Onrijpe dans geplet tussen twee succesnummers

‘Holland+’ van Scapino Ballet Rotterdam, met werken van Ed Wubbe, Loïc Perela en Marco Goecke.

Het is goed dat een belangrijk stadsgezelschap als Scapino Ballet Rotterdam talent uit eigen poule de kans geeft zich choreografisch te bewijzen. Maar het is ook zijn taak om talent tegen zichzelf te beschermen. Het dansstuk ‘Craquer la peau’ van Scapino-danser Loïc Perela barst van de beginnersfouten: geen doel, geen richting en de vorm gaat compleet met de inhoud aan de haal.

In een landschap van goudfolie leggen vijf dansers een indolent parcours af. Het ene lichaam schokt, het andere trilt; de lichamen komen samen in een crescendo van ongericht gesleep van elkaar en van het, versterkt, ritselende folie. Ondertussen krabt een danseres bladgoud van haar gezicht, als van een icoon. Duidelijk moet worden dat het hier om ‘verinnerlijking’ gaat, om de ‘goddelijke vlam’ in de mens, aldus de choreograaf in een begeleidend schrijven, te ontsteken. Waar het meer op lijkt is new age-dans die door een gebrek aan distantie en insteek ongemakkelijke trance-trekjes krijgt.

Dit onrijpe stuk had beter niet in de grote zaal gepresenteerd kunnen worden. Vooral omdat het is ingeklemd tussen een sterk werk van huischoreograaf Marco Goecke en de reprise van ‘Holland’ van Ed Wubbe, Scapino’s succesnummer van vorig seizoen. Je moet van goeden huize komen om daar niet tussen te worden geplet.

In ‘Holland’, een dansstudie naar de Nederlandse ‘lenige’ volksgeest, laat Wubbe zien dat hij een bekwaam choreograaf is van energieke groepsdansen die hout snijden. Met de Gouden Eeuw als leidraad in vorm en thematiek, laveert ‘Holland’ behendig tussen strikte patronen en vrijgemaakte losheid; een mooie metafoor voor de dubbele Nederlandse moraal: open en gesloten, bekrompen en tolerant, die van dominee en handel drijvende vrijbuiter.

De danstaal van Marco Goecke is zo specifiek dat die zou kunnen gaan vervelen, was de zorg. De fladderende armen en priemende vingers, de bizarre gimmicks die de boel ontregelen, de verontrustende donkerte. Maar ‘Suite Suite Suite’ laat zien dat Goecke nog volop aan het fijnsnijden is. Delen uit de vierde orkestsuite van Bach bieden hem een cerebraal kader om recalcitrant tegenaan te schurken. Groteske bewegingen, waarvan het verschrikt ontbloten van de navel de leukste is, relativeren verheven poses. Bewegingsmotieven zijn reacties op de muzikale plechtstatigheid: dansers als marionetten waarvan de touwtjes zijn doorgeknipt. Zo nu en dan klinkt er een gezamenlijk ‘hatsjie’ om de lucht te klaren. Marco Goecke is een van de weinige dansmakers met wie je echt kunt lachen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden