Onproduktief kapitalisme

In de buurt van het Kievstation in Moskou stond een vrachtwagen met een portret van Josef Stalin op de voorruit. Een vrouw die zag dat ik daar een foto van maakte bleef staan en ook haar oog viel op de dictator. Met een stem vol verontwaardiging vroeg ze waar de chauffeur was. Die was doende, met nog twee mannen, dozen met sloffen sigaretten uit te laden.

KOOS VAN WERINGH

Op hoge toon vroeg de vrouw waarom Stalin achter het raam in de cabine was neergezet. Er ontstond een opgewonden gesprek, waaraan na korte tijd zeker tien mensen meededen. Iedereen praatte door elkaar, maar in elk geval was te verstaan wat een van de mannen zei: “Stalin is mijn grote voorbeeld”. Daarop liep de vrouw naar de cabine en probeerde de deur open te krijgen. De man voor wie Stalin het grote voorbeeld was bleek de chauffeur te zijn en hij duwde de vrouw niet zachtzinnig opzij. Scheldend verwijderde zij zich.

De mannen gingen door met het uitladen van de sigarettendozen. Het waren sigaretten uit Duitsland en het lijkt mij de vraag of het invoeren van dit kapitalistisch produkt de goedkeuring van Stalin had kunnen wegdragen. De dozen werden naar een kiosk gebracht, waarvan er in de buurt van dat station enige honderden zijn.

Het ging om sigaretten van het merk dat mijn vrouw rookt en ik besloot twee sloffen te kopen. De vrouw in de kiosk schreef op een stuk karton dat een slof 4400 roebel kostte. Voor mij stonden een vrouw en een man met vier grote tassen. Zij kochten vijftig sloffen; de man telde 22 briefjes van 10.000 roebel uit. Terwijl ze nog bezig waren al die sloffen in hun tassen te stoppen kocht ik er twee voor 8800 roebel, dat is ongeveer vijftien gulden, een bedrag waar de ware roker in het kapitalistische westen slechts van kan dromen.

Ik vroeg aan de man of hij al die sigaretten zelf ging oproken. Zijn antwoord bestond uit een wantrouwende blik. Zonder een woord te zeggen vertrokken de vrouw en hij, elk een wagentje met twee tassen achter zich aantrekkend. Toen dacht ik, toch een beetje nieuwsgierig: “Zal ik ze een tijdje volgen?”

Ze gingen in de richting van het metrostation Kievskaja en verdwenen onder de grond. Bij Dobryninskaja stapten ze uit en zetten koers in de richting van de kiosk, waar de sigaretten werden afgeleverd. Daarna gingen ze naar het metrostation terug.

In de kiosk bevond zich een man die de sloffen tegen het raam opstapelde. Na verloop van enige tijd kwam er een papier waar de prijs op vermeld stond: 6500 roebel. Ik zei tegen de verkoper dat ik elders voor 4400 roebel een slof van dat merk gezien had. Nonchalant merkte hij op dat op zijn plaats tamelijk veel buitenlanders voorbijkomen en de prijs dus best wat hoger kon zijn. “Prijzen zijn vrij”, voegde hij eraan toe. Terwijl ik er nog stond kwam een man die dertig sloffen kocht en die vervolgens in een auto laadde. Helaas, want ook hem had ik wel willen volgen om vast te stellen hoe de prijs van de sloffen sigaretten zich verder zou ontwikkelen.

Nadat ik in de buurt van het metrostation Dobryninskaja wat had rondgekeken en op weg naar de metro was zag ik de vrouw en de man van de vijftig sloffen weer aankomen, opnieuw met vier volle tassen; zij brachten de inhoud, sloffen van hetzelfde merk, naar de kiosk, waar ze werden uitgepakt en opgestapeld.

In de metro dacht ik dat ik ook nog best een paar sloffen zou kunnen kopen. Maar ter plaatse aangekomen bleek van het merk niet een slof meer aanwezig te zijn. Honderden sloffen waren in enkele uren in andere handen overgegaan. De kiosk was nu van boven tot onderen volgestouwd met Amerikaanse sigaretten.

Het waarnemen van deze kleine handelsactiviteit heeft mij ongeveer twee uur gekost, maar het gaat hier om een leerzame ervaring. De Russen zijn massaal begonnen zich op het veld van de vrije markteconomie te begeven. Handel drijven was er voorheen niet bij. De prijzen lagen van staatswege vast, of het nu om brood, boeken, kranten of wodka ging. Initiatieven konden niet ontplooid worden, omdat ze tot niets leidden. Drie jaar geleden, toen wij in Moskou arriveerden, hing er de sfeer van het wachten op niets, indolentie had zich over de stad - en het hele Sovjetrijk - uitgespreid.

Maar nu zijn tienduizenden, honderduizenden mensen dag en nacht in de weer met het kopen en verkopen van het een en ander. De prijzen zijn vrij en passen zich aan de omgeving aan. Een fles Russische champagne kost in het centrum van de stad ongeveer vijfduizend roebel, maar in een buitenwijk waar nauwelijks een buitenlander komt zag ik hetzelfde merk voor tweeduizend en minder. Daar zag ik een Rus tien flessen aanschaffen die hij, naar hij opgewekt meedeelde, voor meer dan het dubbele elders verkoopt. Er ontwikkelt zich een handelsdrift die de politie bij tijd en wijle tot wanhoop brengt. Bij het Kievstation staan soms zoveel mensen op straat dat er geen auto meer door kan. De verkoopsters en verkopers worden dan weggejaagd - de wijze waarop dat gebeurt is een apart verhaal waard - maar de politie is nog niet vertrokken of ze komen terug. Zelfs in Moskou waar zeer veel politie is kan de politie niet overal zijn. Alexander Solzjenitsyn heeft onlangs gezegd dat Rusland geteisterd wordt door een vorm van onproduktief kapitalisme. Dat is waar, maar het land moet die fase door als het ooit iets wil worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden