Onrechtvaardig

Zoals iedereen weet is de wereld ongelijk en onrechtvaardig. De een krijgt zonder aanleiding zomaar iets en de ander niets. Nu valt het bij ons in het Westen, in Nederland, relatief mee (op zich al een onrechtvaardigheid!) en dus moeten we op de kleintjes letten om te zien waar de ongelijkheid 'm in zit. Ik heb al eens eerder op deze plek geschreven dat ik er wel eens last van heb bij de kassa's van de supermarkt. Je staat daar in een lange rij te wachten want het is net erg druk. Plotseling gaat ergens anders een nieuwe kassa open, waar klanten die net aan komen lopen zomaar direct geholpen worden, en dat terwijl jíj toch, jouw aanwezigheid in die lange rij, min of meer voor die nieuwe open kassa hebt gezorgd. De ander profiteert van jou.

Inmiddels ben ik tot het inzicht gekomen dat het hier een soort natuurwet geldt. Ik stond onlangs voor een stoplicht in de goede stad Amsterdam, het was er een beetje een chaos, met schots en scheve rijen; iedereen was tegen z'n zin afgestapt en stond nu hunkerend te wachten tot het licht weer op groen ging. Dat gebeurde na een tijdje en terwijl al die wachters zich moeizaam op hun fiets hesen, kwam er ook net een nieuwe fietser aan die fluitend de rij omzeilde en doorreed. Je kunt er weinig tegen doen en dat gebeurde ook niet: niemand trok de vlotte fietser van zijn rijwiel of beval hem achteraan te sluiten.

Je hebt het ook met leeftijd. Terwijl jij aan het eind van je middelbare leeftijd langzaamaan tot stilstand komt, verschijnen er links en rechts van je nieuwe, veelbelovende mensen die voor een deel gaan profiteren van de door jou aangerichte zegeningen. Je hebt nu eenmaal aanstormers en stilstaanders. Er heerst op dit vlak een soort gevoel van solidariteit, ouderen spugen niet naar jongeren omdat ze jong zijn, en misschien moet het bij kassa's en voor stoplichten ook maar zo gaan. Of dat ook geldt voor de volgende scène bij weer een kassa weet ik niet. Ik sta daar met mijn mandje schamele aankopen. Voor mij laat iemand een vrouw die net aan komt lopen maar kennelijk bij de dame hoort die net door de caissière geholpen wordt, voor. Vriendelijk gebaar maar hij houdt geen rekening met ons, zijn achterliggers. De man achter mij komt in opstand: 'Gaat zij nou zomaar voor in die rij staan?' moppert hij. 'Ach ja', zeg ik zachtmoedig, 'nou ja'. 'We moeten anders allemaal op tijd naar huis', gromt de man.

Kennelijk verwacht hij van mij een beetje solidariteit. Samen kunnen we een front vormen tegen die al te grote tolerantie voor ons. Maar het kan mij niet schelen en hem wel. Ik ben nu ook een beetje zijn vijand geworden, merk ik. Hij kijkt me verachtend aan, vindt me een slapjanus en een socialist. Wat ik hiervan moet denken weet ik eerlijk gezegd nog niet. Per slot van rekening heb ik niet voor het probleem gezorgd. Maar ik kan er wel wat tegen uitrichten. Daar heb ik geen zin in. Als een kleine, alledaagse Pilatus was ik mijn handen in onschuld.

En de teller met onrechtvaardigheden op aarde verspringt naar het volgende cijfer.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden