullen we nooit weten omdat we altijd met onze zintuigen als een metafysische ’plank voor de kop’ rondlopen.

Deze nadruk op het instrumentarium, dit eindeloze rommelen in de gereedschapskist zonder ooit lekker aan het timmeren te gaan, is niet wat mensen graag onder filosofie verstaan.

Wittgenstein hield evenwel vast aan deze Kantiaanse nadruk, maar hij deed dat op een veel concreter niveau dan Kant, die voornamelijk begrippen uiteen rafelde. Wittgenstein kwam op het geniale idee om het vervoermiddel van begrippen onder de loep te nemen: de taal.

De volgende stap die werd gezet in deze zoektocht naar het definitieve atoom waaruit ons geestelijk leven zou zijn opgebouwd stuitte op de anatomische structuur die we nu heel geleidelijk enigszins beginnen te doorgronden: de hersenen.

We zijn het er nu wel over eens dat ons geestelijk leven wordt voortgebracht door ons brein. Maar met deze formulering is eerder een probleem geschetst dan een situatie.

In deze krant doet Martin van der Laan met enige regelmaat verslag van de eindeloos fascinerende observaties waaruit blijkt dat het idee dat wij de zaken in ons brein regelen een illusie is. Het lijkt er eerder op dat ons brein een aantal zaken in ons regelt, waarmee we in één keer een heel eind de trap af buitelen op mijn imaginaire afdaling uit Renaissance-hoogte.

Terug naar de primaten? Nee, nou wordt dat trap-idee onzin, al dat stijgen en dalen, maar vooral dat dalen, het zijn maar termen voor ongemak of verrukking over wat wij hier zoal neerzetten.

Maar filosofisch gesproken is de neuro-nadruk onontkoombaar, al overziet niemand echt wat het betekent voor ons zelfbeeld. Hersenschade kennen we al duizenden jaren als geestaantastend.

De beroerte is het bekendste voorbeeld en hoewel dat niet valt te rechtvaardigen, wordt het verschijnsel niet beschouwd als een ondergraving van ons geestelijke fundament. Maar wat het betekent om hersenen en niet personen te gaan indelen als misdadig – mannelijk – autistisch – schizofreen – bipolair of, niet lachen, normaal, is niet zo gemakkelijk in kaart te brengen.

Onderschat overigens niet de mate waarin we neurologisch tussenbeide trachten te komen in onze hersenen. Bij de ziekte van Parkinson bijvoorbeeld worden wel elektroden ingebracht op de plaats waar de neuronen hun werk niet goed doen door een gebrek aan neurotransmitter. De elektroden schudden de neuronen wakker en er gaan weer impulsjes door de draden lopen zodat de ernstigste gevolgen van deze neuronale inactiviteit worden verminderd.

Helaas ontstaat hierbij niet zelden ook neuronale drukte in gebieden waar je dat niet zou willen. Dat wil zeggen dat sommige mensen er manisch van worden en op het vuren van deze elektroden eens even flink aan de gang gaan om hun leven opnieuw vaart te geven, waarbij ze vrouwen, kinderen en onroerende goederen met een sierlijke boog de gracht in keilen om jubelend aan de horizon te verdwijnen. Is allemaal gebeurd.

Een ander gevolg van de neuro-nadruk is grote verlegenheid in de psychiatrie. Waar men zich vroeger de vraag stelde: ’maar wat had die jongen eigenlijk voor een moeder?’ hoor je nu alleen maar neuroreceptorbindingsprofielen door de lucht vliegen en is een psychiater als Bram Bakker, die zich persoonlijk hecht aan een patiënt, een engerd geworden waar men zich resoluut van afwendt.

We zijn hier nog lang niet uit. Of liever, we komen hier niet uit, want we zullen er in moeten leven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden