Onmacht onder woorden gebracht

Interview | In de stukjes over de aftakeling van zijn dementerende moeder in Trouw gaat F. Starik schaamtevolle, pijnlijke gevoelens niet uit de weg. 'Dat zou leugenachtig zijn.'

Schrijver/dichter F. Starik (55) moet even zoeken naar een foto van zijn moeder. Zijn bovenwoning in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt lijkt op het eerste gezicht niet geschikt om snel iets te vinden. Boeken liggen hoog opgestapeld. Vetplanten en paperassen vechten om de schaarse ruimte. Maar Starik (een pseudoniem, Russisch voor oude man) kent de weg.

In een mum van tijd vist hij een fotoboekje van een plank. Eén zwart-witfoto uit 1963 laat zijn moeder zien: een vrouw met een fraai, scherp getekend gezicht, lezend op de bank. "Een heel leven is voorbij. Ooit was dit een jonge vrouw, met kinderen, ambities. En met het verstrijken van de jaren flikkert het langzaam uit je handen."

Starik (55) is onder meer bekend als Amsterdamse stadsdichter. In 2002 richtte hij de Poule des doods op, een groep dichters die Amsterdammers tijdens een eenzame uitvaart een gedicht meegeven. Starik baarde de afgelopen weken opzien, door zijn stukjes op de achterpagina van deze krant. In de rubriek 'Moeder doen', schrijft hij twee keer per week over zijn dementerende, 84-jarige moeder. Vandaag verschijnt deze geschiedenis als boek; de stukjes uit de krant maken daar deel van uit.

De rubriek kwam onder meer tot stand doordat hij zoveel tijd kwijt was aan de zorg voor zijn moeder dat hij bijna failliet ging. Hij besloot van de nood een deugd te maken. De korte schrijfsels geïnspireerd door de Noorse schrijver Karl Ove Knausgård, hielpen hem de aftakeling van zijn moeder een plek geven.

Het moést wel misgaan, schreef hij nadat hij had gemerkt dat zijn moeder ineens was begonnen te drinken. En zo geschiedde. Ze kwam ten val en brak haar heup. Hij beschrijft hoe ze eerst wordt opgenomen in het ziekenhuis, en uiteindelijk, in een verpleeghuis.

Er was het hondje van zijn moeder. Dat moet weg, maar het dier was zo gewend aan het gebruikelijke loopje rechtsom, dat het stijf blijft zitten als hij op een dag naar links moet. Op weg naar elders. Het hondje als symbool voor het laatste beetje houvast dat zijn moeder nog had.

Wit vlees, blauw dooraderd
En er zijn de grote thema's. Zoals toen het onlangs over het lichaam van zijn moeder ging. "Het boezemt me afschuw in", schreef Starik. "Ik zal haar morgen in een rolstoel door het ziekenhuis moeten duwen. Moet ik haar dan ook uit bed sjorren? Dat verfrommelde restje mens? De vorige keer droeg ze een soort ziekenhuisschort. Wit vlees, blauw dooraderd. Ik durf dat niet aan te raken." Sommige lezers vonden het moedig dat Starik dit zo eerlijk durfde te vertellen - en roemden hem om zijn niet aflatende inzet voor zijn moeder.

Enkele lezers uit Zwolle spraken over een 'walgelijk, weerzinwekkend stukje'. Een lezeres uit Beilen vond het 'onnodig kwetsend'.

Starik: "Dan denk ik: 'Wat jammer. Heb ik het wel invoelbaar genoeg opgeschreven? Misschien niet. Ik zou zeggen: voel geen rancune over dingen die je zelf niet hebt meegemaakt, of die je niet kunt invoelen. Mensen die in zo'n kort briefje de woorden walgelijk en weerzinwekkend gebruiken, lijken me net zo respectloos als de hoek waarin ze mij willen plaatsen."

Mogelijk heeft hij de lezers gewezen op iets wat ze zelf ooit dachten maar niet wílden denken, laat staan opschrijven. "Zo vreemd zijn deze gevoelens niet. Mijn twee broers hebben dezelfde ervaring. We houden van onze moeder, maar sinds haar aftakeling hebben we moeite met het lichamelijke. Een meter afstand vinden we fijn."

Starik wijdt die afkeer aan de relatie kind-ouder. Hij merkte dat een vriendin van zijn broer er geen enkele moeite mee heeft om zijn moeder fysiek te verzorgen. Met zijn 19-jarige zoon had hij dit ook helemaal niet, zegt hij. "Toen hij een baby was, vond ik het helemaal niet erg om zijn luiers te verwisselen. Maar ik moet zeggen: daar flikt de natuur ons een streek. Want babypoep is niet vies. Het is de eerste maanden geurloos, zoet zelfs. We hebben als westerse, moderne mens natuurlijk sowieso al een grote afstand tot het lichaam: we gebruiken deodorant, parfum, luchtverfrissers, we doen er alles aan om onze lichamelijke functies te verheimelijken. Ik vind het niet zo gek dat ik er moeite mee heb dat de mooie, sterke vrouw die mijn moeder was ineenschrompelt en dat de confrontatie met dat aftakelende lichaam me angst inboezemt."

Zou de heer Starik zelf ook zo beschreven willen worden, als hij oud is, wilde een lezer weten. Geen probleem, zegt hij. Sterker: het kon best zo ver komen, want zijn partner is ook schrijver. En als die zou schrijven te walgen van zijn lichaam? "Er zijn dagen geweest dat ik van mijn eígen lichaam walgde. Toen ik diarree had, en gelijktijdig moest overgeven. Of in bed poepte. Dat was ook niet fris."

Als je, zoals hij in 'Moeder doen' deed, dat voortschrijdende proces van aftakeling beschrijft, zou het beeld volgens hem niet compleet, of zelfs leugenachtig zijn, wanneer je de confrontatie met eigen gevoelens van onmacht uit de weg zou gaan. "De literatuur is bij uitstek het domein van het pijnlijke, het schaamtevolle. Ik herinner me hoe opgelucht ik was toen ik als jongeling in een boek van Reve las hoe de schrijver met wellust aan zijn eigen scheten onder de dekens rook. Dat deed ik ook, maar ik dacht dat ik de enige was die zo'n heimelijke perversie bedreef."

Hij kreeg na de lezersbrieven wel de neiging om zijn moeder een beetje te verdedigen - iets te zeggen over de zelfstandige vrouw die ze ooit was geweest. "Ik kijk naar dit rommelige hoopje lichaam dat in het ziekenhuisbed ligt", schreef hij. "Ik kan me niet voorstellen dat dit ooit mijn moeder is geweest, een jonge vrouw die op vrijdagavond lippenstift opdeed, haar wangen poederde, met vader in zijn wufte bandplooibroek naar de schouwburg reed om een concert te bezoeken. Hij schrijft over zijn ouders die in een walm van parfum en sigarettenrook terugkwamen. En hoe hij zich slapend hield, net deed alsof hij het niet merkte. "Ouders", zette hij er boven.

Beter vergeten
Om zijn moeder niet in verlegenheid te brengen, zijn alle namen gefingeerd en feiten wat aangepast. Starik wil niet dat mensen in het verpleeghuis aan zijn moeder gaan vragen wat zij ervan vindt. Ze zal het snel vergeten zijn, maar het idee alleen al, zegt hij. Om die reden wil Starik niet met zijn moeder op de foto en ook niet met zijn echte naam in de krant. Hij heeft haar wel verteld over de rubriek en het boek, wetende dat ze het zou vergeten. Beter ook, denkt hij. "Neem haar hondje. Nadat die naar een vriendin was gebracht, zei een verpleegster: Hang er maar een foto van op. Ik was het daar helemaal niet mee eens. Beter vergeet ze haar hondje. Die afwezigheid is pijnlijk."

Vergeten, en loslaten, het werkt goed voor zijn moeder, merkt hij - tot zijn verbazing. "Mijn moeder lijkt gelukkiger dan ooit. Ze was altijd een slimme, zelfstandige vrouw. Als ik dement wordt, schiet me dan maar dood, zei ze. Maar zo is het niet gegaan. Ze heeft de diagnose dementie nooit zo ervaren. Ze zei: ik vergeet wel eens wat. Maar dat hoort bij het ouder worden. Nu ze zich heeft overgegeven, hoeft ze de schijn niet meer op te houden. Elke keer als ik haar bezoek, juicht ze van blijdschap."

De bundel Moeder doen, is verschenen bij uitgeverij Nieuw Amsterdam (euro 19,95).

De column staat vandaag op pagina 20.

F. Starik: 'Ik kreeg na de lezersbrieven wel de neiging om mijn moeder een beetje te verdedigen.'

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden