Ons belang

Een ideaal, een ergernis, of gewoon de wens betrokken te zijn. Mensen hebben allerlei motieven om zich te organiseren. Martijn de Rijk volgt hen. Een tocht door het maatschappelijk middenveld.

Martijn de Rijk

Op een ochtend staan Fely van der Linden en Karel van der Ploeg met strakke gezichten voor het Haarlemse raadhuis. Zij is voorzitter van de plaatselijke algemene ouderenbond, hij van de katholieke, en ze hebben zo dadelijk hun driemaandelijks overleg met de wethouder. Het zal hard tegen hard gaan deze keer, dat weten ze zeker - ze hebben een paar heel moeilijke punten op de agenda staan. Maar zo'n grimmige stemming is niet eindeloos vol te houden, dus als Karel voor de goede orde opmerkt dat hij binnenkort even voor een weekje weg is, zegt Fely met stille pret: 'Goh Karel, wat zielig voor je - moet je alweer op vakantie!'. Karel is er niet verlegen mee, integendeel. 'Ja, voor de vijfde keer dit jaar', en hij grijnst tevreden. Hij is typisch van de generatie die zich te jong voelt voor zijn bond - in de zes tig, fit, en geld genoeg om iets leuks te ondernemen. Alleen, hij is ook zo iemand met bestuurservaring die als er in het parochieblaadje om iemand voor de bond wordt gevraagd meteen ja zegt, want hij vond altijd: je moet niet alleen maar hard schreeuwen, je moet iets dóen!

Eenmaal in de statige wethouderskamer zijn ze weer geheel in de plooi, en de koffie is nog niet ingeschonken of Fely begint al over de brandbrief die de gezamenlijke ouderenbonden schreven over de lokettenkwestie. In Schalkwijk hebben ze voor gehandicapte ouderen in het winkelcentrum één loket waar ze met al hun problemen terecht kunnen; dat willen ze in alle wijken, te beginnen in Haarlem-Noord, maar nu hadden ze in de krant gelezen dat er veel te weinig voor werd uitgetrokken. Waar blijft het antwoord?

Wethouder Grondel, de GroenLinkser die uit Amsterdam is aangetrokken, kijkt opzij naar zijn ambtenaar die de notulen bijhoudt. Hij had het concept antwoord toch al weken geleden gezien en akkoord verklaard? Of de bonden voortaan wel willen zorgen dat er niet één brief aan vijf verschillende instanties wordt gericht - zo krijg je iedere bureaucratie helemaal gek. Dus één geadresseerde en één onderwerp per brief, zegt de wethouder zo gemoedelijk mogelijk, en Karel neemt het als een man, knikt van ja, en maakt energiek een aantekening.

Dan gaat de wethouder het uitleggen. Dat besloten is om de dak- en thuislozenopvang als speerpunt te kiezen, en dat hij het loket wil combineren met andere dingen zodat het met minder geld toe kan. Menskracht kun je natuurlijk niet twee keer inzetten, maar wat kosten al die glasvezelkabels niet, en die kunnen toch ook door anderen gebruikt worden? Hij heeft bijvoorbeeld ook het bibliotheekwezen in zijn portefeuille, daar valt allicht mee samen te werken per wijk. Hij gaat het in ieder geval onderzoeken. O, zegt Karel, maar hoe zit het met dat speerpunt, die gebruikersruimte voor de dak- en thuislozen, waarom krijgt die een ton, terwijl vorig jaar nog door de raad is besloten dat zo'n ruimte te duur was? Wat is er sindsdien veranderd?

Als Grondel niet meteen antwoord geeft, vult Fely venijnig in: de overlast! Ja, de overlast, geeft Grondel toe. En dan komt Karel weer: dus wij moeten de ouderen aanraden vooral voor overlast te zorgen?

Die zit. Maar wat helpt het? Karel kan nog wel even voorrekenen dat het om honderd verslaafden gaat tegenover tienduizenden bejaarden, maar Grondel knikt vriendelijk en hulpeloos, en prijst zijn doelmatigheidsstreven weer aan. Ik hoop, zegt hij, dat u in ieder geval snapt waarom ik het doe - ik zal niet vragen of u het ermee eens bent. Dat moet u zeker niet doen, kaatst Karel direct terug, maar in zijn stem zit net niet de geroutineerde bitterheid van de echte belangenbehartiger. Jarenlang zat Karel in het Haarlems CDA-bestuur. Hij weet te goed wat er kan en niet kan. Het zijn geen drammers bij de ouderenbonden.

Grondel, de geoefende bestuurder, maakt van de rondvraag gebruik om haarfijn uit te leggen dat de bezuinigingen door de rijksoverheid blind worden opgelegd - dus zonder keuzes te maken - en hoe anders, hoe zorgvuldig vooral, ze in het college te werk willen gaan. Ook dat begrijpt Karel goed: het is tweerichtingsverkeer in zo'n overleg, en als ze weer buiten staan - binnen het uur - zijn hij en Fely niet ontevreden. Het is toch wel prettig om zo'n uitleg te krijgen, zeggen ze voorzichtig.

De achterban zal ook tevreden zijn. De voorzitter heeft het weer voor mekaar - dat is wat ze altijd tegen Karel zeggen. Ze zitten er tenslotte vooral voor de gezelligheid, voor de uitjes, de kerstreis en de zomerreis. Als je boven de tachtig bent dan kun je zonder hulp niet meer zo makkelijk weg, en het is niet best als je het alleen van je kinderen moet hebben. Bijna tweeduizend leden heeft de katholieke bond in Haarlem. De laatste paar maanden kwamen er negentien bij en gingen er zestien af. Zo gaat dat nu eenmaal.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden