Onkruid

Maar weer eens over dat Polen-meldpunt van de PVV nagedacht: hoe weet je wat onkruid is en wat niet? Het begint natuurlijk al met de naam: Polen, alsof het niet net zo goed om Bulgaren en Roemenen gaat, of wie weet Slowaken, Wit-Russen. Er zijn nogal wat volkeren daar in het oosten. Maar Polen hebben de pech dat hun naam het makkelijkst in het gehoor ligt en ook dat ze met zovelen zijn, natuurlijk.

Ik hoef niet naar dat Polen-meldpunt. De vijf, zes Polen en Bulgaren die ik ken zijn allemaal nette mensen met een baan en een keurige opleiding. Maar, zullen de voorstanders van het meldpunt zeggen, je hebt gewoon mazzel dat je niet in een achterstandswijk woont of samen met ze bloembollen hoeft te plukken. Feit is dat ik in de tuin al niet weet wat onkruid is en wat niet.

Iemand heeft mij ooit verteld dat het allemaal maar subjectief is, wat jij onkruid vindt is onkruid, je kunt het ook net zo goed allemaal laten staan als je het mooi vindt. Dat is een oecumenische gedachte die mij aanspreekt, maar toch werkt het in de praktijk niet. Zo had ik nogal wat brandnetels, waarvan je naar het schijnt heerlijke soep kunt trekken, maar ik wilde er toch van af. Ik kocht in een tuincentrum een onkruidbestrijder en ja, ze verdwenen maar nu heb ik het gevoel dat op de plek der voormalige brandnetels ook de nette, goed opgevoede planten niet meer willen groeien. Dat ik met het badwater het kind heb weggegooid.

De vraag is dus of ik die brandnetels niet moet laten meedoen om voor de rest een zo fleurig mogelijke tuin te krijgen (een beetje wat Rutte voor ogen staat). Ik maak me nu ook verwijten dat ik misschien een te goedkoop verdelgingsmiddel heb gekocht dat zonder aanzien des persoons, als je dat van een plant kunt zeggen, tekeergaat terwijl er misschien duurdere maar ook slimmere middelen op de markt zijn, die haarfijn de goede van de slechte weten te onderscheiden. De tuin als metafoor voor het menselijk bestaan leert ons dus van alles.

Het is niet voor niks dat wij ons het paradijs als een vreedzame hof voorstellen, waarvan overigens de vraag is of er ook gewied en geharkt moet worden, of zijn dat soort klusjes niet langer nodig?

Ik kan niet door mijn tuin lopen zonder aan de rest van deze aarde te denken. Hier een armetierig stukje grond, daar een veld vol madeliefjes, zo nu en dan een enkele narcis of iets wat het vermoedelijk gaat worden. En het ontroert me dat de natuur 's avonds ook gaat slapen, z'n blaadjes vouwt en z'n kelkjes toedekt - ik ben nog een beginner moet u weten, het cynisme van de onverschillige natuur is mij vreemd. Maar er zijn onmiskenbaar plekken waar ik liever loop dan op andere plekken.

Achterin bijvoorbeeld gebeurt niet veel, daar is het een beetje een wildernis en de grond is er ook ongelijk. Bloemen komen er niet op, maar er staat weer wel een notenboom die elk jaar hersenvoedsel levert. In het najaar loop ik er een paar weken in een druilerig regentje noten te rapen. Het is er een beetje een Oost-Europese industriestad. Die moeten er ook zijn, daar ben ik allang achter.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden