Onrust in plaats van harmonie

Overzichtstentoonstelling Coop Himmelb(l)au (1968-1993) t/m 28 nov. in het Groninger Museum, Praediniussingel 59, Groningen. Open di t/m za 10-17u, zo 13-17u.

Het dakpaviljoen bestaat uit staal en glas, maar een groter contrast met een vliesgevel is nauwelijks denkbaar. De loodzware staalplaten raken elkaar nergens, ze lijken alle kanten op te vliegen en de ruiten ertussen te verbrijzelen. Steeds weer krijgt Wolf Prix, spreekbuis van het architectenbureau Coop Himmelblau, de vraag hoe dit ontwerp gerealiseerd kan worden zonder dat het lekt of er continu wordt ingebroken. “Logistieke problemen,” wuift hij de zorgen weg. “Gewoon een kwestie van isolatie en beveiliging. Van een eerder ontwerp voor het dak voor een Weens advocatenkantoor zeiden de collega's die de maquette zagen ook allemaal: 'prachtig, alleen jammer dat het niet kan', terwijl we allang met de bouw bezig waren. Ik heb een zeer conservatieve opvoeding gehad, mijn vader was architect, dus ik weet echt wel wat detaillering is. Bovendien ben ik nu vijftig en heb ik nu ruim vijftien jaar ervaring.Inmiddels weten we dat we het gevoel van ruimte dat we in onze eerste schetsen proberen vast te leggen, in een gebouw kunnen vertalen.”

Aan belangstelling en opdrachten ontbreekt het Coop Himmelblau niet. Samen met het bureau van Hans Hollein is Coop Himmelblau (het duo Wolf Prix en Helmut Swiczinsky, sinds 1991 uitgebreid met Frank Stepper) het enige Weense architectenbureau dat wereldwijd bekend is. Het won talloze architectuurprijzen en werkt momenteel aan grote stedebouwkundige opdrachten voor Oostenrijk en Duitsland.

Toen afgelopen lente bleek dat het ontwerp van de Amerikaanse kunstenaar Frank Stella voor het Groninger dakpaviljoen te duur was om uitgevoerd te worden, vroeg de gemeente Groningen Coop Himmelblau om een ontwerp. Een relatief kleine opdracht maar voor Coop Himmelblau wel een aantrekkelijke; hun ontwerpen zijn veelgevraagd maar worden lang niet altijd uitgevoerd. “In Wenen werkten we zes jaar aan een project voor de verbouwing van een theater,” zegt Prix. “Binnen een dag was het afgeblazen, de burgemeester durfde zijn fiat niet te geven uit angst stemmen te verliezen. In Groningen heb ik tenminste het gevoel dat de opdrachtgevers achter ons staan en er niet aan twijfelen dat we het kunnen. In zo'n situatie kun je tenminste werken. Het Groninger paviljoen is wel een klein project, maar een interessante manier om te onderzoeken hoe kunst en architectuur kunnen samengaan.” Het paviljoen heeft binnen looproutes, die de kunst behalve van voren ook van ver en van bovenaf ervaarbaar maken en wanden, die schuin gezet kunnen worden. In de zomer loopt de route ook over het daklandschap en zijn tussen de schuine staalplaten veel verschillende vergezichten op Groningen mogelijk. En zelfs de grootste Himmelblau-hater zal de verleiding niet kunnen weerstaan om te gaan staan op het spannende puntje van de loopbrug, die vanaf het dak vele meters lang horizontaal boven het water loopt zonder ook maar ergens te worden gestut.

Vanaf de oprichting van Coop Himmelblau in 1968 hebben Prix (Wenen 1942) en Swiczinsky (Poznan 1944) gepoogd 'onmogelijke' projecten te realiseren, eerst in de vorm van performances als het laten branden van staal, 'dromen waar maken', volgens Prix. Je zou ze oude hippies kunnen noemen; Prix en Swiczinsky voelden zich meer verwant met de ruige gitaarsolo's van Jimi Hendrix dan met de architectuur van hun collega's. De naam Coop Himmelblau bond de strijd aan met de schijnbare stevigheid van architectuur en paste bij dromen.

Terwijl veel architecten in de jaren zeventig postmoderne pilasters, zuiltjes en timpaantjes gebruikten als alternatief voor de saaie, ornamentloze betonkolossen van de jaren zestig, zochten zij naar oplossingen die op geen enkele traditie teruggrepen en letterlijk alle vormen, stijlen en constructies ter discussie stelden. Een nieuwe vormgeving, in de architectuurgeschiedenis deconstuctivisme genoemd: onrust in plaats van harmonie, veelheid in plaats van eenheid. Het leverde gebouwen als explosies op: letterlijk ontregeld en verwarrend, verrassend en contrastrijk in plaats van esthetisch, interessant als statement en als discussiestuk. Dat geldt ook voor het Groninger ontwerp. Net als het Weense dak de statigheid van het barokke centrum aanvalt, tasten de vliegende vormen van Himmelblaus dakpaviljoen de strengheid van Alessandro Mendini's paviljoens aan. Een welkom contrast: zonder Himmelblau zou het Groninger Museum wel opvallend en bijzonder, maar ook erg overzichtelijk en saai zijn.

“Mendini's ontwerp heeft simpele maar sterke vormen, het was bijzonder moeilijk om daar iets voor te ontwerpen. We besloten er een uitgesproken contradictie van te maken, volledig te breken met zijn opzet. Er zal veel discussie komen over dit paviljoen,” voorspelt Prix. “Maar het zal een spannende ruimte worden, een veelheid aan keuzemogelijkheden waaruit iedereen kan nemen wat hem bevalt. Wij stellen onze ideeen extreem om saaie architecten in verwarring te brengen. Als je vanaf het begin over alles tobt, kom je uiteindelijk altijd uit op een kale doos. Je moet er nooit vanuit gaan, dat iets niet kan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden