Onrust in Ondiep / De jongeren waren aan de macht

Bewoners van de Utrechtse wijk Ondiep steken de hand in eigen boezem. Lastige jongeren hebben vrij spel omdat ouders en buurtbewoners ze niet meer durven aan te spreken.

door George Marlet

Op de hoek van de Thorbeckelaan en de Boerhaavelaan zijn de rollen even omgedraaid. Gewoonlijk is het plein het domein van hangjongeren, maar deze dinsdag hebben buurtbewoners bezit genomen van het plein. De laatste nieuwtjes over het schietincident van zondagavond en de rellen van maandagavond worden besproken.

Zondagavond schoot een politieagent de 54-jarige Rinie Mulder neer nadat deze met een mes gedreigd zou hebben. Mulder overleed direct op de Thorbeckelaan, vlakbij zijn ondiephuis. Op straat is met haastige letters ’Rini rust zacht’ gespoten. Buurtbewoners hebben bloemen en blikjes bier neergelegd. Zondagavond was Mulder de overlast van hangjongeren zo zat dat hij thuis een mes haalde. Wat daarna gebeurde, moet onderzoek door de Rijksrecherche uitwijzen.

Voor veel wijkbewoners bevestigt de dood van Mulder precies waar ze bang voor zijn: wie zijn mond durft open te doen, moet het bezuren. Dus hebben allochtone en autochtone jongeren uit Ondiep en omgeving min of meer vrij spel in de wijk. Een bewoner die – zoals de meesten – niet met zijn naam in de krant wil: „Er lopen hier van die a-socialen rond die denken dat ze God zijn. Als ik de politie bel, komen die jongens later bij mij verhaal halen.”

Om daarna weer vrolijk door te gaan met op scooters en motoren door de wijk scheuren, mensen lastigvallen en tot diep in de nacht op straat drinken en blowen.

De gemeentereiniging is dinsdagochtend druk bezig om Ondiep schoon te maken. Bij de rellen zijn veel tegels stukgegooid om de Mobiele Eenheid te kunnen bekogelen. Tientallen bierflesjes liggen aan scherven. Tot twee, drie jaar geleden, zegt bewoner Rob, was Ondiep een ’heel fijne buurt’ om te wonen. Hij is geboren en getogen in de vooroorlogse arbeiderswijk. Sociale controle was vroeger vanzelfsprekend. „Toen ik 16 was, stonden we ook met grote brommers op de hoek van de straat. Als dat te gek werd, zei een oudere er wat van en gaf je ook nog een draai om je oren. Tegenwoordig lopen mensen door, ze durven niks meer te zeggen. Als ik met de hond ga wandelen, zegt mijn vrouw tegen me: ’Zeg maar niets tegen die jongens’. Maar ik spreek jongeren wel aan. Dat verwachten ze niet.”

De ramen van het Halt-bureau aan de Plantage zijn dichtgespijkerd. In een kantoor heeft het maandagavond flink gebrand. Drie technisch rechercheurs onderzoeken een dossierkast met halfverbrande ordners. „Ik durf niet eens meer te zeggen waar ik woon”, zegt een vrouw in plat Utrechts.

Dat gaat Jan Kooij, als vrijwilliger actief in de wijk, te ver. Kooij ziet nog wel perspectief voor Ondiep, maar dan is de wijk wel tien tot vijftien jaar verder. „Dit is een moment voor beleidsmakers en uitvoerders om zich eens achter de oren te krabben. De bezuinigingen op het jeugd- en wijkwerk moeten stoppen. Je kunt niet alleen maar de stad mooi maken met allerlei prestigeprojecten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden